Oeroude bijtkracht

- Zoom
- Van Dunkleosteus terrelli zijn enkele schedels goed bewaard gebleven, zoals deze. Tanden had het dier niet, want die ontstonden pas honderd miljoen jaar later. Maar de scherpe punten en messcherpe randen in zijn bek voldeden prima om prooien mee te kraken.
De pantservis Dunkleosteus terelli leefde rond vierhonderd miljoen jaar geleden. Hoe hard kon deze zes meter lange oervis bijten, vroegen Philip Anderson en Mark Westneat zich af.
Vroege pantservissen gelden als voorvaderen van alle gewervelde dieren, dus ook van de mens. In deze groep ontstonden de eerste dieren met kaken die open en dicht konden klappen. Dunkleosteus hoorde daarbij. Het was een primitieve vis, maar volgens proeven en berekeningen van de twee onderzoekers uit Chicago kon het beest zijn kaken razendsnel openen en er verrekt hard mee bijten. Misschien zelfs harder dan enige vis die nu leeft, schrijven ze in Biology Letters.
Hoe bepaal je zoiets? Spieren zijn niet bewaard gebleven in de fossielen, dus Anderson en Westneat moesten het van de botten en beenplaten hebben. Gelukkig hadden de spieren voor een deel in duidelijk afgebakende holtes gezeten en waren er ook goed zichtbare aanhechtingspunten. Op basis daarvan maakten de onderzoekers een computermodel van een bijtende vis. Het dier trok niet alleen zijn onderkaak naar beneden om zijn mond open te doen, maar ook zijn kop omhoog en naar achteren. Bij het toehappen deed de formidabele vis het omgekeerde, waardoor hij eigenlijk met dubbele kracht kon bijten. Dankzij die enorme bijtkracht was hij in staat om vrijwel ieder ander zeedier te grazen te nemen, vermoeden de onderzoekers.