Van de regen in de drup

Natuurreservaten bedreigen biodiversiteit

Natuurclubs doen hun best de dieren die Noach heeft gered, te beschermen. Helaas bereiken ze met hun beschermdrang soms precies het tegenovergestelde.
Zoom
Natuurclubs doen hun best de dieren die Noach heeft gered, te beschermen. Helaas bereiken ze met hun beschermdrang soms precies het tegenovergestelde.

Door het een te beschermen gaat het ander verloren. Natuurorganisaties kunnen de plank wel eens behoorlijk misslaan in een poging de biodiversiteit te bewaren. De soortenrijkdom kan in een gebied juist achteruit gaan, door de aanleg van reservaten.

Waar let je op bij de aankoop van een potentieel natuurreservaat? Volgens Amerikaanse onderzoekers gaat het natuurorganisaties vooral om de biologische waarde van een stuk land, de kosten die ermee gemoeid zijn en de mate waarin de dieren en planten die op het land leven worden bedreigd. Met de aankoop van gebieden met een hoge biodiversiteit hopen natuurorganisaties deze in stand te houden. De onderzoekers denken echter dat ze in al hun welwillendheid een belangrijke factor buiten beschouwing laten: marktwerking. In het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences benoemen Paul Armsworth en zijn collega’s verschillende aspecten van de vrije markt die de effectiviteit van een landaankoop kunnen beïnvloeden. Dat wil zeggen, die kunnen bepalen in hoeverre het beschermen van een gebied bijdraagt aan de biodiversiteit. In de eerste plaats is er het verschijnsel van prijsstijging. Als duidelijk wordt dat natuurorganisaties bereid zijn aanzienlijke bedragen neer te tellen voor bepaalde lappen grond, dan zullen de prijzen voor die lappen binnen de kortste keren de pan uit rijzen. Iets wat aankopen in de toekomst lastiger – lees: duurder – maakt. Verder ontstaat het gevaar van, zoals de onderzoekers dat noemen, allocatie. Wanneer een gebied eenmaal tot reservaat is gemaakt, zullen commerciële projectontwikkelaars hun ogen op andere gronden moeten richten. De menselijke druk op het nieuwe reservaat en zijn bewoners verdwijnt, maar neemt op omringende gebieden juist toe. Ten slotte kan de aanleg van reservaten de aantrekkelijkheid van een gebied verhogen. In plaats van dat ontwikkelaars en aannemers worden geweerd – wat natuurorganisaties graag willen –, worden ze aangetrokken. Het bouwen van vakantieparken en hotels lijkt ineens een stuk lucratiever, met zo’n natuurlijke trekpleister naast de deur. En ook dat betekent een hogere druk op de organismen die net buiten de grenzen van het reservaat leven. Al deze zaken samen kunnen ervoor zorgen dat goedwillende organisaties met hart voor de natuur de plank volledig misslaan met hun beschermdrang. Is het beoogde reservaat een biodivers eilandje in een zee van troosteloze industriegebieden, dan wil beschermen nog wel helpen. Als er in de omgeving nauwelijks of geen soorten leven, dan lopen die door de aanleg van een reservaat ook geen gevaar. Wordt het betreffende gebied echter omringd door stukken land waarop eveneens behoorlijk wat planten en dieren leven, dan kunnen natuurorganisaties wel eens het omgekeerde bewerkstelligen van wat ze willen. Dat is dan ook vaak het geval, vermoeden de onderzoekers. Echte eilandjes, als het gaat om biodiversiteit, zijn zeldzaam. Door de aanleg van reservaten wordt de druk op de omgeving verhoogd. En worden planten en dieren bedreigd, die zonder tussenkomst van beschermende organisaties ongemoeid zouden zijn gebleven. De kosten kunnen met andere woorden hoger zijn dan de baten: er gaan wellicht meer soorten verloren, dan er worden gered. De biodiversiteit daalt, in plaats van dat die gelijk blijft of stijgt. Hoewel Armsworth zich realiseert dat er meer dan de genoemde factoren een rol kunnen spelen bij de aankoop van gronden, lijkt het hem goed als natuurorganisaties voortaan wel rekening houden met ‘de markt’. Verder pleit hij voor meer kennis over de verspreiding van soorten over de wereld. Met die kennis kunnen immers meer verstandige aankopen worden gedaan. Remy van den Brand Paul R. Armsworth, Gretchen C. Daily, Peter Kareiva en James N. Sanchirico, ‘Land market feedbacks can undermine biodiversity conservation’, PNAS, 13 maart 2006.