Klimaatverandering bedreigt voedselproductie

Wetenschappers manen G8-ministers tot CO2-beperking

Waterdraagster in Ethiopie - Foto: M. Marzot voor FAO
Zoom
Waterdraagster in Ethiopie - Foto: M. Marzot voor FAO

Het broeikaseffect brengt de mondiale voedselproductie in gevaar, waarschuwen wetenschappers van de Britse Royal Society. Afrika is daarbij het meest kwetsbaar. De extra door de G8 toegezegde ontwikkelingshulp valt in het niet bij de schade door de klimaatverandering, stelt voorzitter Sir Robert May in een open brief.

De afgelopen tien jaar nam de regenval in Ethiopië en omringende landen gestaag af, terwijl de temperatuur van het zeewater in de Indische oceaan steeg. Volgens James Verdin van de United States Geological Survey was dat geen toeval. In het Britse wetenschapsblad 'Philosophical Transactions of the Royal Society B' schrijft hij :”In dit gebied, waar acht- tot tien miljoen mensen bedreigd worden door honger, hangt de meerjaarse droogte samen met een stijgende trend in de temperatuur van het oceaanwater.” Verdin’s artikel is er één van zeventien uit een 'special' over klimaat en voedsel van het Britse wetenschapsblad. “Veranderingen in het klimaat zullen wereldwijd grote impact hebben op landbouw en voedselvoorziening,” schrijft de Britse meteorologe Julia Slingo. “Veel voedsel wordt in de tropen verbouwd en is afhankelijk van seizoensgebonden neerslag, zoals me moesson. Als die verandert, heeft dat grote gevolgen voor de landbouw." Afgelopen april kwamen onderzoekers uit verschillende disciplines bijeen op de Britse Royal Society om het verband tussen klimaatverandering en voedselproductie te bespreken. Een vruchtbaar en actueel thema, zo bleek al snel. Een half jaar later hebben de deelnemers hun bijdragen gebundeld in een ‘special’ waarin klimaatverandering, seizoensvoorspelling, weerspatronen en computermodellen onder de loep genomen worden. Sir Robert May, voorzitter van de Royal Society, schreef op basis van de wetenschappelijke artikelen een open brief aan de energie- en milieuministers die volgende week op 1 november bijeenkomen voor een G8-conferentie. Op de vorige conferentie werd extra ontwikkelingshulp beloofd. Maar, merkt Sir May op, het zou goed kunnen dat de schade door klimaatverandering de toegezegde hulp verre zal overtreffen. Naast armoe is extreem weer, dat steeds vaker voorkomt, een belangrijke oorzaak van de honger in Afrika. Droogte leidt er tot migratie, bevolkingstoename, ziekte en conflicten. Robert May benadrukt de samenhang tussen Afrika's belangrijkste problemen (honger en armoe) en de klimaatverandering. Hij doet een dringende oproep aan de energie- en milieuministers van de G8 om de broeikasgassen in de atmosfeer te stabiliseren. Het internationale klimaatpanel IPCC voorspelde in 2001 dat ontwikkelingslanden en armen als eerste de rekening gepresenteerd zouden krijgen van klimaatverandering. De hongersnoden in Afrika en de overstromingen in Zuid-Amerika tonen het gelijk aan. Maar orkanen Rita en vooral Katrina maakten de klimaatverandering ook voelbaar in de Verenigde Staten. Meteorloog Kerry Emanuel (Massachsetts Instituut voor Technologie) schreef in augustus dat het klimaatverandering het oceaanwater warmer en de orkanen verwoestender zou maken. En toen trok Katrina over New Orleans. De schade wordt geraamd op 1,7 procent van het bruto nationaal inkomen van de VS. Maatregelen om de CO2 binnen de Kyoto-norm te brengen zouden 1 procent van het BNI kosten. Met andere woorden, klimaatmaatregelen beginnen lonend te worden. Sir Robert May benadrukt dat de geïndustrialiseerde wereld de hoeveelheid atmosferische CO2 dringend moet stabiliseren. Dat gaat veel verder dan Kyoto, want om het CO2-gehalte op twee maal het pre-industriële niveau te stabiliseren is halverwege deze eeuw een reductie in de uitstoot van maar liefst 60 procent nodig. "En dan nog," voegt hij er aan toe, "kan dat een ondragelijk klimaatverandering teweegbrengen." Julia Slingo en haar collega's dringen vooral aan op aanpassing. Daarmee bedoelen ze ook actieve steun voor ontwikkelingslanden die zich vanwege armoede slecht kunnen wapenen tegen de gevolgen van een grillig klimaat. Er moeten klimaatvoorspellingen komen, en mensen moeten worden opgeleid om met seizoensvoorspellingen om te leren gaan. En ook de geïndustrialiseerde landen moeten na gaan denken over waar het graan verbouwd moet worden als de huidige graanschuren droog komen te staan. Sir Robert May windt er tegenover de G8-ministers geen doekjes om: "Gevolgen van de wereldwijde klimaatverandering vormen het grootste gevaar dat de wereld bedreigt." Het is de vraag of May de politici ervan kan overtuigen dat er buiten het terrorisme nog andere serieuze bedreigingen zijn. Jos Wassink Julia Slingo, Andrew Challinor, Brian Hoskins en Timothy Wheeler: "Introduction: food crops in a changing climate", Philosophical Transactions of the Royal Society B., 29 okt 2005 Sir Robert May: "Open letter to Margaret Beckett and other G8 energy and environment ministers", Royal Society, 29 okt 2005