Biobrandstof helpt, een beetje

Soja rijdt schoner dan maïs

Alcohol uit maïskorrels is veruit de meest geproduceerde biobrandstof in de Verenigde Staten.
Zoom
Alcohol uit maïskorrels is veruit de meest geproduceerde biobrandstof in de Verenigde Staten.

Alcohol uit maïskorrels is veruit de meest geproduceerde biobrandstof in de Verenigde Staten. Toch is het veel efficiënter om biodiesel te maken uit sojabonen, stellen Amerikaanse onderzoekers. Maar eigenlijk hebben brandstoffen uit voedselgewassen sowieso weinig toekomst. Gras en hout maken meer kans om aardolie uit de tank te verdrijven.

In 2005 werd in de Verenigde Staten bijna 15 miljard liter alcohol gewonnen uit maïskorrels. Daarmee zou je vijfduizend Olympische zwembaden tot de rand toe kunnen vullen, of alle Amerikanen iedere dag dronken kunnen voeren. Je zou het ook kunnen gebruiken als benzine voor auto’s. Maar niet voor lang, want die 15 miljard liter kan maar 1,72 procent vervangen van de benzine die Amerikanen jaarlijks verbruiken, schrijven vijf onderzoekers deze week in Proceedings of the National Academy of Sciences. En dat is nog een zwaar geflatteerd cijfer ook, want de productie van de alcohol kost natuurlijk ook energie. In het artikel rekenen David Tilman en zijn collega’s voor hoeveel, en ze gaan daarbij verder dan anderen. Naast het planten, bemesten en besproeien van de gewassen, het oogsten, het vervoeren en het verwerken van de maïs rekenen ze ook de energie mee die gaat zitten in het bouwen van fabrieken, boerderijen en landbouwmachines, plus de energie die nodig is om de boeren en arbeiders én hun gezinnen te onderhouden. Al met al levert het maken van maïsalcohol iets meer op dan het kost: zo’n 25 procent. Dat is wat meer dan eerder is beweerd – volgens enkele berekeningen pakte de som zelfs negatief uit – en dat komt volgens de onderzoekers doordat de productie efficiënter is geworden. Maar het is veel te weinig om aardolie overbodig te maken. Zelfs als de totale maïsoogst wordt aangewend voor biobrandstof, daalt het benzineverbruik met niet meer dan 2,5 procent, schrijven Tilman en zijn collega’s. En dat kan niet eens, want er moet natuurlijk ook nog maïs overblijven om veevoer, popcorn en andere etenswaren van te maken. Voor biodiesel uit sojabonen valt de balans heel wat positiever uit. Daaruit wordt volgens de onderzoekers 93 procent meer energie gehaald dan erin wordt gestoken. Het spul is echter nog niet erg populair: vorig jaar werd er 256 miljoen liter van geproduceerd, minder dan een duizendste van het jaarlijkse dieselverbruik in de Verenigde Staten. Als álle Amerikaanse soja tot biodiesel zou worden verwerkt, is er 4,2 procent minder gewone diesel nodig dan nu. Ook dat kan natuurlijk niet, omdat er ook soja nodig is om dieren en mensen mee te voeren. 2,5 Procent minder benzine, 4,2 procent minder diesel; het zijn geen indrukwekkende getallen. En kijk je naar de productie van broeikasgassen, dan is er nog minder reden tot blijdschap. Weliswaar komt bij de verbranding van biobrandstoffen alleen de CO2 vrij die de planten eerder uit de lucht hebben gehaald, maar dat maakt het proces nog niet emissievrij. Tijdens hun groei gaan andere broeikasgassen de lucht in, waaronder N2O. Daarom pakt de balans minder voordelig uit. Maïsalcohol heeft bijna hetzelfde effect als benzine en sojadiesel draagt maar 40 procent minder bij aan de opwarming van de aarde dan gewone diesel, schatten de onderzoekers. En dan zijn er ook nog andere milieu-effecten, zoals de uitspoeling van stikstof en de verspreiding van landbouwgif. Voor de producenten is biobrandstof uit maïs en soja nu rendabel, dankzij subsidies en de hoge olieprijs. Maar op den duur moeten onze auto’s het niet van voedselgewassen hebben, is de conclusie van het artikel. Grassen en houtachtige planten bieden betere kansen, omdat ze op grond groeien die ongeschikt is voor landbouw en bovendien toekunnen met minder mest, gif en moeite. De techniek is nu nog niet zover dat gras en hout rendabele energie leveren, maar dat zal snel veranderen, verwachten Tilman en zijn collega’s. Volgens de nieuwsdienst van Nature is de race onder biotechnologische bedrijven om de technologie te verbeteren inmiddels losgebarsten. Ze steken er honderden miljoenen in. En dat is nodig ook, want de vraag naar brandstof voor vervoer zal de komende vijftig jaar meer dan verdubbelen. Biobrandstoffen zullen daar zeker een grote rol in moeten spelen. Dat vinden ook de overheden in de Verenigde Staten en de Europese Unie. Het Amerikaanse ministerie van Energie mikt op 30 procent gebruik van biobrandstof in 2030. De EU wil in 2010 al op 5.75 procent zitten – drie maal zoveel als nu. Elmar Veerman Jason Hill, Erik Nelson, David Tilman, Stephen Polansky en Douglas Tiffany: ‘Environmental, economic, and energetic costs and benefits of biodiesel and ethanol biofuels’, PNAS Early Edition, 10 juli 2006