Uit Afrika ...

... langs de kust

De Andamaneilanden en de Nicobaren.
Zoom
De Andamaneilanden en de Nicobaren.

De moderne mens is maar een keer uit Afrika vertrokken, toont genetisch onderzoek van geïsoleerd levende groepen hedendaagse mensen aan. Bovendien volgt daaruit welke route de mens op zijn ontdekkingsreis van de nieuwe wereld nam: langs de kust.

Het is een van de weinige plekken op aarde waar de 21e eeuw nog niet is doorgedrongen: de Andaman- en Nicobareilanden, een groep van 319 eilandjes in de golf van Bengalen tussen India en Birma. Verspreid over de paradijselijke eilanden wonen zes inheemse stammen, die sinds mensenheugenis zo goed als geen contact met de buitenwereld hebben. Razend interessant dus voor genetici, want hun DNA is daardoor niet vermengd met dat van andere bevolkingsgroepen. En verborgen in dat DNA liggen de sporen van de ontdekkingsreis die Homo sapiens ergens tussen 55.000 en 85.000 jaar geleden begon bij zijn verovering van de wereld. Waar dat allemaal begon is min of meer duidelijk: de wieg van de moderne mens, voluit Homo sapiens sapiens, stond 150.000 jaar geleden naar alle waarschijnlijkheid ergens in Oost Afrika. Maar hoe ging het daarna verder? Twee piepkleine stukjes DNA laten zich bij nadere bestudering lezen als een reisverslag van de voettocht die Homo sapiens over de wereldbol maakte: het Y-chromosoom, dat van vader op zoon wordt doorgegeven, en het van moederszijde afkomstige mitochondriaal DNA of mtDNA. Genetici gaan ervan uit dat deze friemeltjes DNA met een vaste snelheid muteren. Ze vormen zo een klok die steeds verder terugtikt naarmate de verschillen tussen mensen groter worden. Op grond van de verspreiding van het mitochondriaal DNA en het Y-chromosoom onder de wereldbevolking is zo een reconstructie te maken van de uittocht uit het Afrikaanse continent. En geïsoleerde stammen, zoals de bewoners van de Andaman-eilanden, maar ook inwoners van Papua Nieuw Guinea en de Australische aboriginals zijn daarbij extra interessant, want hun DNA vormt als het ware een vergeelde polaroid uit lang vervlogen tijden. De Indiase geneticus Kumarasamy Thangaraj en collega’s slaagden erin om voor het eerst speeksel- en bloedmonsters van de bewoners van de zo goed als ontoegankelijke Andaman-eilanden te verkrijgen. Heel bijzonder, want tot nu toe waren onderzoekers altijd aangewezen op in de Victoriaanse tijd verzameld museummateriaal om DNA uit te isoleren. Thangaraj onderzocht het mtDNA van twee stammen op de Andamaneilanden – de Onge, en de Groot Andamanezen – en van een stam op de Nicobaren. De bewoners van de twee eilandengroepen verschillen hemelsbreed van elkaar: de Nicobaren hebben duidelijk Aziatische trekken, en de Andamanbewoners zijn donkerder gekleurd, klein en elegant, en hebben peperkleurig kroeshaar. Die verschillen komen ook naar voren in de DNA-monsters. Het DNA van de Nicobaren is nauw verwant aan dat van de huidige bewoners van Zuidoost Azië, en dat suggereert dat ze tamelijk recent, zo’n 15.000 jaar geleden - de oversteek van het vaste land hebben gemaakt. Het DNA van de Andamanbewoners daarentegen verraadt dat de stammen waarschijnlijk al genetisch geïsoleerd zijn geraakt vlak na de migratie uit het Afrikaanse continent. En zo’n eilandengroep is natuurlijk geen gekke plek om te proberen een leven op te bouwen buiten het veilige Afrikaanse moedercontinent. Eten ligt in zee nagenoeg voor het opscheppen. Een tweede studie in Science van deze week oppert dat dat geen toeval was: de mens heeft bij zijn verkenning van de nieuwe wereld de kustlijn aangehouden, stellen Vincent Macauly en collega’s. Macauly onderzocht het mitochondriaal DNA van een andere geïsoleerde volksstam, de Orang Asli (‘oorspronkelijke mens’) uit Maleisië. Ook deze stam blijkt erg oud: hij ontstond 60.000 jaar geleden als nieuwe twijg aan de Zuid-Aziatische stamboom. De moderne mens bereikte de kust van de Indische Oceaan dus vlak nadat hij zijn eerste schreden in de nieuwe wereld had gezet. En daarna ging het snel: de eerste overblijfselen van de mens in Australië dateren van 46.000 tot 50.000 jaar geleden. Macauly berekende dat de eerste landverhuizers zich verplaatsten met een snelheid van 0,7 tot 4 kilometer per jaar. In Europa duurde het allemaal veel langer. De oudste restanten van de moderne mens zijn in Roemenië gevonden, en zijn ‘maar’ zo’n 35.000 jaar oud. Geen wonder, vind Macauly. Zo’n 50.000 jaar geleden was de noordelijke doorgang naar het nabije Europa afgesloten door een onherbergzame woestijn. Een verkenningstocht langs de zuidelijke kusten lag daarom veel meer voor de hand. En pas toen het klimaat verbeterde, trok de mens vanuit het Indiase continent Europa in. Macauly komt tot de conclusie dat er maar één uittocht uit Afrika is geweest, en dat de eerste moderne mens bij zijn verkenningstocht de kust aanhield. Macauly vermoedt dat de mens daarbij de Rode Zee in het zuiden is overgestoken, en niet, zoals de gangbare opvatting luidt, noordwaarts langs de Nijl is opgetrokken. Vooralsnog is dat speculatie, want er zijn geen fossielen op het Arabisch schiereiland die het vermoeden van een zuidelijke oversteek bevestigen. Ook maakt Macauly een schatting van de grootte van de groep avonturiers: een paar honderd, vermoedt hij. Een paar honderd dus, die in 60.000 jaar tijd zijn uitgegroeid tot een wereldbevolking van zes miljard. Het is om stil van te worden. Jacqueline de Vree Kumarasamy Thangaraj et al, ‘Reconstructing the origin of Andaman Islanders,’ in Science, 12 mei 2005 Vincent Macaulay et al, ‘Single, rapid coastal settlement of Asia revealed by analysis of complete mitochondrial genomens,’ in: Science, 12 mei 2005 Peter Forster en Shuichi Matsumura, ‘Did early humans go north or south?’, in: Science, 12 mei 2005