Vinden we iemand aantrekkelijk, betrouwbaar, competent? Een gezicht hoeft maar een tiende seconde in beeld te zijn en we hebben onze mening al klaar. Dat verandert niet meer door langer kijken. Dus nadenken over zo’n portret doen we vervolgens alleen om ons oordeel te rechtvaardigen, niet om het te vormen, zeggen Amerikaanse psychologen.
In 1772 publiceerde de Zwitserse theoloog Johann Caspar Lavater het boek ‘Over de Physiognomie’. Daarin beschreef hij tot in detail welke verbanden er volgens hem waren tussen gelaatstrekken en karaktertrekken. Zonder enige wetenschappelijke onderbouwing, maar dat verhinderde niet dat het een van de meest invloedrijke boeken van de achttiende en negentiende eeuw werd. In onze tijd hebben de ideeën van Lavater niet zoveel aanhangers. Maar het beoordelen van mensen op hun uiterlijk, dat doen we nog wel allemaal. Na een tiende seconde kijken denken we zelfs al te weten wat voor vlees we in de kuip hebben, demonstreren de Amerikaanse psychologen Janine Willis en Alexander Todorov.
Ze hebben een groot aantal studenten gezichten van acteurs laten zien en ze gevraagd die zo snel mogelijk te beoordelen. De 66 gezichten, met een neutrale uitdrukking, werden erg kort getoond, namelijk een hele, een halve of zelfs maar een tiende seconde. ‘Is deze persoon aardig?’, was de vraag aan sommige studenten. Andere groepen bogen zich over de betrouwbaarheid, competentie, agressiviteit of aantrekkelijkheid van de getoonde mensen. Ja of nee, met één druk op de knop was het oordeel geveld. Daarna moesten de proefpersonen steeds aangeven hoe zeker ze waren van hun oordeel.
Een andere groep studenten kreeg uitgebreid de tijd om dezelfde portretten te bekijken en mocht cijfers geven voor elke geteste eigenschap: bijvoorbeeld een één voor een totaal onbetrouwbare tronie en een negen (het hoogst haalbare) voor iemand aan wie je je pincode zonder een moment van twijfel zou vertellen. Die oordelen dienden als referentie voor de snelle proef. Gelukkig voor de onderzoekers was er een sterk verband tussen de cijfers en oordelen in de ja/nee-test. Met andere woorden: een gezicht dat bij lang bestuderen onbetrouwbaar werd gevonden, kreeg dat stempel ook vaak in de snelle proef.
Uit die snelle tests bleek dat het voor de oordelen van de studenten eigenlijk niet uitmaakte of ze een tiende, een halve, of een hele seconde naar de portretten hadden kunnen kijken. Ze reageerden even snel, en werden alleen wat zekerder over hun oordeel als ze langer de tijd hadden gekregen om te kijken. Kortom, zeggen deze onderzoekers: in honderd milliseconden is het oordeel geveld, en daar verandert niets meer aan met langer kijken. Langer nadenken helpt hooguit om argumenten te bedenken bij het eerste, intuïtieve oordeel. Dat je ook kunt nadenken over de herinnering aan een gezicht dat je heel kort hebt gezien, vinden ze blijkbaar niet van belang.
De onderzoekers hadden vooraf gedacht dat het verband tussen de uitslagen van de twee proeven het sterkst zou zijn voor de eigenschap aantrekkelijkheid, maar dat bleek niet het geval. De oordelen over betrouwbaarheid bleken het meest overeen te stemmen.
“Achteraf gezien is dit geen verrassende bevinding”, aldus Willis en Todorov in het artikel (waarschijnlijk niet beseffend dat zoiets voor alle mogelijke bevindingen opgaat). “Evolutionair psychologen hebben betoogd dat het detecteren van betrouwbaarheid essentieel is voor de overleving.” Bovendien, voegen ze daaraan toe, laat hersenonderzoek met scanners de laatste jaren ook zien dat het oordeel over betrouwbaarheid spontaan en automatisch tot stand komt, zonder tussenkomst van de hersenschors, het deel van de hersenen waarmee we redeneren.
Waarschijnlijk geldt dat dus voor meer eigenschappen die we van gezichten denken af te lezen. Of we daar de volle honderd milliseconden voor nodig hebben is trouwens niet duidelijk geworden door dit onderzoek. Het is best mogelijk dat de ondergrens nog lager ligt. Tonen deze proeven nu het gelijk van Lavater aan? Nee natuurlijk. Dat iedereen ruwweg dezelfde eigenschappen aan een gezicht toeschrijft, wil nog niet zeggen dat de eigenaar ook daadwerkelijk zo in elkaar steekt als de kijkers denken.
Elmar Veerman
Janine Willis en Alexander Todorov: ‘First Impressions – making up your mind after a 100 ms exposure to a face’, Psychological Science, juli 2006
Enkele jaren geleden maakte een Britse forensisch antropoloog deze 'reconstructie' van het mogelijke gezicht van Jezus. Wat zou Lavater hiervan gevonden hebben?
Gezichten die zijn samengesteld uit een groot aantal portretten, zoals deze, worden vaak aantrekkelijk gevonden. Duitse onderzoekers leggen uit waarom op www.beautycheck.de