Op een mooie, heldere zomerdag lijkt het net mikado in de lucht. De wollige witte slierten die vliegtuigen achterlaten zijn echter niet zo onschuldig als ze eruit zien. Ze houden straling van aarde en zon tegen en beïnvloeden daarmee het klimaat. Doordat ze meer warmte van de aarde en de atmosfeer dan van de zon blokkeren, versterken de condensatiesporen het broeikaseffect.
De impact van deze sporen is waarschijnlijk wel minder dan die van andere menselijke emissies, schrijven onderzoekers van de Universiteit van Reading vandaag in Nature. Desalniettemin leek het ze niet onverstandig de effecten ervan eens nader te onderzoeken, gezien de nog immer groeiende luchtvaartindustrie.
De Engelsen, onder leiding van Nicola Stubing, verzamelden gegevens over luchtvochtigheid, temperatuur en aantal vluchten boven de plaats Herstmonceux aan de zuidoostkust van Engeland. Ze deden dit over het jaar 2002.
Met de data maakten ze een computermodel. Daarmee konden ze voorspellen wanneer de condensatiesporen zouden ontstaan en welk effect die zouden hebben op het klimaat boven de Engelse plaats. Belangrijk hierbij om te weten is dat de witte slierten zich alleen onder bepaalde condities vormen. Een enigszins vochtige lucht is een vereiste. Een hemel gevuld met minuscule ijsdeeltjes werkt nog het beste: als het vliegtuig al gevlogen is, kunnen zijn sporen daarin nog uren blijven hangen.
Met deze kennis en het computermodel concluderen de onderzoekers dat ‘s nachts vliegen uit den boze is. In de nacht is er geen zonnestraling en het enige wat de condensatiesporen dan tegenhouden, is de warmte van de aarde en atmosfeer. De opwarming als gevolg van de witte slierten is daardoor ’s nachts groter dan overdag. Sterker nog, schrijven de onderzoekers, nachtvluchten zijn verantwoordelijk voor maar liefst 60 tot 80 procent van de dagelijkse opwarming door de sporen boven de Engelse plaats, terwijl ze maar een kwart van het totaal aantal vluchten per dag vertegenwoordigen.
’s Nachts vliegen in de winter is helemaal onverstandig. Tussen december en februari is de lucht een stuk vochtiger dan in de zomer en hangen er dus meer en langer wollige slierten boven Herstmonceux. Hoewel er in de zomer een stuk meer vliegtuigen heen en weer gaan, weegt dit niet op tegen de veel dikkere sporen die de luchtvaartuigen in de winter achterlaten. Wintervluchten maken slechts 22 procent uit van het totaal aantal jaarlijkse vluchten boven Hertstmonceux, maar zorgen voor de helft van de jaarlijkse gemiddelde opwarming van het plaatselijke klimaat.
Slimme vliegschema’s kunnen volgens de Engelsen helpen opwarming door condensatiesporen te verminderen. Herstmonceux profiteert al van de aangepaste schema’s met weinig nachtvluchten, zeggen de meteorologen. Maar in Zuidoost-Azië vindt volgens hen nog 40 procent van de vluchten ’s nachts plaats en het klimaat heeft daar dan ook meer te lijden. De planning daar enigszins omgooien, zou zo gek nog niet zijn, aldus de onderzoekers.
Remy van den Brand
Nicola Stuber, Piers Forster, Gaby Rädel en Keith Shine, ‘The importance of the diurnal and annual cycle of air traffic for contrail radiative forcing’, Nature, 15 juni 2006.