Ziek voor de wetenschap

Nobelprijs voor ontdekkers maagzweerbacterie

Barry Marshall - Foto: Sydney Morning Herald
Zoom
Barry Marshall - Foto: Sydney Morning Herald

De Nobelprijs voor geneeskunde 2005 is toegekend aan twee Australische onderzoekers: Barry J. Marshall en J. Robin Warren. Zij ontdekten dat maagzweren vaak het gevolg zijn van een infectie door de zuurbestendige bacterie Helicobacter pylori. Sinds die ontdekking kunnen maagzweren vaak bestreden worden met een antibioticakuur.

Naast de ontdekking van de maagzweerbacterie Helicobacter pylori staat Barry Marshall (54), onderzoeker aan de Universiteit van West-Australië, vooral bekend om zijn vertegenwoordigersmentaliteit. Vanaf begin jaren tachtig heeft hij overal het idee verkondigd dat maagzweren het gevolg zijn van een bacteriële infectie. Maar de medische gemeenschap heeft zijn ideeën lang buiten de deur gehouden. Men dacht dat bacteriën niet kunnen overleven in het maagzuur. Bovendien was de farmaceutische industrie er niet er happig op om de lucratieve maagzuurremmers op te geven, die maagpatiënten vaak levenslang kregen voorgeschreven. Al die weerstand maakte Marshall alleen maar meer vastberaden, tot op het punt dat hij besloot zelf de bacterie te slikken om te bewijzen dat die de oorzaak was van maagontstekingen. Toen hij een week later begon over te geven was het bewijs geleverd. Het idee dat een bacterie de oorzaak zou zijn van maagontstekingen was afkomstig van de patholoog Robin Warren (68), werkzaam aan het koninklijke ziekenhuis in Perth. Hij viel zijn collega’s al jarenlang lastig met zijn observaties van bacteriën in weefselmonsters die verwijderd waren bij maagpatiënten. Marshall besloot zijn promotieonderzoek bij Warren te doen en samen probeerden ze de bacterie op te kweken uit de weefselmonsters. Dat lukte pas toen ze per ongeluk een schaaltje vergeten waren in de Paasvakantie. Daarmee hadden ze een geheel nieuwe bacterie ontdekt, de Helicobacter pylori, die uitsluitend bij mensen voorkwam. We weten nu dat Helicobacter pylori de oorzaak is van 90 procent van de zweren in de twaalfvingerige darm, het eerste gedeelte van de darm direct na de maag, en van 80 procent van de maagzweren. Toch heeft vooral Barry Marshall er een hele dobber aan gehad om de medische wereld van zijn gelijk te overtuigen. Want ten tijde van de ontdekking van H. pylori in 1982 ging iedereen er nog vanuit dat stress, koffie en gekruid eten de voornaamste oorzaken waren van maagproblemen. Een probleem bij de infectiehypothese, is dat de maagzweerbacterie bij de helft van de mensen in de maag voorkomt, en in ontwikkelingslanden nog meer. Merendeel van de dragers heeft dus geen last van de bacterie en in maar tien tot 15 procent van de gevallen komt het tot een ontsteking of een zweer. Men denkt nu dat een chronische ontsteking door H. pylori in het onderste deel van de maag tot een verhoogde zuurproductie leidt in de gezonde bovenste helft van de maag. Die verhoogde zuurgraad leidt gemakkelijk tot zweervorming in de twaalfvingerige darm. Dat inzicht heeft geleid tot een ander behandelingsplan van maagzweren. Vroeger kreeg een maagpatiënt levenslang zuurremmers voorgeschreven als Tagamet of Zantac. Nu kan een korte antibioticakuur korte metten maken met de infectie. Het kan ook zijn dat de maagzweer het gevolg is van teveel aspirine of andere geneesmiddelen. Vandaar dat het van belang is om vast te stellen of een maagontsteking inderdaad het gevolg is van een bacteriële infectie. En dat kan tegenwoordig al met een ademtest. Als gevolg van de ontdekking van Warren en Marshall kijkt men nu ook anders tegen andere aandoeningen aan. Zo onderzoekt men nu of er aan de ziekte van Crohn, een chronische ontstekingsziekte van het maagdarmkanaal, reuma en aderverkalking soms ook bacteriële infecties ten grondslag liggen. Bovendien blijkt de maagzweerbacterie ook betrokken bij vormen van maag- en darmkanker. Het werk van Warren en Marshall heeft de blik geopend voor de samenhang tussen chronische infectie, ontsteking en kanker, een veld waar nog veel verrassende inzichten uit naar voren kunnen komen. Jos Wassink