Stijging zeespiegel onderschat

Een meter extra water zit er dik in

Bij het ontwerpen van de deltawerken is met een structurele stijging van de zeespiegel geen rekening gehouden.
Zoom
Bij het ontwerpen van de deltawerken is met een structurele stijging van de zeespiegel geen rekening gehouden.

Bijna anderhalve meter extra zeewater in het jaar 2100. Dat is een angstaanjagende, maar reële verwachting, concludeert klimaatonderzoeker Stefan Rahmstorf. Eerdere computermodellen onderschatten de stijging die de afgelopen jaren al is opgetreden, zegt hij. Zijn model past wél goed bij de observaties.

Het feit dat een groot deel van de Nederlanders onder zeeniveau woont, leidt in het buitenland vaak tot een mengeling van bewondering en afkeuring. Heel daadkrachtig en moedig om al dat land op het water te veroveren, maar is het niet verschrikkelijk gevaarlijk? Wat als er een dijk doorbreekt? Nederlanders zelf lagen er tot voor kort niet wakker van. Maar de stijging van de zeespiegel dreigt onze nachtrust te verstoren. Hoeveel wordt het? Minimaal negen centimeter in een eeuw, volgens het derde rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), dat in 2001 verscheen. En maximaal 88 centimeter, schatte deze denktank van klimaatwetenschappers toen. In februari 2007 verschijnt editie vier van het rapport. De kladversie daarvan is onder deskundigen al in omloop. Daarin wordt een tamelijk geruststellende zeespiegelstijging van maximaal 44 centimeter voorspeld. Maar helaas, de voorspelling wordt de komende maanden weer naar boven bijgesteld, aldus klimatoloog Stefan Rahmstorf, de hoofdauteur van de voorspellingen in het rapport. Rahmstorf, die werkt aan het Instituut voor Klimaatimpact-onderzoek in Potsdam (Duitsland), publiceert op de website van Science alvast een voorspelling die er niet om liegt. In het jaar 2100 is de zeespiegel minimaal een halve, en maximaal bijna anderhalve meter hoger dan hij in 1990 was, schrijft Rahmstorf. Hij komt tot die voorspelling door een andere benadering te kiezen dan tot nu toe gebeurde. Eentje die in zekere zin grover is, maar desondanks wel geloofwaardiger resultaten oplevert. In vorige berekeningen deden alleen bekende effecten van een opwarmende wereld mee. Als water warmer wordt, zet het uit, dat is één. Meer warmte betekent ook dat er meer ijs zal smelten. Als dat ijs op zee dreef, maakt dat voor de zeespiegel niet uit, maar landijs dat in zee terechtkomt, leidt natuurlijk wél tot een hoger zeeniveau – ook als het niet meteen smelt. De optelsom van deze effecten leidde tot de verwachting dat het wel mee zou vallen met dat oprukkende water. Klein minpuntje: de stijging die inmiddels werd waargenomen, paste niet in dat plaatje. En zelfs maar net bij het ergste scenario uit het rapport van 2001, schrijft Rahmstorf: “Sinds 1990 heeft de zeespiegel de allerbovenste onzekerheidslimiet gevolgd uit het derde IPCC-rapport, en dat was gebaseerd het scenario met de hoogste emissies, gecombineerd met de hoogste klimaatgevoeligheid en de toevoeging van een ad-hoc hoeveelheid voor ‘ijsplaatonzekerheid’.” Kortom: als het zo doorgaat, stevenen we regelrecht op die 88 centimeter extra zeewater af. Het model van Rahmstorf breekt met het idee dat je moet snappen wat er gebeurt om een goede voorspelling te kunnen doen. Hij correleert simpelweg de wereldwijde temperatuurstijging van de afgelopen 135 jaar aan de stijging van het zeewaterniveau. De zee stijgt namelijk al die tijd al: zo’n twintig centimeter in totaal. Maar niet met een constante snelheid. Een eeuw geleden kwam er een millimeter per jaar bij, tegenwoordig ongeveer drieënhalve millimeter per jaar. En straks? Dat is erg onzeker, benadrukt Rahmstorf. Het zou kunnen dat allerlei processen een lange aanlooptijd hebben, en nu pas goed op gang komen. Het sneller de zee in glijden van gletsjers bijvoorbeeld, doordat smeltwater de wrijving vermindert, of het makkelijker in zee glijden van landijs omdat er geen grote ijsbergen meer in de weg liggen. Aan de andere kant kan het ook zo zijn dat het ijs op bergen gewoon opraakt, zodat daarvan op den duur juist minder water in zee terechtkomt. Het is in ieder geval bijzonder onwaarschijnlijk dat de zee de komende eeuw lángzamer zal stijgen. In het jaar 2100 zal de zee dus minimaal 35 centimeter boven het niveau van 2000 staan. Aangenomen dat de wereldtemperatuur tussen 1990 en 2100 met vijf graden Celsius omhoogschiet, zoals het IPCC bij ongewijzigd beleid waarschijnlijk acht, ligt het in de rede dat de zee bijna anderhalve meter hoger komt. Daar zijn onze dijken, duinen en deltawerken niet tegen opgewassen. Daarna is het trouwens nog lang niet afgelopen. Een temperatuurstijging met één graad heeft uiteindelijk een zeespiegel stijging van tien tot dertig meter tot gevolg, schat Rahmstorf op basis van bewijzen uit lang vervlogen tijden. Tijdens het hoogtepunt van de laatste ijstijd was de aarde vier tot zeven graden koeler dan nu en lag de zeespiegel 120 meter lager. Drie miljoen jaar geleden was het juist twee à drie graden warmer dan op dit moment. De zee stond toen 25 tot 35 meter boven NAP. Elmar Veerman Stefan Rahmstorf: ‘A semi-empirical approach to projecting future sea-level rise’, Sciencexpress, 14 december 2006