Dubbeldeksdino

De populairste reconstructie van Microraptor gui. Volgens Chatterjee is dit echter niet de manier waarop hij vloog; het dier zou zijn achtervleugels onder de voorste vleugels hebben gehouden, als een dubbeldekker.
Zoom
De populairste reconstructie van Microraptor gui. Volgens Chatterjee is dit echter niet de manier waarop hij vloog; het dier zou zijn achtervleugels onder de voorste vleugels hebben gehouden, als een dubbeldekker.

De vogelachtige dinosaurus Microraptor gui had een tweede paar vleugels aan zijn achterpoten. Ze dienden om hem in de vlucht extra stabiliteit te geven.

Die theorie lanceert Sankar Chatterjee, paleontoloog aan de Texas Tech University in Lubbock. Dat er iets geks was met de vliegende dinosaurus Microrapter gui was meteen na de eerste fossiele vondst in 2003 meteen wel duidelijk. Het beest heeft niet alleen een soort veren aan zijn voorpoten, maar ook aan zijn achterpoten. Aangenomen werd dat hij met zijn twee paar vleugels synchroon flapperde om zo veel mogelijk snelheid te kunnen maken. Maar Chatterjee constateert dat de gewrichten van de achtervleugels helemaal niet naar buiten kunnen draaien. Daarmee kan van synchroon flapperen geen sprake zijn. Ook de suggestie dat de achtervleugels in verticale stand dienst deden als roer om te sturen, in plaats van als motor wijst Catterjee van de hand. Dat zou het landen te moeilijk hebben gemaakt, waardoor de Mircoraptor gui altijd plat op zijn buik terecht zou zijn gekomen. Maar waarvoor dienden die achtervleugels dan wel? Het beest hield ze tijdens het vliegen gestrekt stil, stelt Chatterjee. Zo bevorderde het zijn stabiliteit tijdens duikvluchten, vergelijkbaar met de functie die de onderste vleugels van een ouderwets dubbeldeks vliegtuig hebben.