Cellen beter dan proefkonijn

Standaard konijnentest voor cosmetica geeft onjuiste resultaten

De Draize-test: voordat wij een crèmepje op het gezicht kunnen smeren, wordt het voor onze veiligheid eerst getest op een konijn.
Zoom
De Draize-test: voordat wij een crèmepje op het gezicht kunnen smeren, wordt het voor onze veiligheid eerst getest op een konijn.

Een konijnenoog is geen mensenoog. Toch geldt dat eerste als de standaard, als het gaat om het testen van cosmetica. Onderzoeker Bart De Wever toonde echter aan dat het konijn het soms bij het verkeerde eind heeft. Sommige cosmetische ingrediënten irriteren het konijnenoog niet, maar zijn wel degelijk vervelend voor menselijke oogcellen.

Zelfs als je niet echt van konijnen houdt, krijg je een brok in je keel. Foto's op de websites van dierenactivisten tonen afgeschoren vachten, rode vellen waardoorheen de botten zichtbaar zijn en oogjes met blaren vol pus. En dat niet eens om levens te redden, maar om te voorkomen dat wij pusblaren krijgen, als we per ongeluk wat dagcrème of shampoo in onze ogen smeren. Gelukkig zijn er onderzoekers zoals Bart De Wever, die hard werken aan meer menselijke alternatieven voor deze dierproeven. De Wever deed dat letterlijk. In plaats van voor hele dieren, koos hij in zijn promotieonderzoek voor cellen. Hij testte verschillende ingrediënten van cosmetica op weefselkweken van menselijk hoornvlies. De Wever promoveerde eind vorige week aan de Universiteit van Maastricht. Uit de internationale databank ECETOC met beschrijvingen van 130 verschillende stoffen - ook wel 'de bijbel van de toxicologie' genoemd - selecteerde De Wever twintig cosmetische ingrediënten. Hij koos zowel stoffen die als niet-irriterend, matig irriterend en als zeer sterk irriterend te boek stonden. De Wever wilde simpelweg weten of hij met zijn cellen de niet-irriterende van de matig en sterk irriterende stoffen kon scheiden. Zou dat lukken, dan had hij bewezen dat zijn kweken als alternatief voor dierproeven werkten. De testen werden uitgevoerd in de labs van vier farmaceutische bedrijven. Dergelijke bedrijven kunnen baat hebben bij De Wever's onderzoek, want weefselkweken zijn goedkoper dan dieren. De weefsels in de kweekschaaltjes reageerden hetzelfde als de proefdieren, waarop de gegevens in de toxicologische databank zijn gebaseerd. Hoewel... het gekweekte hoornvlies reageerde op drie stoffen anders. Hadden ze in de databank het label niet-irriterend gekregen, het hoornvlies van De Wever raakte wel degelijk van slag. "Dat was vreemd", zegt de onderzoeker. "Het ging hier immers om een internationale databank, die wordt gebruikt door producenten over de hele wereld. Een stof die in 'de bijbel' als niet-irriterend staat, kan gewoon in cosmetische producten worden verwerkt. Blijkt die echter wel tot jeuk en branderige gevoelens te leiden, dan is de test die daarvoor wordt gebruikt niet goed. Dat is een kwalijke zaak." De drie stoffen werden ook getest op koeienogen en op slakken - twee andere alternatieven voor konijnenoogjes - en het resultaat was hetzelfde. Ook die konden er niet tegen. Dit kon volgens hem maar één ding betekenen: de 'Draize-konijnentest', dé huid- en oogirritatieproef, is onbetrouwbaar. Het is dus niet alleen zielig dat konijnen worden opgeofferd, het is ook zinloos. Want hun ogen reageren blijkbaar niet altijd hetzelfde als de onze. Het resultaat is dat de hoornvliestest van De Wever nu als alternatief voor de konijnen op het bureau ligt van het ECVAM, het Europese centrum voor de validatie van alternatieve methoden. Maar voordat het konijn weer kan huppelen en De Wever's test de standaard is, moeten de Europese lidstaten worden overtuigd en richtlijnen worden opgesteld. De Wever: "Maar ik heb goede hoop. Vanaf 2009 mogen in de hele EU geen cosmetische producten meer worden verkocht die zijn getest op proefdieren. Daarnaast is er het REACH-programma. Dat betekent dat 30.000 chemische stoffen die in van alles en nog wat worden gebruikt, moeten worden gecontroleerd op giftigheid. Ouderwets geredeneerd zijn daar vier miljoen proefdieren voor nodig en het kost 2,5 miljard euro. Zouden we alle laboratoria in Europa hiervoor fulltime gebruiken, dan zouden we pas klaar zijn in 2057. Een vrijwel ondoenlijk karwei. Dus goedkope, snelle en diervriendelijke alternatieven zijn hard nodig." Remy van den Brand