Achter de tafel in de perskamer nemen een voor een vijf vrouwen plaats. De verslaggever controleert of ze wel op de goede plek zit. Ja, heus, in deze zaal vindt echt de persconferentie plaats over astrobiologie. Over de zoektocht naar buitenaards leven zal het gaan, over het kosmische afluisterproject SETI, en er zal een shortlist gepresenteerd worden van sterren waar de kans dat er een aardachtige, bewoonbare planeet om heen cirkelt, het grootst is.
Ook op het bijbehorende symposium, later die dag, zijn alleen vrouwelijke sprekers. Je zou haast denken dat marsmannetjes, aliens of wat het ook mag zijn dat de rest van ons heelal bevolkt, de nieuwe 'great apes' zijn. Het onderzoek naar mensapen is immers decennialang gedomineerd door vrouwelijke onderzoekers: Jane Goodall (chimpansees), Dian Fossey (gorilla's) en Birute Galdikas (oerang oetans). Kiezen vrouwen massaal voor astrobiologie vanwege hun empathisch vermogen om zich in te leven in een ander, zelfs als die groen is en afkomstig van een andere planeet?
Nee, de reden dat er alleen vrouwen deelnemen aan het symposium en de persconferentie is een heel andere, vertelt een strijdlustige Jill Tarter, directeur van het SETI-onderzoeksinstituut. “Op het laatste symposium over astrobiologie dat ik bezocht, waren alleen mannelijke sprekers. Niet leuk voor de vrouwen die in de zaal zaten. Daar zei ik wat van, maar de organisatoren antwoorden dat dit nu eenmaal de beste onderzoekers waren.” Kletskoek, meent de vrouw die model stond voor Jodie Fosters’ personage in de film ‘Contact’. Toen Tarter zelf de kans kreeg een symposium te organiseren, stelde ze dan ook een lijst op met louter vrouwelijke sprekers. “Ik had verwacht dat ik stevig commentaar zou krijgen op mijn sprekerslijst, maar nee.”
En daar is ook geen enkele reden voor, want het zijn allemaal gerenommeerde onderzoeksters. Pascale Ehrenfreund bijvoorbeeld, hoogleraar astrobiologie aan de Universiteit van Leiden. Ze vertelt over het onderzoek naar complexe koolstofmoleculen in het heelal. “We denken dat het leven op aarde uniek is. Maar je ziet dat overal, in kometen, meteorieten, dezelfde chemische reacties plaatsvinden als hier op aarde. Er is dus geen enkele reden om aan te nemen dat we de enige levende wezens in het heelal zijn.”
Ehrenfreund gaat er, net als de meeste astrobiologen, vanuit dat buitenaards leven veel overeenkomsten zal hebben met levensvormen zoals we die op aarde kennen. Gebaseerd op koolstof, en met dezelfde moleculaire bouwstenen, zoals eiwitten en DNA. ‘Life as we know it’, heet dat. Filosofe Carol Cleland (Universiteit van Colorado, Boulder) legt de horizon een stuk verder. “De vraag is hoe je leven definieert. En het aardse voorbeeld zou onze blik wel eens kunnen beperken. We moeten juist op zoek gaan naar anomalieën, voorbeelden van ‘life as we nót know it’.” Daarvoor is een filosofische definitie nodig van wat we precies onder leven verstaan, meent Cleland.
Een stuk praktischer ingesteld is de jonge astrobiologe Margaret Turnbell (Carnegie Instituut, Washington). Op basis van de Hipparcos sterrencatalogus, waarin meer dan honderdduizend sterren zeer gedetailleerd in kaart zijn gebracht, stelde ze een shortlist samen van zogeheten ‘hab-stars’ (habitable stellar systems), sterren waarvan het waarschijnlijk is dat er planeten omheen cirkelen waar leven mogelijk is. Om in aanmerking te komen voor de shortlist moesten de sterren aan een flink aantal voorwaarden voldoen. Ze moesten tenminste drie miljard jaar ouder zijn - het leven op aarde is immers ook niet in zesduizend jaar ontstaan - en hooguit anderhalf keer zo groot zijn als onze zon. Sterren die groter zijn dan dat branden domweg te snel op om leven op een van hun begeleidende planeten mogelijk te maken. De sterren moesten bovendien voldoende ijzer bevatten, tenminste half zoveel als de zon. Ook moest het redelijk rustig zijn in de buurt, zodat levensvormen zich ongestoord kunnen ontwikkelen op een planeet met een stabiel klimaat. Dubbelsterren vielen daarom af - die verstoren de banen van de bijbehorende planeten - net als variabele sterren die veel zonnevlammen uitspuwen.
Nummer een in de lijst van Turnbell is de ster beta CVn, een ster die 26 lichtjaar ver weg staat in de constellatie Canes Venatici (de Jachthonden). Ook in de topvijf staat 51 Pegasus, de ster waarbij Zwitserse astronomen in 1995 de allereerste planeet buiten ons zonnestelsel hebben waargenomen. Dat was overigens een gasvormige, Jupiter-achtige planeet, waar leven zo goed als onmmogelijk is, maar Turnbell vermoedt dat 51 Pegasus ook aardachtige begeleiders heeft. Dit zijn het soort sterren waar SETI, het kosmische afluisterproject naar sporen van buitenaardse intelligentie, zijn oren naar moet richten, is Turnbells’ boodschap. Want als er ergens intelligent leven mogelijk is, dan is het wel op planeten rond dit soort sterren. “Dit zijn de plaatsen waar ik zou willen wonen als God onze planeet op een andere plek in het heelal zou hebben neergezet,” zegt Turnbell.
Naast SETI staat een ander project klaar op de tekentafel van de NASA: de Terrestial Planet Finder. Die missie zou in 2016 van start moeten gaan, en aardachtige planeten rond andere sterren in kaart moeten brengen. Maar het tij zit de astrobiologen niet mee. De budgetten van de NASA worden vanaf 2007 met 30 procent gekort, en de Terrestial Planet Finder is voor onbepaalde tijd in de koelkast gezet.
Zijn al die vrouwelijke sprekers daarom niet ook vooral een PR-signaal? Met de slinkende budgetten voor het astrobiologisch onderzoek kan wat extra aandacht in de pers natuurlijk geen kwaad. Jill Tarter reageert oprecht naïef. "Zou je denken?", antwoordt ze op de vraag of al die vrouwen niet ook voor extra media-aandacht zullen zorgen. "Daar heb ik nou nog nooit bij stil gestaan".
Jacqueline de Vree