Het lijkt zo logisch. Stop biobrandstof in je tank en red de planeet. Geen afhankelijkheid meer van slinkende olievoorraden, en als extra bonus een verminderde uitstoot van broeikasgassen. Dat komt omdat biobrandstof wordt gemaakt van gewassen die zelf net zoveel koolstofdioxide opnemen als er bij de verbranding vrij komt.
Maar zo eenvoudig is het niet. Er woedt al geruime tijd een debat over het groene karakter van bio-ethanol, alcohol afkomstig van de vergisting van gewassen als maïs en suikerriet. Zo is er volgens een aantal critici meer energie nodig om bio-ethanol te máken, dan het uiteindelijk tijdens de verbranding oplevert. In het tijdschrift Science van deze week houdt een groep Amerikaanse onderzoekers de zes voornaamste studies naar de kosten en de baten van bio-ethanol op basis van maïs tegen het licht.
De onderzoekers, onder leiding van Alex Farrell en Daniel Kammen van de Universiteit van Berkeley (Californië), ontdekten dat in sommige studies gebruik is gemaakt van gegevens die nu achterhaald zijn. Ook wordt er niet altijd rekening gehouden met het feit dat ethanolproductie een aantal economisch interessante bijproducten heeft, zoals veevoer en plantaardige oliën. Als je dat allemaal meeneemt in de rekenpartij, betogen de onderzoekers, dan valt de energiebalans in het voordeel van bio-ethanol uit. Voor de productie van ethanol is maar liefst 95 procent minder ruwe olie nodig dan voor de productie van eenzelfde hoeveelheid benzine, schrijven ze.
Effect op het milieu is er ook. Door bio-ethanol te gebruiken in plaats van benzine vermindert de uitstoot van koolstofdioxide in de atmosfeer met 13 procent. Geen schokkende afname, vinden ook de onderzoekers, maar desalniettemin een bijdrage aan de vermindering van broeikasgassen.
Sommige mileu-effecten van de grootschalige teelt van gewassen voor biobrandstof zijn trouwens nog niet in kaart gebracht, constateren de onderzoekers. Dan gaat het onder meer om het gebruik van grote hoeveelheden kunstmest en de inzet van landbouwapparatuur, het effect van het omzetten van bos in landbouwgrond en bodemerosie als gevolg van de intensieve gewasteelt.
"Mensen die zeggen dat ethanol slecht is [voor het milieu], hebben het bij het verkeerde eind," aldus Daniel Kammen, een van de hoofdauteurs. "Maar het is geen grote overwinning," relativeert hij onmiddellijk.
De onderzoekers verwachten in de toekomst veel van de omschakeling op andersoortige gewassen, zoals het vezelige vingergras en wilg. Daarbij wordt niet, zoals bij maïs, zetmeel door vergisting omgezet in alcohol, maar wordt alcohol verkregen uit de afbraak van cellulose. Voorlopig is cellulose-alcohol nog te duur voor economisch rendabele productie, maar de onderzoekers denken dat dat de komende vijf jaar gaat veranderen.
Bio-ethanol kan gebruikt worden als toevoeging aan conventionele brandstof. In de Verenigde Staten werd in 2004 zo'n 2 procent bio-alcohol bij de benzine gemengd. Zowel de VS als de Europese Unie streeft naar 5 procent bijmenging in 2010. Een aantal autofabrikanten levert sinds een jaar of twee zogeheten 'flexauto's', die op verschillende mengsels van ethanol en conventionele brandstof kunnen rijden. Een chip in de brandstoftank registreert de samenstelling van het mengsel, en stelt de motor daar op af.
In een hoofdredactioneel commentaar in het tijdschrift Science schrijft Steven Koonin, hoofd wetenschap van oliegigant BP, dat op den duur 30 procent van de brandstofbehoefte in de wereld op een verantwoorde manier door bio-ethanol gedekt kan worden. En Koonin is niet de enige optimist: Microsoft miljardair Bill Gates investeerde royaal in de ontluikende industrie.
Een routekaart naar de ethanoltoekomst wordt in hetzelfde nummer van Science uiteengezet door een groep auteurs onder leiding van Arthur Rugauskas. Aan de horizon zien Rugauskas en collega's hoogtechnologische bioraffinaderijen, waar niet alleen bio-ethanol wordt gemaakt, maar ook commerciële bijproducten zoals smeerolie en kunststoffen. Met moderne genetische technieken moet de opbrengst van gewassen zo hoog mogelijk worden. De onderzoekers denken bijvoorbeeld aan het manipuleren van de fotosynthese, het proces waarbij de plant licht omzet in groeienergie. Dat gaat van nature niet erg effciënt: een gemiddelde plant gebruikt slechts 2 procent van het invallend licht. Daar moet winst te behalen zijn, denken de onderzoekers.
We zijn geneigd om de oliecrisis uit de jaren zeventig te vergeten, schrijven de auteurs, net als de brandstofpaniek die uitbrak nadat de orkaan Katrina een aantal olieplatforms had verwoest. Maar het zijn de boodschappers van een onvermijdelijke toekomst, waarin onze brandstofhonger groter zal blijken te zijn dan de voorraden fossiele brandstof. En: "Voordat we in het donker bevriezen, moeten we ons voorbereiden op de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame biobrandstof" aldus de auteurs.
Jacqueline de Vree
Steven Koonin, 'Getting serious about biofuels', in: Science, 27 januari 2006.
Daniel Kammen et al, 'Ethanol can contribute to energy and environmental goals', in: Science, 27 januari 2006.
Arthur Ragauskas et al, 'The path forward for biofuels and biomaterials', in: Science, 27 januari 2006.