Vroegere vogels
Koolmees kan opwarming niet bijbenen

- Zoom
- De koolmezen op de Veluwe worden al vijftig jaar bestudeerd.
De lentes worden warmer en daardoor verschijnen de rupsen eerder in het bos. De ene koolmees weet daar beter op in te spelen dan de andere, tonen Nederlandse ecologen aan. De soort past zich zo vanzelf aan. Maar dat gaat voorlopig te langzaam om de klimaatveranderingen bij te houden.
Al sinds 1955 worden de koolmezen in Nationaal Park De Hoge Veluwe door biologen in de gaten gehouden. Wie doet het met wie, hoeveel kleine koolmeesjes komen daarvan en hoe doen die het op de huwelijksmarkt? Uit de gegevens van de afgelopen 32 jaar concluderen vier biologen van het Nederlands Instituut voor Ecologie in Heteren dat de verandering van het klimaat de evolutie van de mezen merkbaar beïnvloedt. Ze schrijven dit in het tijdschrift Science.
Mezen met talent om vroeg in het voorjaar hun eitjes te leggen, zijn de laatste jaren in het voordeel. Voor het voeren van hun jongen zijn de vogels afhankelijk van rupsen, en die verschijnen eerder naarmate het voorjaar warmer is – zij hebben blijkbaar geen moeite met het veranderende klimaat. De piek in het aantal rupsen duurt maar een paar weken, dus het is voor een koolmees van het grootste belang dat zijn jongen precies op dat moment klaarzitten om zich te laten volproppen.
Dat lukt de laatste twintig jaar steeds slechter. “De rupsenpiek valt nu gemiddeld tien dagen eerder,” vertelt onderzoeker Marcel Visser. “Maar de gemiddelde koolmees komt maar enkele dagen vroeger uit het ei dan twintig jaar geleden. Wij veronderstelden dat mezen die zich het meest flexibel tonen in hun broedgedrag ook het meest succesvol zouden zijn. Dat blijkt te kloppen. Het effect is gestaag toegenomen tijdens de periode die we hebben onderzocht.”
Hoe meet je dat eigenlijk? Visser: “Van alle vrouwtjes die minimaal twee jaren gebroed hebben, berekenden we hoe hun legdata correleerden met de voorjaarstemperaturen. Mezen die heel flexibel zijn, zullen in een warm jaar eerder beginnen met broeden dan in een jaar met een koude lente. We hebben er ook nog gegevens van hun familieleden bij betrokken, omdat het ons ging om de genetische aanleg voor flexibiliteit. Daaruit konden we concluderen dat die flexibiliteit sterk erfelijk is, en dat de meest flexibele mezen tegenwoordig de meeste nakomelingen krijgen.” Aan welke genen dat ligt, weten de onderzoekers overigens niet.
De koolmezen veranderen dus onder invloed van de snelle opwarming van Nederland, maar ze kunnen het tempo niet helemaal bijhouden. Hoe erg is dat? In het Science-artikel schrijven de biologen voorzichtig dat de levensvatbaarheid van de koolmeespopulatie op de Hoge Veluwe in het gedrag zou kunnen komen als de huidige trend zich voortzet. In sommige kranten werd gesuggereerd dat de koolmees in zijn voortbestaan bedreigd wordt. Terecht? “Koolmezen leven over de hele wereld, ook in zuidelijker streken. Het is dus niet zo dat de hele soort gevaar loopt”, aldus Visser. “Maar misschien nemen de aantallen in Nederland wel af. Wie weet rukken dan soortgenoten uit Spanje op, die van nature vroeger broeden.”
Eigenlijk zijn de ecologen niet eens bijzonder geïnteresseerd in koolmezen, zegt hij. “Het gaat ons om een mechanisme dat veel algemener is. Je ziet overal in de natuur dat de prooidieren of -planten zich sneller aanpassen aan de veranderende omstandigheden dan de predatoren, waardoor ecosystemen uit balans kunnen raken. Het verhaal van de koolmezen staat niet op zichzelf.”
Elmar Veerman
Daniel H. Nussey, Erik Postma, Philip Gienapp en Marcel E. Visser: “Selection on heritable phenotypic plasticity in a wild bird population”, Science, 14 oktober 2005