Tara Stoinski maakt het internationale gebaar voor ‘OK’: een rondje gevormd door duim en wijsvinger, de overige vingers losjes omhoog. Hoewel, internationaal? “In Brazilë ontdekte ik dat het gebaar op wordt gevat als een forse belediging,” vertelt Stoinski. Typisch een voorbeeld van streekgebonden cultuur, zegt Stoinski, tradities die alleen binnen een bepaalde groep worden doorgegeven. Bij mensapen, onze naaste verwanten is het niet anders, betogen verschillende onderzoekers op een symposium over culturele diversiteit bij mensapen. Ook zij houden er verschillende culturele tradities op na.
Grote afwezige op het symposium over apencultuur in St. Louis, VS, was Frans de Waal, bonobo-kenner. Deze van oorsprong Nederlandse apenspecialist, al vele jaren werkzaam bij het Emory primatencentrum in Atlanta, maakte met boeken als ‘Bonobo: de vergeten aap’ dit neefje van de chimpansee bij een groot publiek in Nederland bekend.
Chimpanseespecialist Andrew Whiten, organisator van het symposium, vertelt dat De Waal wel was uitgenodigd, maar verhinderd was. De drie andere mensapen hebben wel elk een vertegenwoordiger op het symposium: de van oorsprong Nederlandse diergedragskundige Carel van Schaik (universiteit van Zurich) sprak over orang oetans, Tara Stoinski van de Diane Fossey-foundation voerde het woord voor de gorilla’s en Whiten zelf (Universiteit van St Andrew, UK) belichtte de culturele aspecten van het chimpanseeleven. “Een halve eeuw geleden wisten we zo goed als niks van al deze mensapen,” begint Whiten zijn inleiding. “En nu ontdekken we meer en meer hoeveel deze apen eigenlijk gemeen hebben met de mens.”
Vele jaren van geduldige observaties van apen in het wild en in gevangenschap, leidden tot een conclusie die tien jaar geleden nog ondenkbaar werd geacht, maar nu als een paal boven water staat: mensapen bezitten cultuur. Ze geven tradities aan elkaar door, die bovendien per streek kunnen verschillen. Zoals de Nederlander met onnozele rijmpjes Sinterklaas viert, de Hindoe tijdens het Holyfeest met gekleurd poeder strooit, en moslims langdurig vasten tijdens de ramadan, zo verschillen ook apengewoontes per streek van elkaar. Allemaal cultuur, allemaal tradities.
Neem bijvoorbeeld de chimpansees, de apen van Andrew Whiten. In het grootste deel van West Afrika gebruiken de dieren werktuigen als stokken en stenen om noten mee te kraken, vertelt hij. Maar Oost Afrikaanse chimps doen dat niet, ook al is hun leefomgeving evenzogoed bezaaid met potentiële werktuigen. Wetenschappers hebben zich lange tijd in allerlei bochten gewrongen om dat verschil te verklaren met genetische of ecologische variaties, om maar niet in de troebele wateren van zoiets als ‘apencultuur’ te hoeven komen. Want cultuur, dat is van ons: de mens.
Maar genetische en omgevingsfactoren zijn niet genoeg om te verklaren waarom twee nagenoeg identieke chimpanseepopulaties, slechts van elkaar gescheiden door een rivier, zulk ander gedrag vertonen. De groep aan de ene zijde van de rivier kraakt zijn noten met gereedschap, de groep aan de overkant heeft dat trucje duidelijk nog niet onder de knie. Cultuur, zegt Whiten, is het vermogen om te leren door imitatie. Daardoor ontstaan tradities die de leden van de ene groep wel aan elkaar doorgeven, en de andere niet. En dat zie je dus ook bij de chimps.
Om te bewijzen dat chimpansees daadwerkelijk zulke tradities aan elkaar doorgeven, zette Whiten een experiment op. Hij leerde twee groepen chimpansees in gevangenschap elk een ander trucje om voedsel te voorschijn te halen uit een ingenieus afgesloten doosje. In het ene geval moest een hendeltje worden overgehaald, in het andere geval moesten de apen met een stokje in een gaatje peuteren voor het voedsel te voorschijn kwam. Whiten leerde de truc telkens aan een van de dominante apen uit de groep. Binnen de korste keren hadden de andere apen in de twee groepen door hoe ze, ieder op een andere manier, het weerbarstige doosje te lijf moesten gaan.
Bij chimps zijn in de loop der jaren ongeveer 40 verschillende tradities in kaart gebracht, vertelt Whiten, gebruiken die per groep en per streek kunnen verschillen. Van werktuiggebruik tot verschillende manieren om elkaar te vloeien, van de wijze waarop de apen voedsel verzamelen tot de manieren waarop ze elkaar het hof maken.
Ook orang oetans hebben een breed arsenaal aan tradities, vertelt gedragsbioloog Carel van Schaik. Hij bestudeerde de rode mensapen van 1992 tot 1997 in de Kluet moerasbossen (“Een hel voor onderzoekers”) op Sumatra, en schreef er het boek ‘Among Orangutans’ over. Een opmerkelijk staaltje cultuurverschil zag hij in de manier waarop de apen de vrucht van de Neesiaboom eten. Dat is een vrucht ter grootte van een vuist met een keiharde bast en onaangenaam prikkend vruchtvlees, met daarin verscholen een rijtje eetbare rode besjes.
Orang oetans in twee naburige gebieden, het Singkilmoeras aan de ene zijde van de Alas rivier, en het Batu Batu-moeras aan de andere zijde, blijken de vrucht elk op hun eigen wijze te lijf te gaan. De dieren aan de ene kant van de rivier breken de harde bast open door een stokje tussen de twee helften te steken. Met hetzelfde stokje worden vervolgens de rode besjes eruit gepeuterd. Aan de overzijde van de rivier breken de dieren de vrucht met handen en voeten open. En dan is er ook nog een gebied waar de orang oetans de vruchten gewoon negeren, klaarblijkelijk niet bewust van het lekkers dat erin verstopt zit.
Tara Stoinski van de Diane Fossey-foundation heeft het met haar apen, de gorilla’s, een stuk moeilijker dan Van Schaik en Whiten. Gedragsobservaties van wilde gorilla’s zijn zeldzaam, en daarom verzon Stoinski een list om gorillacultuur toch in kaart te brengen. Ze stelde een lijst op met 75 verschillende soorten gebruiken en gedragingen, en stuurde die op naar alle dierentuinen ter wereld die gorilla’s huisvesten. Sommige vormen van gedrag bleken wijd verspreid onder de dierentuingorilla’s, maar in een groot aantal gevallen was er sprake van culturele diversiteit. Gebruiken die voor de ene groep gorilla’s doodnormaal waren, kwamen bij groepen in andere dierentuinen helemaal niet voor. Dat waren overigens voornamelijk sociale gedragingen - apen in gevangenschap verkeren nu eenmaal in de luxepositie dat ze niet voortdurend op jacht hoeven, en hebben dus alle tijd om zich te vermaken met ‘small talk’, verklaart Stoinski.
Alle onderzoekers benadrukken de kritieke situatie waarin de mensapen zich bevinden. De orang oetans worden met uitsterven bedreigt door massale houtkap in hun woongebieden op Borneo en Sumatra, de chimps staan maar al te vaak als ‘bushmeat’ op het Afrikaanse menu, en de gorilla’s verdwijnen ook in hoog tempo. Als we niet oppassen, zo waarschuwen de onderzoekers, verspelen we de unieke mogelijkheid om onze meest naaste verwanten goed te leren kennen, en daarmee de oorsprong van onze eigen cultuur.
Jacqueline de Vree