Liang Bua, de grot waar de eerste resten van de Floresmens werden opgediept. (Foto Michael Morwood)
Het kleine mensje waarvan de botten vorig jaar op Flores werden opgegraven, was geen ziekelijk geval. Nieuwe vondsten tonen aan dat het écht om een aparte mensensoort gaat, die twaalfduizend jaar geleden nog springlevend was. De dwergmens had naar verhouding erg lange armen en dikke botten, bijna als een chimpansee.
In totaal zijn er nu resten gevonden van ten minste negen individuen van Homo floresiensis, schrijven Michael Morwood en collega’s deze week in Nature. Ze vonden in de Liang Bua-grot op het Indonesische eiland Flores een hele verzameling botten. Grote beenderen uit armen en benen, kleintjes uit vingers en tenen, stukjes schedel, een wervel, maar ook een tweede onderkaak. Bovendien waren er dierenbotten en een aantal stenen werktuigen. Dit nieuw gevonden materiaal bewijst dat de ‘Hobbit’, zoals het mini-mensje in de pers is gaan heten, geen mislukte eenling met een ziekelijk klein hoofd was. De één meter lange vrouw behoorde echt tot een andere mensensoort dan wij.
Bij de opgraving kwam een spaakbeen tevoorschijn van omstreeks twaalfduizend jaar oud, maar ook werktuigen van minimaal 74 duizend jaar geleden. De Floresmens heeft dus lange tijd op het eiland geleefd en lijkt al die tijd een lengte te hebben gehad van rond de één meter. De minimensjes jaagden onder meer op de dwergstegodon, een olifantje van anderhalve meter hoog dat alleen op Flores voorkwam. En ze gebruikten niet alleen werktuigen, maar ook vuur, zeggen de onderzoekers. Zwartgeblakerde stenen en botten wijzen daarop.
De botten die vorig jaar alle kranten haalden, waren van een vrouw die achttienduizend jaar geleden leefde. Het meest spectaculair was de schedel, die een inhoud heeft van slechts 380 milliliter, minder dan een chimpansee. En een vorm die veel lijkt op schedels van Homo erectus, de directe voorloper van de moderne mens. De onderzoekers concludeerden toen dat het waarschijnlijk ging om een afsplitsing van Homo erectus die door langdurige isolatie op het eiland was gekrompen tot dit dwergformaat, een omstreden idee. Nu twijfelen ze daar zelf ook aan. Maar het alternatief dat ze suggereren is nog gewaagder.
Nu er meer vondsten openbaar zijn gemaakt, is het in ieder geval moeilijk geworden te ontkennen dat Homo floresiensis een aparte plaats in de mensenstamboom verdient. Zo mist de tweede onderkaak net als de eerste een kin, kenmerk van de moderne mens. Ook andere beenderen wijken af van het beeld dat je van een gekrompen moderne mens zou verwachten. In Nature staan ze afgebeeld naast botten van pygmeeën uit Afrika, mensen die ook bijzonder klein zijn, mar wel modern. Ze zien er heel anders uit.
Merkwaardig is, dat de armen van de Floresmens naar verhouding veel langer waren dan die van zowel Homo erectus als de mensen van vandaag. Zijn botten waren bovendien dikker en de vorm van zijn lichaam lijkt ronder te zijn geweest. Het doet allemaal denken aan Australopithecus, een nog oudere voorloper van de mens. “Spiermassa en lichaamsgewicht van H. floresiensis lijken beter geschat te kunnen worden op basis van de gegevens van chimpansees dan van mensen”, schrijven de onderzoekers.
De afkomst van het mensje van Flores is hiermee eigenlijk nog raadselachtiger geworden. Hij lijkt toch geen afstammeling van Homo erectus, en zeker niet van de moderne mens, aldus Morwood en collega’s. Maar waar is hij dan wel uit voortgekomen? De onderzoekers laten zich er niet duidelijk over uit, maar zeggen wel dat de overeenkomsten met Australopithecus een aanwijzing kunnen zijn. Sommige kenmerken van de botten zijn echter uniek in de mensenstamboom en zouden aanpassingen aan de specifieke omstandigheden op het eiland kunnen zijn.
Elmar Veerman
Michael Morwood e.a.: “Further evidence for small-bodied hominins form the late Pleistocene of Flores, Indonesia”, Nature, 13 oktober 2005