Overgewicht wordt steeds meer gezien als een ziekte. De farmaceutische industrie spint daar garen bij, want ziektes, daar moet je natuurlijk medicijnen tegen slikken. En dus kwam er in de jaren negentig Xenical, een middel dat de afbraak van vet in het darmkanaal tegengaat. Omdat je er vreselijke diarree van krijgt, is het nooit erg populair geworden.
Welbeschouwd is het natuurlijk ook dweilen met de kraan open wat deze pil doet. Farmaceuten zouden liever niet het vet aanpakken, maar de trek in eten. En daarvoor moeten ze in de hersenen zijn. De komst van de eerste ‘antivreetpil’, Rimonabant, is al breed uitgemeten in de pers – hij zou in de loop van dit jaar beschikbaar moeten komen voor mensen met ernstig overgewicht. Het zal niet de enige eetlustremmer blijven, want intussen gaat het onderzoek driftig door.
In Japan bijvoorbeeld, blijkt uit een artikel in Proceedings of the National Academy of Sciences dat volgende week verschijnt, maar nu al op de website van het tijdschrift staat. Daar, bij het bedrijf Banyu Pharmaceuticals, hebben Akane Ishihara en collega’s een stof gemaakt die verwende muizen kan behoeden voor overgewicht. Het spul zorgt dat bepaalde hersencellen minder gevoelig worden voor het hersenhormoon ‘neuropeptide Y’, kortweg NPY.
Een paar jaar geleden werd ontdekt dat een gewone muis verandert in een onverzadigbare vreetzak wanneer er een constante stroom NPY in zijn brein gespoten wordt. Dus als je de werking van dit hormoon kunt remmen, vermindert waarschijnlijk ook de eetlust, redeneerden de onderzoekers. Maar NPY komt overal in de hersenen voor, en het heeft niet op alle plaatsen hetzelfde effect. Het ingrijpen moet dus subtiel gebeuren.
Er zijn vijf verschillende schakelaars in hersencellen bekend, die op NPY reageren. Nummer vijf, hebben de Japanners nu weten te blokkeren met een speciaal daarvoor ontworpen stof. Die heet, niet schrikken, 2-(3,3-dimethyl-1-oxo-4H-1H-xantheen-9-yl)-5,5-dimethyl-cyclohexane-1,3-dione. Mocht het spul ooit als afslankpil op de markt komen, dan krijgt het natuurlijk een andere naam.
Muizen die verwend worden met een onbeperkte voorraad vetrijk voedsel, komen normaal ongeveer twee gram aan binnen twee weken. En dat is heel wat voor beestjes van 25 à 35 gram. Het insulineniveau in hun bloed verviervoudigt bovendien in die periode, wat gezien wordt als een flinke stap op weg naar suikerziekte (type 2 diabetes, om preciezer te zijn). Toevoeging van de nieuwe stof veranderde dat allemaal, schrijven de onderzoekers.
De verwende muizen kwamen met een lichte dosis van dit spul nog maar één gram aan, en met een zwaardere maar een halve. Hun insulinewaarden bleven intussen dicht bij het niveau van een muis die op gezond voer leeft en netjes op gewicht blijft. Qua gedrag weken de behandelde muizen in niets af, op één ding na: ze aten minder. Blijkbaar hadden ze minder trek. En het mooie was, dat muizen die normaal voedsel kregen, niet extra mager werden van de behandeling met de stof. Zij bleven net zo veel eten als onbehandelde soortegenoten.
Het middel werkt dus, maar hoe precies, dat snappen ze niet helemaal, schrijven de onderzoekers. “Onze resultaten wijzen op een mogelijke therapeutische rol voor Y5R- remmers in de behandeling van vetzucht”, besluiten ze hun artikel. Het klinkt alsof ze nog niet erg ver zijn bij de ontwikkeling van een pil, en misschien is dat ook zo. Aan de andere kant is het voor een bedrijf natuurlijk niet slim om het achterste van zijn tong te laten zien. Dat blijkt trouwens op meer plaatsen in het artikel: Ishihara en zijn medeauteurs verwijzen herhaaldelijk naar ongepubliceerd eigen onderzoek.
Elmar Veerman
Akane Ishihara e.a.: “A neuropeptide Y Y5 antagonist selectively ameliorates body weight gain and associated parameters in diet-induced obese mice”, PNAS, 2 mei 2006