Meer geklonter tussen de oren

Voorstel voor een tegendraadse therapie

Huntingtine dat zich in klompjes in een cel bevindt, kan zichtbaar worden gemaakt met een lichtgevende stof.
Zoom
Huntingtine dat zich in klompjes in een cel bevindt, kan zichtbaar worden gemaakt met een lichtgevende stof.

Heeft de wetenschap het altijd verkeerd begrepen? Opgehoopt eiwit laten verdwijnen uit hersencellen leek tot nu toe een veelbelovende strategie om de hersenziekten van Huntington en Parkinson tegen te gaan. Maar volgens Amerikaanse onderzoekers kan bevordering van het klonteren de hersencellen redden.

Een overschot aan herhalingen kan fataal uitpakken. Dat geldt niet alleen voor de Publieke Omroep, maar ook voor eiwitten. Bij de ziekte van Huntington zorgt een genetische fout dat het herseneiwit huntingtine een serie bouwstenen keer op keer herhaalt, waardoor het een andere vorm krijgt dan normaal huntingtine. Het eiwit hoopt zich gaandeweg in de hersencellen op. De patiënten gaan onwillekeurige bewegingen maken, hun intelligentie gaat achteruit, hun karakter verandert. Ze overlijden als menselijk wrak, gemiddeld zestien jaar na de eerste symptomen. Het is, kortom, een van de naarste ziekten die er bestaan. Met een DNA-test is te voorspellen wie deze ziekte zal krijgen. Helaas houden de mogelijkheden van de geneeskunde daar zo ongeveer op. Er wordt al heel lang gezocht naar manieren om de vermaledijde eiwitophopingen tegen te gaan, maar tot dusverre heeft nog geen enkele patiënt daarvan kunnen profiteren. Een groep Amerikaanse wetenschappers besloot nu eens niet te zoeken naar stoffen die de ophoping van huntingtine tegengaan, maar juist naar stoffen die dat proces versterken. En ze vonden zo'n stof, blijkt uit een artikel dat op 14 maart verschijnt in Proceedings of the National Academy of Sciences. Eerste auteur is Ruth Bodner van het Center for Cancer Research van het Massachusetts Institute of Technology. Bodner en co. menen dat hun ontdekking de weg wijst naar een nieuwe therapie, die de symptomen van de ziekte van Huntington zou kunnen verzachten. Er komen de laatste jaren namelijk steeds meer aanwijzingen dat het ophopen van huntingtine niet de oorzaak is van de problemen, maar juist een beschermende reactie daartegen. De hersenschade zou aangericht worden door huntingtine dat los in de cel voorkomt, niet door de samengeklonterde vorm. Dat zou komen, doordat de cel het afwijkende huntingtine herkent en het vervolgens probeert af te breken met speciale afbraakmachines, de zogenaamde proteasomen. Maar dat lukt niet goed, waardoor het huntingtine in de weg blijft zitten. De proteasomen verslikken zich erin, raken geblokkeerd en kunnen daardoor ook andere mislukte eiwitproducten niet meer afbreken. Die andere eiwitmislukkelingen, en dus niet huntingtine zelf, zouden uiteindelijk de cel langzaam vergiftigen. Een cel kan het huntingtine daarom beter uit de buurt van zijn proteasomen houden, is de gedachte. En dat kan door het samen te laten klonteren op andere plaatsen. Daarom zou versterking van het klonteren een goede zaak kunnen zijn. Om een stof te vinden die dat kon bewerkstelligen, werd een verzameling van 37 duizend verschillende stoffen getest in celkweekjes. De beste klonterbevorderaar die dat opleverde, heet officieel 5-[4-94-chlorobenzoyl)-1-piperazinyl]-8-nitro-quinoline, maar de onderzoekers duiden hem aan met 'B2'. Bij vervolgproeven bleek dit spul inderdaad de teloorgang van de cellen te vertragen. Waar lag dat aan? Bodner en haar collega's onderzochten een aantal theorieën, maar die konden allemaal de prullenbak in. Waar B2 precies op ingrijpt, is dus nog een raadsel. Waarschijnlijk heeft het te maken met het celmechanisme dat de kwaliteit van meerdere eiwitten controleert, schrijven de onderzoekers. Die gedachte baseren ze onder meer op de observatie dat B2 niet alleen de klontering van huntingtine versterkt, maar ook eiwitophopingen bevordert die bij de ziekte van Parkinson in de hersencellen verschijnen, de zogenoemde 'Lewy bodies'. Ook dit is overigens alleen nog in celkweekjes aangetoond. Een geneesmiddel dat de ziekte van Parkinson vertraagt of stopt is dus nog ver weg. Maar er ligt ineens wel een heel nieuwe weg open om het te ontwikkelen. Wellicht ook voor de ziekte van Alzheimer, ook al een hersenziekte die gepaard gaat met geklonter. Elmar Veerman Ruth A. Bodner e.a.: "Pharmacological promotion of inclusion formation: a therapeutic approach for Huntington's and Parkinson's diseases", PNAS, 14 maart 2006