Aan een zijden draadje
Spinsel (nog steeds) superieur aan kunstmatige draad

- Zoom
- De draad van een abseilende kruisspin (Araneus diadematus) beweegt nauwelijks. In tegenstelling tot veel kunstmatige vezels.
De zelf gesponnen draad van een spin heeft het allemaal: stevigheid, elasticiteit, dempvermogen en geheugen. Dat een spinnendraad nog steeds superieur is aan door mensen gemaakte vezels, bewezen enkele onderzoekers met een dradentest.
Een spin hangt altijd stil. Althans, zijn draad. De spin kan spartelen en zijn lijf alle kanten op draaien, zijn zelf gesponnen draad blijft schier onbewogen.
Fabrikanten zijn er tot nu niet in geslaagd spinnendraad na te maken. Het is wat stevigheid, elasticiteit en demping betreft nog steeds het absolute summum. Dat bewezen twee Franse onderzoekers van de Universiteit van Rennes en een collega uit Oxford nog eens. Zij bekeken hoe draden van verschillende materialen zich gedroegen als er een gewichtje of 'nepspin' aan gehangen werd.
Ze testten ultradunne draden van koper, kevlar en nitinol (een legering van nikkel en titanium) en vergeleken die met spinnendraad. Kevlar is een sterke kunstvezel die onder meer zit in kogelwerende vesten en sleepkabels. Nitinol is een 'geheugenmetaal'. Dat betekent dat het na vervorming automatisch terugkeert naar zijn oorspronkelijke vorm. Het wordt veel gebruikt in de geneeskunde, om ruggenwervels recht te trekken en in beugels voor het gebit.
Ze verdraaiden de 'nepspin' aan het uiteinde een kwart slag en keken hoe snel de spin weer stil kwam te hangen. Bij de koperdraad ging dat niet zo soepel. In het metaal ontstaan gemakkelijk knikjes en bochtjes en daardoor beweegt het niet meer zo lekker. De uitgangspositie werd na een paar keer keren niet eens meer gehaald; de spin hing weliswaar stil, maar uit het lood. Bovendien werd de draad, ongeveer zo dik als een mensenhaar, broos en breekbaar.
De kevlar-draad draaide telkens netjes terug, maar had de meeste tijd nodig om de spin weer stil te laten hangen. Nitinol leek nog het meeste op spinnendraad. Nauwelijks zichtbaar en bijzonder snel keerde het terug naar zijn ongedraaide staat. Een sterk staaltje van demping gecombineerd met geheugen. Groot verschil met het spinnenspinsel is echter dat het tot negentig graden Celsius verhit moet worden, om zijn vorm te hervinden.
Het 'geheugen' van een spinnendraad werkt altijd, of het nou warm of koud is, weer of geen weer. Het tollen van de zijde gebeurt bijna onzichtbaar en snel bovendien. En da's bijzonder handig, als je onopgemerkt voor roofdieren wilt blijven.
Remy van den Brand
Olivier Emile, Albert le Floch en Fritz Vollrath, 'Shape memory in spider draglines', Nature, 30 maart 2006.