Campephilus principalis, de ivoorsnavelspecht, werd in de Verenigde Staten voor het laatst gezien in 1944. Door ontbossing en jacht werd de prachtige vogelsoort uitgeroeid. Dacht men. Maar in de wouden van Arkansas blijkt hij toch nog te leven, meldt het vakblad Science deze week. Ten minste acht mensen hebben er één gezien – waarschijnlijk steeds dezelfde - en een jaar geleden is de specht ook gefilmd. Hoewel de beelden uiterst wazig zijn, zien specialisten ze na een grondige analyse als afdoende bewijs. De ivoorsnavelspecht bestaat nog.
Tweede auteur van het Science-artikel is Martjan Lammertink. Inderdaad, een Nederlander. Hij is al een jaar fulltime bezig met de zoektocht naar de ivoorsnavelspecht, in opdracht van de Cornell Universiteit. Hoe komt hij aan die baan? Aan de telefoon legt hij het uit: “Ik was vorig jaar in de laatste fase van mijn proefschrift, over spechten op Borneo, toen er betrouwbare meldingen kwamen dat de ivoorsnavelspecht was gezien. Ik ben gespecialiseerd in grote spechten, dus toen er een grote zoektocht op touw werd gezet, vroegen ze mij om die te leiden. En ik deed niets liever!”
Het was niet de eerste keer dat hij achter deze specht aanzat, vertelt Lammertink. “Een ondersoort werd in 1986 op Cuba gezien. Na mijn eindexamen, een paar jaar later, ging ik er onmiddellijk heen. Maar ik was net te laat. De bossen waar de specht mogelijk had geleefd, waren al gekapt.” In 1999 waren er meldingen dat de ivoorsnavelspecht in Louisiana was gespot. Lammertink en zes anderen zochten een maand lang en vonden wel sporen, maar geen specht.
De ivoorsnavelspecht leeft van grote keverlarven die alleen voorkomen in speciale dode bomen. Vanwege dat bijzondere dieet heeft iedere vogel een gigantisch territorium nodig, zegt Lammertink. “In een optimaal bosgebied is dat al gauw zo’n vijftien vierkante kilometer. Maar in de Big Woods moet het groter zijn, want het bos is lang niet overal ongerept, waardoor er veel minder dode bomen staan. We schatten dat een ivoorsnavelspecht hier wel honderd vierkante kilometer nodig heeft. Dus de kans dat je er één tegenkomt, blijft hoe dan ook heel erg klein.”
Het natuurgebied, voornamelijk moeilijk begaanbaar moerasbos, is ongeveer 2200 vierkante kilometer groot. Dat zou betekenen dat er nu maximaal een stuk of twintig ivoorsnavelspechten leven. “Ja, in het meest optimistische scenario. Toch denken we dat het wel een levensvatbare populatie is, want het gebied is sinds 1944 alleen maar geschikter geworden. Als de ivoorsnavelspecht tot nu heeft weten te overleven, zou de toekomst ook geen probleem moeten zijn.”
De zoektocht van Lammertink en de twintig jonge onderzoekers leverde welgeteld één waarneming op. En nul foto’s, en al helemaal geen film. “Dat viel tegen, nou en of! We hebben 41 vierkante kilometer heel systematisch uitgekamd op zoek naar holen van het beest, op 120 vierkante kilometer elke boom bekeken en in een nog veel groter gebied wat oppervlakkiger gekeken. Zonder bewijs te vinden. In maart was het geschikte seizoen echt voorbij. Toen pas besloten we de video van 2004 grondig te analyseren. Tja, we hadden op overtuigender bewijs gehoopt.”
Het korte stukje film werd beeld voor beeld bekeken. En ja hoor: op grond van de afmetingen van de vogel en de kleurpatronen op zijn vleugels en lijf concludeert een team van maar liefst zeventien wetenschappers dat het inderdaad om een ivoorsnavelspecht moet gaan. Er kwamen zelfs proeven met een namaakspecht aan te pas, om te controleren of het niet toch om de verwante Noord-Amerikaanse zwarte specht ging. Wetenschapsblad Science vond de analyse betrouwbaar genoeg op te concluderen dat de ivoorsnavelspecht nog bestaat en pakte er op 28 april groots mee uit.
En alle media pikten de boodschap onmiddellijk op, zegt Lammertink. “Het stond op de voorpagina van iedere krant en alle nieuwsprogramma’s besteedden er aandacht aan. We werden platgebeld, niet alleen door Amerikaanse journalisten, maar ook uit allerlei andere landen. Het is dan ook één van de meest spectaculaire vogels van Noord-Amerika, en bovendien een symbool voor de verdwenen wildernis. Er is ontzettend veel belangstelling voor het beest. De bescherming van zijn mogelijke leefgebieden staat nu extra hoog op de agenda, dat is mooi meegenomen. En over geld om verder te zoeken hoeven we ons voorlopig ook geen zorgen te maken.”
De huidige zoektocht is betaald door rijke vogelliefhebbers. Die gaat door, en Lammertink blijft van de partij. “Mijn contact loopt nog anderhalf jaar. Nu is het seizoen ongeschikt om te zoeken, dus ik ga verder werken aan mijn proefschrift. En straks trekken we er weer op uit.” Heeft hij de ivoorsnavelspecht nu eigenlijk al met eigen ogen gezien? “Nee, jammer genoeg niet. Hopelijk komt dat nog!”
In Nederland valt het intussen wel mee met de spechtengekte. Natuurhistorisch museum Naturalis in Leiden heeft zijn opgezette ivoorsnavelspecht voor de gelegenheid uit het depot gehaald. Helemaal fris ziet het mannetje er niet meer uit, maar het is een echte, voor iedereen te bezichtigen. Misschien wel de zeldzaamste vogel ter wereld.
Elmar Veerman
John Fitzpatrick, Martjan Lammertink, David Luneau e.a.: “Ivory-billed woodpecker (Campephilus principalis) persists in continental North America”, Sciencexpress, 28 april 2005