Zeemonster aan de haak

Eerste foto’s van een reuzeninktvis in het wild

Het eerste beeld, waarop de reuzeninktvis zijn twee tentakels om het aas heeft geslagen.
Zoom
Het eerste beeld, waarop de reuzeninktvis zijn twee tentakels om het aas heeft geslagen.

Voor het eerst is een gezonde, volwassen reuzeninktvis gefotografeerd. Het acht meter lange beest werd betrapt toen het zich op duizend meter diepte aan de haak liet slaan. Pas na enkele uren wist hij zich weer los te wringen, met achterlating van een vijf meter lange, wriemelende tentakel.

De grootste ongewervelde dieren van de wereld zijn vooral grote raadsels. Reuzeninktvissen zijn nog nooit in hun eigen omgeving gefilmd en waren zelfs niet op de foto gezet. Tot vorig jaar september. Wat miljoenenverslindende expedities niet was gelukt, bereikte een tweetal Japanse onderzoekers toen op een relatief eenvoudige manier: ze hingen een camera aan een lange vislijn, met daaronder een smakelijk hapje. Ze rapporteren erover in Proceedings of the Royal Society B. Het bestaan van reuzeninktvissen is lang in twijfel getrokken. Zeelui kwamen af en toe thuis met horrorverhalen over reusachtige zeemonsters met talloze armen die probeerden hun schip naar de zeebodem te trekken, maar de wetenschap kon daar weinig mee. Pas in 1854 maakte de Deense zoöloog Johannes Steenstrup de eerste wetenschappelijke beschrijving van een reuzeninktvis. Het beest kreeg de naam Architeuthis, wat zoiets betekent als ‘opper-inktvis’. Sindsdien zijn enkele honderden dode reuzeninktvissen onderzocht, die waren aangespoeld of de dood hadden gevonden in visnetten of aan haken. Er bestaan meerdere soorten, maar niemand weet hoeveel precies. De grootste is Mesonychoteuthis hamiltoni, de ‘kolossale inktvis’, die minimaal tien meter lang kan worden. Daarvan zijn overigens alleen nog maar onderdelen gevonden, in de magen van potvissen. De potvis, een van de weinige walvissen met tanden, jaagt vrijwel uitsluitend op reuzeninktvissen. Dat die zich niet zomaar gewonnen geven, blijkt uit de grote, ronde littekens die sommige potvissen op hun huid hebben – afdrukken van reusachtige zuignappen. Ook wetenschappers jagen op reuzeninktvissen, vaak in het spoor van de potvissen. In de jaren negentig werden twee grote, dure expedities opgezet om ze te filmen. Daarbij werden onder meer potvissen uitgerust met camera’s. Dat leverde interessante beelden op, maar geen enkel plaatje van een reuzeninktvis. Op afstand bestuurbare onderzeeërtjes wisten evenmin zo’n monster te betrappen. Tsunemi Kubodera en Kyoichi Mori hebben het allemaal een stuk minder geavanceerd aangepakt. Zij lieten een eindje uit de kust van het Japanse eiland Chichiijima een lange lijn in het water zakken. Daaraan zaten een paar grote haken met een gewone inktvis als aas en vlak daarboven een zakje gemalen garnalen, om een sterke geur te verspreiden. Drie meter boven het aas hing een digitale camera met een flitser, die iedere dertig seconden een foto maakte. Filmen kon niet, want daarvoor was het te donker. Uit het duikgedrag van potvissen was al bekend dat de reuzeninktvissen ’s nachts op een diepte van 400 tot 500 meter verblijven en overdag op 800 tot 1000 meter. De Japanners hingen het aas op bijna een kilometer diepte. En dan maar wachten. Twee seizoenen lang gebeurde er niets. Maar ze gaven niet op. Op de ochtend van 30 september 2004 was het eindelijk raak: een reuzeninktvis van een meter of acht sloeg zijn twee lange tentakels om het aas en kwam aan de haken vast te zitten. Ruim vier uur lang worstelde het beest om los te komen, waarbij hij de lijn zo ver horizontaal trok dat hij soms buiten beeld kwam. Uiteindelijk rukte het dier zich los, maar niet zonder schade. Een tentakel van ruim vijf meter lengte bleef aan de haken zitten. Toen die omhoog gehaald werd, bewoog hij nog en ook de zuignappen deden hun werk nog. Ze zogen zich vast aan het dek en aan de vingers van de onderzoekers. Analyse van DNA uit de tentakel wees uit dat het om precies dezelfde soort ging als vijf dode exemplaren van Architeuthis die eerder in de buurt waren gevonden. Uit de beelden blijkt dat Architeuthis een actieve jager is, en niet de slome sufferd waarvoor sommige wetenschappers hem versleten. Met zijn twee lange tentakels grijpt hij zijn prooi, waarna ze zich oprollen tot een soort slordige bal. Met zijn acht armen en zijn scherpe snavel kan hij daarna het karwei afmaken. Strikt genomen zijn dit trouwens niet de eerste foto’s van een levende reuzeninktvis. Een stervende was al eerder gefotografeerd. En de Nieuw-Zeelandse onderzoeker Steve O’Shea had al eens levende jonge exemplaren gevangen, larven van enkele centimeters lengte. Maar die kun je toch moeilijk reuzeninktvissen noemen.

Elmar Veerman

Tsunemi Kubodera en Kyoichi Mori: “First-ever observations of a live giant squid in the wild”, Proceedings of the Royal Society B, 28 september 2005