“Toen ik nog op school zat, was me wel duidelijk wat een ‘soof’ was. Ze waren meestal zwaar op de hand: bogen van de mondhoeken richting aarde en wenkbrauwen richting hemel. Vrouwelijke exemplaren herkende je aan knotjes, lange rokken en wijde verhullende jasjes, het liefst in lila, de mannelijke met name aan het dragen van sandalen in de winter. Wanneer de visuele kenmerken niet duidelijk genoeg waren, kon je altijd nog ruiken of er een echte ‘soof’ in de buurt was. De echten gingen namelijk niet graag in bad.” Aldus de moeder van een kind dat naar een Vrije School gaat. Ze wordt geciteerd in het proefschrift van Dieneke Schram-Bijkerk, die voor haar promotieonderzoek onder meer met een stofzuiger langs antroposofische huishoudens trok.
Haar onderzoek maakt deel uit van een groter project in vijf Europese landen – Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Zweden en Zwitsterland. “Dat project draait voor de helft om de vraag of kinderen uit antroposofische gezinnen minder last hebben van allergie en astma dan andere kinderen. En zo ja, aan welke factoren dat ligt”, vertelt ze. “Uit Zweeds onderzoek waren aanwijzingen in die richting, en ons werk bevestigt dat: bij scholieren op Vrije Scholen komt een kwart minder allergie voor dan bij leeftijdsgenootjes die naar andere scholen in de omgeving gaan.”
De relatie tussen allergie en astma is niet één op één, legt ze uit. Bij zes tot acht van de tien kinderen met een piepende ademhaling wordt de luchtwegvernauwing veroorzaakt door een allergische reactie. Allergie is een overdreven reactie van het afweersysteem op stoffen die van zichzelf weinig schade kunnen aanrichten. Stuifmeel (pollen) is wat dat betreft berucht en ook uitwerpselen van de huisstofmijt en huidschilfers van katten zijn goed in het uitlokken van allergische reacties. Waarom leidt de ene leefwijze tot meer allergie dan de andere? De groots opgezette studie geeft daar helaas geen helder antwoord op, zegt de promovendus.
“Er wordt alweer een hele tijd vermoed dat te weinig blootstelling aan viezigheid allergie in de hand werkt”, zegt Schram-Bijkerk. “Dat is de bekende ‘hygiëne-hypothese’. Maar in hoeverre dat klopt, en om welk soort viezigheid het gaat, is nog steeds niet goed duidelijk. Ik heb het stof uit een heleboel huizen geanalyseerd, en wat bleek: er waren geen duidelijke verschillen tussen antroposofische huishoudens en ‘gewone’ huizen. De hoeveelheid bacteriën, huisstofmijtenpoep, schimmelstoffen, irriterende deeltjes van honden: het was allemaal ongeveer hetzelfde, en dus geen goede verklaring voor verschillen in allergie. Kattenschilfers vonden we wel iets meer bij de antroposofen, maar bij eerdere onderzoeken werden die zowel in verband gebracht met meer als minder kans op allergie.”
Waar zit het ‘m dan wél in? “Het zou kunnen liggen aan spaarzaam gebruik van antibiotica en vaccinaties. Kinderen die niet waren ingeënt tegen de mazelen, maar de ziekte zelf hadden gekregen, leken minder vaak allergisch te zijn, al was dat niet significant. En voor antibiotica geldt, dat die vooral in het eerste jaar de kans op latere allergie lijken te vergroten. We denken dat dat komt doordat ze de darmflora verstoren. En die speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het afweersysteem. Misschien dat ook voeding van belang is, want die heeft natuurlijk ook invloed op de bacteriën in de darmen.”
En hoe zit het met parasitaire wormen? De afgelopen jaren zijn de bewijzen steeds sterker geworden dat wormen die zich in de darmen vestigen, het afweersysteem manipuleren, met als bijeffect een sterk verminderde kans op allergie. “Daar hebben we wel naar gevraagd, maar voor zover ik weet zijn die antwoorden nog niet geanalyseerd”, reageert Schram-Bijkerk. “De nadruk lag in dit onderzoek niet op wormen. Ik verwacht er ook niet zoveel van, want worminfecties hier zijn van een heel andere orde dan in Gambia, waar sterke effect en op allergie werden gevonden.”
De andere helft van het onderzoek concentreerde zich op boerenkinderen. Hun kans op allergie is nog lager: de helft van het gemiddelde. Ook hier kon het stof niet de hoofdoorzaak van het verschil zijn, vonden de onderzoekers. Maar aan antibiotica of vaccinaties lag het ook niet. Het drinken van rauwe melk gooide veel hogere ogen als verklaring. Dat lijkt flink te beschermen tegen allergie. Misschien door de bacteriën die erin zitten, of door het vet, oppert de promovendus in haar proefschrift, maar meer dan statistische verbanden kan dit onderzoek niet leggen.
Niet iedereen heeft trouwens zoveel onderzoek nodig om te verklaren hoe het zit met astma en allergie, ondervond de promovendus. Ze citeert in haar proefschrift een tweede moeder, die haar schreef: “Ik vind het heel logisch dat kinderen van boerderijen en uit antroposofische families minder last hebben van astma. Astma is een aandoening die op geestelijk of zielsniveau te maken heeft met ruimte(beknotting). De ruimtebeknotting is de oorzaak van astma, het stof is het middel wat dan als katalysator werkt. Kinderen op boerderijen hebben vaak heel veel ruimte om zich heen. Ook kinderen uit antroposofische gezinnen krijgen veel speelruimte, vaak niet letterlijk, maar wel figuurlijk, in de zin van drie kleuterschooljaren, waarin echt gespeeld mag worden.”
Elmar Veerman
Dieneke Schram-Bijkerk promoveert op 16 februari aan de Universiteit Utrecht. Haar proefschrift heet “Microbial agents, allergens and atopic diseases – contributions to the PARSIFAL study”