Ozonlaag en lage ozon

Het gat in de ozonlaag boven Antarctica op 11 september 2003 (NASA).
Zoom
Het gat in de ozonlaag boven Antarctica op 11 september 2003 (NASA).

Er is weer wat meer ozon in de stratosfeer, en dat is mooi. Laag bij de grond vind je deze dagen ook veel ozon, wat dan weer niet zo prettig is.

De ozonlaag, die schadelijke UV-straling tegenhoudt, heeft zich de laatste jaren iets hersteld, meldt het RIVM vandaag. Twintig jaar geleden zag het er bijzonder zorgelijk uit, omdat veelgeproduceerde gassen, met name de chloorfluorkoolwaterstoffen, de laag ozon in hoog tempo afbraken, met grote gaten aan de polen tot gevolg. In 1987 werd de productie van die gassen voor het eerst aan banden gelegd en in de jaren erna is het gebruik bijna helemaal afgebouwd. Dat begint nu effect te hebben, blijkt uit metingen die het RIVM heeft gedaan in de stratosfeer boven Nieuw-Zeeland, op 35 tot 45 kilometer hoogte. Sinds 1997 is de hoeveelheid ozon daar met 3,5 procent toegenomen. Op andere plaatsen op aarde is er nog geen duidelijke toename, maar lijkt de afbraak wel tot staan te zijn gekomen. Meer ozon is mooi, maar niet in Nederland. Daar ontstaat het spul wanneer uitlaatgassen reageren onder invloed van felle zon. Tijdens hittegolven kan deze zogenaamde zomersmog tot luchtwegklachten leiden bij veel mensen. Een echt smogalarm is er deze zomer nog niet geweest. Wel waarschuwde het RIVM op 19 juli voor matige smog, net onder de EU-alarmdrempel van 240 microgram per kubieke meter. Voor vandaag worden waardes tot ongeveer 200 microgram verwacht.