Prik de oervis

De bek van een zeeprik, met tandjes en rasptong. Het nieuwe fossiel heeft veertien van zulke tanden. Het zijn de eerste die ooit in een fossiele prik zijn gevonden, schrijft de Zuid-Afrikaanse Robert Gess in Nature.
Zoom
De bek van een zeeprik, met tandjes en rasptong. Het nieuwe fossiel heeft veertien van zulke tanden. Het zijn de eerste die ooit in een fossiele prik zijn gevonden, schrijft de Zuid-Afrikaanse Robert Gess in Nature.

De prik is een taaie. Het aalvormige dier werd al beschouwd als een levend fossiel, maar een nieuw exemplaar bewijst dat de prik nóg langer bestaat dan werd gedacht: al minstens 360 miljoen jaar.

Knap is-ie niet. En van dichtbij is de prik zelfs een beetje eng. Met zijn schijfvormige bek, vol scherpe tandjes en een rasptong, klemt de prik zich vast aan een argeloze vis en voedt zich zo met weefsel en bloed. Tenminste, dat geldt voor de rivier- en de zeeprik. De beekprik blieft geen bloed en houdt het liever bij algen. Het exemplaar dat deze week in Nature wordt beschreven, was waarschijnlijk wel een bloeddorstig type. Het fossiele beestje dook op in Zuid-Afrika, is slechts 4,2 centimeter lang maar heeft een bek waar je u tegen zegt. Die is zo groot als de helft van de kop en die kop past weer maar anderhalf keer in het slanke achterlijf. Een miniprik met een waterhoofd. Maar wel een bijzondere miniprik, die ‘Priscomyzon riniensis’ is gedoopt. Allereerst omdat hij überhaupt bewaard is gebleven. De aalachtige beesten hebben geen botten en fossiliseren daardoor slecht. Maar extra bijzonder is dat het dier met een leeftijd van 360 miljoen jaar zo’n 35 miljoen jaar ouder is dan alle andere prikken die ooit zijn gevonden. Het lijkt bovenden erg veel op de nog levende, bloedzuigende prikken. In al die miljoenen jaren is er maar weinig aan het ontwerp veranderd.