Eigenlijk wilde hij gewoon weten hoe het werkt. Fedde Groot is geen arts maar fundamenteel onderzoeker en houdt zich niet zo bezig met patiënten. Toch heeft hij tijdens zijn promotieonderzoek iets gevonden dat mensen in de toekomst wellicht tegen de ziekte aids kan beschermen.
Dat zit zo. Fedde Groot is viroloog en deed zijn promotieonderzoek aan de Universiteit van Amsterdam en het AMC. Zijn onderwerp: het humaan immunodeficiëntie virus, oftewel hiv.
Hiv doet zijn vernietigende en aids-veroorzakende werk in cellen van het afweersysteem, genaamd T-cellen. Het virus vermenigvuldigt zich erin, waardoor de T-cellen het loodje leggen. Daarmee bewijst hiv meteen alle andere ziektekiemen een dienst, want zonder de T-cellen is het afweersysteem behoorlijk gehandicapt. En vieren de virussen en bacteriën feest.
Maar voordat het virus kan toeslaan, moet het eerst zijn kraamkamer zien te bereiken. Dat doet het via een ander lid van het immuunsysteem, de dendritische cel. Met z’n heel velen vormen deze cellen de voorhoede van de verdediging tegen ziekteverwekkende indringers. “Je vindt ze overal waar het lichaam in contact staat met de buitenwereld”, weet Groot. “Bijvoorbeeld in het slijmvlies van neus en vagina. Ze pikken de indringers op en brengen ze naar de T-cellen. Hun taak is vervolgens een afweerreactie te starten.” Groot was geïnteresseerd in het hoe en wat van die overdracht. “Ik wilde precies weten welke moleculen er een rol bij spelen.”
En als hij dan toch bezig was, leek het de viroloog wel aardig eens te kijken of hij die overdracht kon remmen. De dendritische cel pikt het hiv op met een speciale antenne, oftewel receptor. Groot wilde proberen te voorkomen dat virus en afweercel elkaar fysiek bereiken. De manier om dat te doen, is eigenlijk heel simpel: gewoon een eiwit zoeken dat of bindt aan de receptor, of aan het hiv. Want een receptor die al bezet is door een eiwit, kan geen virus meer oppikken. En een virus dat een lange eiwitsliert aan zijn kont heeft hangen, is te log om nog aan de receptor te kunnen plakken. Zou het lukken zo’n eiwit te vinden, dan zou het hiv gestopt zijn nog voor het goed en wel binnen was. De T-cel zou nooit worden bereikt.
En dus dook Fedde Groot de vriezer in. “Het was eigenlijk gewoon een kwestie van proberen. Kijken welk van de vele eiwitten die we daarin bewaarden, een goede match was. Bij het tiende was het raak.”
Het ‘eureka-eiwit’ was lactoferrine, een van de hoofdbestanddelen van melk, zowel van koeienmelk als mensenmelk. Het lactoferrine uit moedermelk kennen we al om zijn ontstekingsremmende werking. En de nakomelingen van de befaamde, transgene en inmiddels overleden stier Herman zouden een bewerkte vorm van het menselijke eiwit moeten produceren. “Het mooie van het melkeiwit is dat het hiv op twee manier dwarszit”, vertelt Groot. “Van eerdere studies wisten we al dat het de deling van het virus tegengaat in T-cellen. Maar wij hebben nu gevonden dat het ook erg goed aan de receptoren van dendritische cellen kleeft. Overigens doet alleen het eiwit uit koeienmelk dat. Lactoferrine uit mensenmelk plakte niet goed. Hoe dat komt, weet ik niet.”
Een ander voordeel is volgens de viroloog dat lactoferrine, doordat het zo algemeen is, zeer gemakkelijk en goedkoop te produceren is. Hoewel hij er zelf geen onderzoek naar heeft gedaan, heeft Groot al nagedacht over een medische toepassing van zijn vondst. “Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan een gel met lactoferrine, die vrouwen in hun vagina kunnen smeren voordat ze seks hebben. Zeg een gelcondoom.”
Nadeeltje van zo’n gel is wel dat vrouwen daarmee niet alleen het aidsvirus buiten de deur houden, maar ook andere ziekteverwekkers. Door het in de weg zittende lactoferrine vangen de antennes van de dendritische cellen immers helemaal niks meer op, toch? “Eh ja, dat is waar”, reageert Groot. “Maar je moet je voorstellen dat zo’n gel niet de hele dag blijft zitten en werken, maar pakweg een uurtje of anderhalf”, zegt Groot. En natuurlijk werkt de gel alleen daar waar hij gesmeerd is. De afweercellen in het neusslijmvlies bijvoorbeeld doen het nog gewoon. Dus als de partner tijdens het vrijen per ongeluk in hard in haar gezicht niest, hoeft de dame in kwestie niet direct te vrezen voor een stevige verkoudheid.
Fedde Groot is inmiddels vertrokken naar Engeland. Hij heeft Amsterdam verruild voor Oxford, waar hij werkt aan de universiteit. Weer aan hiv, overigens. Alleen kijkt hij nu niet naar de binnenkomst van hiv, maar naar hoe het zich verstopt in het menselijk lichaam. Groot: “Het is nu aan anderen om verdere proeven met lactoferrine te doen, eventueel een gel te ontwikkelen en die te testen op apen.” Op de vraag of hij het niet jammer vindt dat hij zelf niet meewerkt aan het ontwikkelen van misschien wel hèt medicijn tegen aids antwoordt hij: “Tja, dat is een gewetensvraag. Maar ja ik ben en blijf een fundamenteel onderzoeker en het ontwikkelen en testen van geneesmiddelen is een vak apart. Bovendien werkt het meestal zo dat een virus als hiv niet gestopt kan worden met een enkele aanval. Je zult het van meerdere kanten moeten benaderen. Dus het onderzoek dat ik nu doe, blijkt straks misschien ook nog heel nuttig voor de bestrijding van aids.”
Remy van den Brand
Fedde Groot promoveert op 26 oktober aan de Universiteit van Amsterdam. De titel van zijn proefschrift luidt ‘Dendritic cell-mediated HIV-1 transmission’.