Kleverig gevaar

Klittenband-lifters bedreigen biodiversiteit

Klittenband, goed om ongemerkt op mee te liften naar mooie, ongerepte plekken.
Zoom
Klittenband, goed om ongemerkt op mee te liften naar mooie, ongerepte plekken.

Een tip van drie Australische onderzoekers: als de natuur je lief is, draag dan geen kleding met klittenband.

Klittenband en biologen: geen goede combinatie. Gehesen in 'outdoor-kleding' reizen biologen van de ene natuurlijke plek naar de andere, zich onbewust van de mogelijke gevaren. Vooral degenen die zich in jacks met klittenband hullen, vormen een ware bedreiging voor de biodiversiteit. Dat bewezen de Australische onderzoekers Whinam, Chilcott en Bergstrom. Zij onderzochten in hoeverre kwetsbare ecosystemen zoals die op de eilanden rond Antarctica worden bedreigd door (wetenschappelijke) expedities. Hun resultaten publiceren ze deze maand in het tijdschrift Biological Conservation van Elsevier. Het probleem is volgens de onderzoekers dat de expedities niet alleen mensen, maar ook vaak ongewenste verstekelingen naar de eilanden brengen. Meegelifte grassen, insecten en micro-organismen kunnen de oorspronkelijke bewoners overwoekeren en uiteindelijk zelfs verdringen, ten koste van de biodiversiteit. Om hun theorie te bewijzen controleerden de Australiƫrs drie jaar lang schepen, containers, pallets, voedsel, koffers, apparatuur en kleding van expeditieleden die richting de subantarctische eilanden Macquarie en Heard gingen. En jawel hoor, in de hoeken, gaten en kieren vonden ze van alles: spinnenwebben, spinnen, insecten, zand, zaden en ander plantmateriaal. Aan de scheepsrompen kleefden bovendien zeesla, algen, kokkels, mosselen, krabben, kreeftjes en een zeester. Vooral de kleren, schoenen en verpakkingen van bijvoorbeeld fotoapparatuur van de expeditieleden bevatten veel natuur. Zeventig procent van de reizigers - voornamelijk biologen - vertelde bagage bij zich te hebben die eerder op andere natuurrijke plekken was geweest. Meer dan de helft gaf toe het spul voor vertrek niet te hebben schoongemaakt. In totaal plukten de onderzoekers 981 zaden en vruchten van de 64 gecontroleerde expeditieleden. Een van hen droeg er in zijn eentje al 309 bij zich. Verreweg de meeste zaden zaten vast aan klittenband. Ze waren vooral afkomstig van grassoorten. Onder hen notoire lifters als Poa annua ofwel straatgras. Het snel groeiende plantje is in staat in razend tempo terrein te veroveren en kan inheemse soorten zonder pardon verdringen. Maar niet als het aan Whinam, Chilcott en Bergstrom ligt. Zij bedachten een en ander om te voorkomen dat de nog ongerepte eilanden in grasvelden veranderen. In de eerste plaats pleiten ze voor het aanstellen van 'biosecurity officers', voor elke expeditie richting Antarctica. Deze moeten de lading controleren en passagiers wijzen op hun verantwoordelijkheden. Een voorbeeld daarvan is dat reizigers moeten zorgen voor schone apparatuur en kleding. De boel voor vertrek wassen is het minste, maar beter nog is om voor elke reis nieuwe spullen aan te schaffen. Maar, waarschuwen de onderzoekers, koop dan wel kleren en schoenen zonder klittenband! Remy van den Brand J. Whinam, N. Chilcott en D.M. Bergstrom, 'Subantarctic hitchhikers: expeditioners as vectors for the introduction of alien organisms', Biological Conservation, maart 2006.