Eenzaamheid is erfelijk

Tweelingonderzoekers speuren naar eenzaamheidsgen

tweeling jongetjes
Zoom
tweeling jongetjes

Zoals dik-zijn bij veel zwaarlijvigen onafwendbaar is omdat het in hun genen zit, zo ziet het ernaar uit dat ook de aanleg je eenzaam en alleen te voelen in je DNA besloten ligt.

Hoe eenzaam is iemand die zegt dat-ie eenzaam is? Kun je meten of iemand drie punten eenzaam is, of zes punten, of acht, op een schaal van tien? “Nee”, reageert Dorret Boomsma, “dat kun je niet. Eenzaamheid is een subjectief begrip.” 35 procent van de oudere mannen, en 50 procent van de oudere vrouwen zegt zich behoorlijk eenzaam te voelen. En eenzaamheid komt nooit alleen, maar gaat gepaard met diepgravende ellende zoals een laag gevoel voor eigenwaarde, humeurigheid, verlegenheid, faalangst - om maar iets te noemen. Boomsma komt nu in het tijdschrift Behavior Genetics met de opmerkelijke constatering dat de aanleg je eenzaam te voelen aantoonbaar een genetische component heeft. Wie die aangeboren aanleg heeft, kan daar dus eigenlijk moeilijk aan ontkomen. Dat is het resultaat van een longitudinaal onderzoek onder 8.387 proefpersonen. Sinds 1991 heeft ze hen zes keer gevraagd naar hun welbevinden. Haar team van onderzoekers van de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam voert dit onderzoek uit samen met John Cacioppo, psycholoog aan de Universiteit van Chicago. Dorret Boomsma, hoogleraar biologische psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, is wereldwijd bekend om haar tweelingonderzoeken. In 2001 kreeg ze van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek een Spinoza-premie voor haar gedragsgenetisch onderzoek. Haar langjarige studie naar het erfelijk-zijn van eenzaamheid maakt daarvan deel uit. Door te werken met tweelingen, kan Boomsma variaties meten in het gedrag van mensen die bij geboorte identiek zijn. “Eeneiige tweelingen hebben precies hetzelfde genetisch materiaal, zijn even oud en groeien op onder dezelfde sociale omstandigheden.” Zitten ze dan bij het stijgen van jaren ook precies hetzelfde in hun vel, is de vraag, hebben ze dezelfde aanleg zich goed of slecht te voelen, hebben ze dezelfde sociale vaardigheden of onhandigheden? Om te bezien in hoeverre hun overeenkomende gedragingen en gevoelens inderdaad het gevolg kunnen zijn van identieke genen, gebruikt Boomsma twee-eiige tweelingen als controlegroep. Die zijn ook even oud, ze groeien ook op onder dezelfde sociale omstandigheden, maar ze hebben verschillend genetisch materiaal. Wanneer blijkt dat een-eiige tweelingen zich steeds identiek gedragen en voelen, en twee-eiige tweelingen niet, is dat een bewijs dat gedrag wordt gestuurd door DNA. Voor dit onderzoek naar de genetische oorzaak van eenzaamheid is 8.387 jongvolwassenen en volwassenen die behoren tot een tweeling de hemd van het lijf gevraagd. De proefpersonen vullen vragenlijsten in, waarin vragen verstopt zitten zoals: “Ik voel me alleen” en “Niemand houdt van mij”. Verrassend zijn de steeds wederkerende grote overeenkomsten tussen de antwoorden van identieke tweelingen. Boomsma constateert bij volwassenen een genetisch aandeel van 48 procent in de aanleg tot zich eenzaam voelen. De psychologen in Chicago willen vooral weten waar eenzaamheid vandaan komt omdat zij een link zien tussen je rot voelen en de kans op hartkwalen. Zo bezien is eenzaamheid dus zelfs regelrecht ongezond. Gevraagd hoe dat eenzaamheidsgen is ontstaan, stelt Boomsma dat het misschien wortelt in voorouders die jagers-verzamelaars waren. Die hadden vaak zo erbarmelijk weinig te eten, dat de feitelijke jager om te kunnen overleven zijn buit liever alleen opat dan die te delen. Zo is een soort ontstaan die weliswaar overleeft, maar die sociaal niet erg vaardig is. Dat gedrag kan zijn weerslag hebben gehad op het genetisch materiaal. Het grote probleem aan gedragsgenetisch onderzoek, is dat het lastig is de vinger te leggen op het precieze gen dat de oorzaak is van het bedoelde gedrag. Toch zegt Boomsma dat haar in team in dit onderzoek dat moment wel degelijk nadert: ze verwacht binnenkort te kunnen aanwijzen waar in het genetisch materiaal de erfelijke aanleg tot eenzaamheid kan worden gevonden. Mieke Zijlmans Dorret I. Boomsma, Gonneke Willemsen, Conor V. Dolan, Louise Hawkley, John Cacioppo: “Genetic and environmental contributions to loneliness in adults: the Netherlands twin register study’’. In: Behavior Genetics 2005. DOI: 10.1007/s10519-005-6040-8