Slimme nepgifkikker

- Zoom
- Waar ze alledrie leven, lijkt het kikkertje Allobates zaparo (boven) veel meer op de minder giftige kikker (midden) dan op de giftigste (onder). Illustratie David Cannatella.
Als je dan toch een giftig beest na-aapt, dan maar meteen de meest venijnige, zeker? Nee, dat kun je soms beter anders aanpakken, bewijst een handig kikkertje.
Het kikkertje Allobates zaparo leeft in het regenwoud van Ecuador. Het beestje is niet giftig, maar wordt door roofdieren toch met rust gelaten. Dat komt doordat het dezelfde kleurpatronen op zijn lijf heeft als de lokale gifkikkers. In het noorden is dat een soort met een rode rug en gele vlekken aan de basis van zijn poten, in het zuiden een andere, ook met een rode rug, maar zonder gele vlekken. Het gif van die zuidelijke gifkikker is het venijnigst.
In het midden komen beide gifkikkers voor, en ook de namaakversie. Je zou verwachten dat de hij daar de meest venijnige kikker imiteert. Maar dat is niet zo: in het middengebied hebben alle neppers gele vlekken. In Nature verklaren Catherine Darst en Molly Cummings waarom dat handiger is. Ze deden er onder meer proeven met kippen voor.
Wanneer die hun snavel in de geelbevlekte gifkikker hadden gezet, meden ze voortaan alle kikkers met een rode rug en gele vlekken, maar hapten ze wel naar exemplaren zonder die vlekken. Hadden ze kennisgemaakt met de zwaar giftige, vlekloze soort, dan raakten ze nooit meer een kikker met een rode rug aan, vlekken of geen vlekken. Conclusie: door de minder giftige soort na te apen, beschermt Allobates zaparo zich het best. Slimheid komt daar overigens niet aan te pas; het is gewoon een voorbeeld van natuurlijke selectie.