Rare walvis
Uitgestorven zeezoogdier sticht nieuwe familie

- Zoom
- Janjucetus hunderi was een walvis, maar geen grote: zijn schedel meet 46 centimeter en zijn hele lijf was niet meer dan 3.5 meter lang. (Rodney Start, Museum Victoria)
Een 25 miljoen jaar oude schedel met scherpe tanden werpt nieuw licht op de evolutie van baleinwalvissen. Er zijn nog meer fossielen van deze uitgestorven familie gevonden, onthult de Australische paleontoloog Erich Fitzgerald. Hij is drie jaar bezig geweest met het voorzichtig uithakken van de walvisschedel.
‘Bizar’, dat woord zie je niet vaak in de titel van een wetenschappelijk artikel. Paleontoloog Erich Fitzgerald gebruikt het deze week in Proceedings of the Royal Society B. Hij vindt dat meer dan gerechtvaardigd, want het is een bijzondere walvisschedel waarover hij schrijft: “Een uniek fossiel! Nou ja, om eerlijk te zijn hebben we nog meer, maar dat is een ander verhaal... Er zijn nu fossielen gevonden van nog minstens drie andere soorten walvissen, allemaal uit deze zelfde, nieuwe familie. Maar daarover staat nog niets op papier, dus ik ga niet in details treden.”
Fitzgerald begon in 2003 te werken aan een rotsblok dat al jaren in het Museum Victoria in Melbourne lag. Niet als eerste, vertelt hij: “Een jonge surfer vond het eind jaren negentig aan de kust bij het gehucht Jan Juc. Hij zag dat er een schedel in zat en waarschuwde zijn vader, een natuurliefhebber. Die belde het museum. ‘Oké, kom ‘m maar brengen’, kreeg hij te horen. En dat heeft hij gedaan.
Er begon toen wel iemand aan te werken, maar die stopte er al snel mee, omdat het te veel moeite kostte. Het was ook een monsterklus; het heeft mij drie jaar gekost om de hele schedel met kleine boortjes vrij te prepareren.” In het rotsblok bleken ook nog de nekwervels, de schouderbladen en een paar ribben van het dier te zitten.
Drie jaar geduldig aan een rots peuteren is lang, maar het was alle moeite dubbel en dwars waard, vindt Fitzgerald. “Niet alleen omdat deze schedel uitzonderlijk compleet en gaaf is, maar vooral omdat hij zulke bizarre kenmerken heeft. Hij is van een walvisje dat ongeveer 25 miljoen jaar geleden leefde. Aan de bouw van de schedel kun je duidelijk zien dat het beest verwant is aan de huidige baleinwalvissen. Het had alleen geen baleinen, en in tegenstelling tot de baleinwalvissen van nu wél tanden. Uiterlijk leek dit dier wel wat op een orka. Maar het hoort bij een andere walvisfamilie, een uitgestorven tak waarvan we het bestaan nog niet kenden.”
De baleinwalvissen van vandaag, zoals de bultrug en de blauwe vinvis, zijn allemaal giganten zonder tanden, maar mét baleinen, een soort enorme kam-achtige structuren die uit hun bovenkaak groeien. Daarmee zeven ze plankton, krill (garnaalachtige beestjes) en kleine visjes uit het water.
Janjucetus hunderi, zoals het nieuw ontdekte oerwalvisje is genoemd, leefde heel anders en jaagde waarschijnlijk op vis. Hij had naar verhouding ook veel grotere ogen dan zijn nu nog levende familieleden. “In de tijd dat dit dier in zee zwom, bestonden er ook walvissen met baleinen, dat wisten we al dankzij andere fossielen”, zegt Fitzgerald.
“Daaruit concluderen we dat Janjucetus bij een aparte evolutionaire tak hoorde, die nu is uitgestorven. Met dus nog meer leden. Eén daarvan, Mammalodon, was weliswaar al bekend, maar het was nog onduidelijk waar hij in de stamboom thuishoorde. Nu zijn we daar uit.”
Hoe komt het eigenlijk dat deze tak van de walvisstamboom nu geen levende leden meer heeft? “Tja, dat is een lastige vraag. We weten niet zo veel van de periode waarin deze dieren uitgestorven moeten zijn, zo tussen 23 en 20 miljoen jaar geleden, omdat daar nauwelijks fossielen van bewaard zijn gebleven. Het zou te maken kunnen hebben met een snelle klimaatverandering die toen heeft plaatsgevonden, een wereldwijde opwarming. Maar het blijft gissen.”
Erich M.G. Fitzgerald: ‘A bizarre new toothed mysticete (Cetacea) from Australia and the early evolution of baleen whales’, Proceedings of the Royal Society B, 16 augustus 2006