Schizo door een parasiet?

Eencellige morrelt aan brein en gedrag

Wat de toxoplasma-parasiet graag ziet...
Zoom
Wat de toxoplasma-parasiet graag ziet...

De toxoplasma-parasiet verandert ratten in kattenliefhebbers, met fatale gevolgen. Bij mensen wordt hij in verband gebracht met schizofrenie. En inderdaad: medicijnen die tegen deze psychiatrische aandoening helpen, onderdrukken ook de kattenliefde van geïnfecteerde ratten. Toeval?

Last van muizen of ratten? Haal een kat in huis. Een luie dikzak voldoet even goed als een fel roofdier, want de geur van het beest is al genoeg om ze weg te jagen. Als de knaagdieren tenminste niet besmet zijn met de parasiet Toxoplasma gondii, want zo'n infectie maakt ratten en muizen actiever en roekelozer. Bovendien krijgen ze er een merkwaardige voorkeur voor de geur van katachtigen door. De kans dat ze eindigen in de klauwen van een kat gaat dus drastisch omhoog. En dat is precies de bedoeling van de parasiet, want hij kan de volgende fase van zijn ontwikkeling alleen maar voltooien in een kattenlijf. Als mens kun je ook door deze parasiet geïnfecteerd raken. Dan heb je toxoplasmose. De ziekteverwekker kan een tijdje moeheid veroorzaken, en soms opgezwollen klieren en spierpijn, maar meestal merk je helemaal niets van zijn aanwezigheid. Ben je eenmaal geïnfecteerd, dan blijft de parasiet levenslang in je lijf zitten, met name in hersencellen. Dit komt verrassend veel voor: naar schatting een derde van de mensen is drager van toxoplasma. Veel kwaad kan dat niet, is de gangbare gedachte Alleen als je immuunsysteem ernstig verzwakt raakt, kan de parasiet gaan woekeren en psychiatrische klachten als verwardheid, angstaanvallen en depressie veroorzaken. Maar misschien is er toch meer aan de hand, schrijven drie Britse infectieziektedeskundigen en een Amerikaanse psychiater deze week in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the Royal Society B. Joanne Webster en collega's, van het Londense Imperial College, en Fuller Torrey, van het Stanley Medical Research Institute in Bethesda (VS), wijzen op een aantal recente onderzoeken. Die suggereren dat een chronische infectie met toxoplasma persoonlijkheidsveranderingen kan veroorzaken, het IQ kan verlagen en het reactievermogen kan aantasten. Bovendien zijn er steeds meer aanwijzingen voor een verband tussen toxoplasmose en schizofrenie, een idee dat Torrey overigens al in de jaren zeventig van de vorige eeuw voor het eerst opperde. Veroorzaakt toxoplasma de wanen en angsten van sommige schizofreniepatiënten, en is het dus - in een deel van de gevallen - een infectieziekte? Definitief bewijs levert ook het onderzoek van Webster en collega's niet, maar hun uitkomsten maken het wel een klein beetje aannemelijker. Ze bestudeerden het effect van drie medicijnen op ratten, met en zonder toxoplasmabesmetting. Eén van die medicijnen, een combinatie van pyrimethamine en Dapsone, wordt normaal gesproken ingezet tegen toxoplasmose. De andere twee, Haldol en valproïnezuur, worden veel voorgeschreven aan schizofreniepatiënten. Elke rat werd in een vierkante kooi van één vierkante meter gezet. In iedere hoek stond een schuilplaats met een bakje voer en een bakje water. Eén schuilplaats was behandeld met urine van de rat zelf. In de tweede rook het naar kattenpis. Schuilplaats drie rook naar konijnenurine, nummer vier was met gedestilleerd water behandeld. Het gedrag van iedere rat werd vier uur lang nauwgezet gevolgd. De onbesmette, onbehandelde ratten gedroegen zich zoals het hoort: ze waren behoedzaam en zaten het liefst in een schuilplaats, waarbij die met het kattenluchtje het minst favoriet was. Dieren met toxoplasma, maar zonder medicijnen, zaten veel vaker en langer in de kattenhoek. Ze zaten veel meer buiten de schuilplaatsen stil en gingen zich daar ook geregeld op hun gemak zitten wassen. In de vrije natuur zouden ze daarmee vragen om moeilijkheden. 'Suïcidaal gedrag', noemen de onderzoekers het zelfs. De drie medicijnregimes verminderden alledrie de kattenliefde van geïnfecteerde ratten. Ook de rest van het gedrag werd normaler, al bleven de dieren wel actiever en uitgaander dan gewone soortgenoten. Opvallend: Haldol was met een haarlengte voorsprong het meest effectief, en dus niet het gebruikelijke middel tegen toxoplasma. Het aantal geïnfecteerde cellen in de hersenen was met Haldol ook het laagste, schrijven de onderzoekers, maar harde cijfers geven ze daar niet bij. Het zou dus goed kunnen dat de werking van de anti-schizofreniemiddelen deels berust op hun anti-parasitaire effect, menen Webster en haar collega's. Dat is weer een aanwijzing voor de mogelijke rol van toxoplasma bij het ontstaan van schizofrenie. Ze willen nu graag onderzoeken of andere middelen uit de psychiatrische praktijk ook kunnen helpen de parasiet te bestrijden - hard nodig, want erg effectief zijn de bestaande middelen niet. En omgekeerd: of andere anti-toxoplasmamiddelen geschikt zijn om patiënten met schizofrenie te helpen. Ook daar zijn betere middelen van harte welkom. Alle gebruikte medicijnen bleken overigens ook effecten te hebben op ratten die níet geïnfecteerd waren. De drie medicijnregimes zorgden dat de ratten zich actiever en riskanter gingen gedragen, bijna net zo als de besmette ratten. De middelen hebben dus ook een direct effect op de hersenen. Van Haldol was dat al lang bekend. Het wordt vaak voorgeschreven als angstremmer. Elmar Veerman J.P Webster, P.H.L. Lamberton, C.A. Donelly en E.F. Torrey: 'Parasites as causative agents of human affective disorders? The impact of anti-psychotic, mood-stabilizer and anti-parasite medication on Toxoplasma gondii's ability to alter host behaviour', Proceedings of the Royal Society B, 18 januari 2006