Onbehouwen hyena’s

Mama’s mannenhormoon maakt welpen dominant

De sociale rangorde is bij de gevlekte hyena vooral gebaseerd op aggressie.
Zoom
De sociale rangorde is bij de gevlekte hyena vooral gebaseerd op aggressie.

Een gevlekte hyena die zwanger is, staat stijf van de testosteron. Vooral als ze hoog in de rangorde staat. Haar jongen worden daar agressiever en seksbeluster van, waardoor ze ook weer een belangrijke plaats in de groep kunnen claimen. Maar het mannelijke hormoon heeft ook nadelen.

Het heten sociale dieren te zijn, want ze leven in groepen. Maar het gaat er onder gevlekte hyena’s niet bepaald gezellig aan toe. Brute agressie bepaalt wie boven wie staat in de strikte rangorde. Dominante dieren mogen zich als eerste volproppen wanneer er een zebra of gazelle is gedood. Mannetjes zijn nooit vroeg aan de beurt, want de vrouwen zijn groter én agressiever dan zij. Mannelijker, zou je haast zeggen. En daar zit ook wel wat in, blijkt uit onderzoek dat deze week in Nature verschijnt.

Drie Amerikaanse biologen hebben zich negen jaar lang beziggehouden met een groep gevlekte hyena’s in het Masai Mara reservaat in Kenia. Ze observeerden onder meer het gedrag van de jongen en verzamelden drollen van zwangere vrouwtjes. Zo ontdekten Stephanie Dloniak en haar medewerkers dat dominante vrouwtjes hun kinderen een zetje op de sociale ladder geven door ze in de baarmoeder te bestoken met grote hoeveelheden testosteron.

Dominante vrouwtjes hebben altijd al wat hogere gehalten van dit mannelijke hormoon in hun bloed. De afbraakproducten daarvan zijn meetbaar in hun ontlasting, vandaar de drollenverzameling van de onderzoekers. In de tweede helft van de zwangerschap schiet het testosteronniveau van de topvrouwen helemaal de hoogte in, konden de biologen achterhalen. Bij de meest dominante vrouwtjes was het in die periode wel vier keer zo hoog als bij de laagst geplaatste dieren.

En dat had zijn weerslag op het kroost, bleek uit de observaties. Er was een sterke samenhang tussen de testosterongehaltes van aanstaande moeders en het gedrag van hun welpen, en dat verband bleef ook zichtbaar als de getallen werden gecorrigeerd voor het mogelijke effect van de sociale positie van de moeder. Hyenajongetjes, maar vooral ook hyenameisjes waren na een stevige hormoonbehandeling agressiever dan leeftijdgenootjes van minder mannelijke moeders. Bovendien beïnvloedde het hormoon de frequentie waarmee de beestjes vieze spelletjes speelden. Veel testosteron in de baarmoeder leverde hyenaatjes op die elkaar vaak besprongen. Ook sommige meisjes deden daaraan mee, en niet alleen in de passieve rol.

Al dat oefenen is voor de jongetjes heel nuttig, schrijven de onderzoekers. Want, om het maar even oneerbiedig uit te drukken: neuken valt niet mee voor een hyenamannetje. Ten eerste omdat hij een hoger geplaatste moet zien te bestijgen, een vrouwtje immers, en ten tweede omdat de dames een erg onvrouwelijke anatomie hebben door het mannelijke hormoon waarmee ze in de baarmoeder zijn behandeld. De heren moeten dus van wanten weten én goed kunnen mikken.

Omdat het agressie en seksbelustheid oplevert, hebben hyenakinderen van beide geslachten baat bij de stevige testosteronbehandeling in de baarmoeder. Dat heeft geleid tot een soort wapenwedloop bij deze dieren. Maar ze kunnen hun testosteronniveaus niet eindeloos opschroeven, want bij een te hoge concentratie worden de geslachtsorganen van de dochters zo mannelijk, dat het misgaat bij de bevalling. Baren is nu al een heel zware opgave voor gevlekte hyena’s, net als paren.

Elmar Veerman

S.M. Dloniak, J.A. French en K.E. Holekamp: “Rank-related maternal effects of androgens on behaviour in wild spotted hyaenas”, Nature, 27 april 2006