Pappa was er nooit

Goede relatie levert mooiere dochters op

' Heel goed' vonden vijftien studentes de relatie van hun ouders. Uit hun portretten stelden de onderzoekers deze compositiefoto samen.
Zoom
' Heel goed' vonden vijftien studentes de relatie van hun ouders. Uit hun portretten stelden de onderzoekers deze compositiefoto samen.

Dochters uit een goede relatie zien er vrouwelijker en aantrekkelijker uit dan jongedames met gescheiden ouders, onthult Schots onderzoek. Blijven pa en ma ondanks een slechte relatie bij elkaar, dan kunnen ze rekenen op dochters die nóg minder aantrekkelijk worden gevonden. Maar is dat hun schuld?

Psychologiestudenten worden veelvuldig ingezet als proefkonijn. Zo ook aan de universiteit van St. Andrews in Schotland. De eerstejaars meisjes van de lichting 2001-2002 en 2002-2003 gingen allemaal op de foto en vulden vragenlijsten in. Waren hun ouders gescheiden, en wanneer dan? Of waren ze hun kindertijd in een intact gezin doorgebracht? Hoe goed was de relatie tussen vader en moeder in dat geval? Onderzoekers Lynda Boothroyd en David Perrett wilden met deze gegevens achterhalen of er een verband is tussen de kwaliteit van relaties en de aantrekkelijkheid en gezondheid van de dochters die daaruit voortkomen. Ze selecteerden de portretten van drie groepen van vijftien studentes: een groepje met gescheiden ouders, de vijftien meisjes die het hoogste cijfer hadden gegeven aan de relatie tussen hun ouders en degenen die daaraan juist het laagste cijfer hadden toegekend. Een computerprogramma maakte van de portretten drie compositiefoto’s met de gemiddelde gezichtskenmerken van iedere groep. Die werden op een website gezet. Veertig vrijwilligers bekeken ze en gaven punten voor aantrekkelijkheid, mannelijkheid en gezondheid van de gezichten. De dochters uit harmonieuze gezinnen kregen voor hun gezamenlijke portret beduidend hogere cijfers voor gezondheid en aantrekkelijkheid dan de andere studentes, en ze werden minder mannelijk gevonden. Het minst gewild waren de dochters van ouders die elkaars bloed wel konden drinken, maar desondanks bij elkaar waren gebleven. In een tweede onderzoek deed het grootste deel van de studentes mee die in 2002 begonnen met studeren. De 86 meisjes –gemiddeld waren ze net geen twintig jaar oud – werden gewogen en gemeten. Niet alleen hun lengte werd genoteerd, maar ook de omtrekken van hun heupen, taille en ribbenkast, plus het vetpercentage van hun lichaam. Hierbij kwamen studentes met gescheiden ouders het minst gunstig uit de bus: ze waren iets vetter en zwaarder en ze hadden verhoudingsgewijs beduidend minder slanke tailles dan de twee andere groepen. De dochters uit gelukkige gezinnen kregen ook hier de ‘beste’ cijfers. Worden meisjes minder mooi doordat hun ouders een slechte relatie hebben, gaan relaties achteruit als er lelijke kinderen uit voortkomen, of is er misschien een gezamenlijke oorzaak die beide effecten kan verklaren? Boothroyd en Perrett benadrukken herhaaldelijk dat hun onderzoek daar niets over zegt. Maar ze durven wel te speculeren, met als voorzichtige conclusie dat het zou kunnen liggen aan de niveaus van geslachtshormonen van de ouders, of hun gevoeligheid voor die hormonen. Die zijn op hun beurt voor een deel genetisch bepaald, en dat erven de dochters, die daar een mannelijker uiterlijk van krijgen. Als dat zo is, redeneren de twee psychologen, dan zouden de zonen uit dit soort gezinnen juist bijzonder gewild moeten zijn, want bij hen is een extra mannelijk uiterlijk juist een voordeel. Uiteraard zullen ze die gedachte met onderzoek proberen te bevestigen. De mannelijke studenten in Durham staan vast al op de foto. Elmar Veerman Lynda G. Boothroyd en David I. Perrett: ‘Facial and bodily corrrelates of family background’, Proceedings of the Royal Society B, online beschikbaar sinds 24 mei 2006