Langer leven door meditatie?

Maharishi Mahesh Yogi
Zoom
Maharishi Mahesh Yogi

Beoefenaars van transcendente meditatie leven langer, en hebben bovendien minder kans te overlijden aan hart- en vaatziekten en kanker. Tenminste: dat is wat de onderzoekers ons willen doen geloven.

De resultaten zien er indrukwekkend genoeg uit. Beoefenaars van transcendente meditatie, een vorm van meditatie die in het westen is geïntroduceerd door Maharishi MaheshYogi, hebben 30 procent minder kans om te overlijden aan hart- en vaatziektes, en zelfs 49 procent minder kans om te overlijden aan kanker. Bovendien leven ze langer. Het sterftepercentage is onder TM-beoefenaars 23 procent lager dan in controlegroepen. Dat volgt uit een studie die onder leiding van Robert Schneider is uitgevoerd, en deze week wordt gepubliceerd in het American Journal of Cardiology. Schneider, zelf fervent beoefenaar van de meditatietechniek, is verbonden aan het intstituut voor natuurgeneeskunde van de Maharishi University of Management in Iowa, in 1971 opgericht door de grondlegger van de meditatietechniek Maharishi Mahesh Yogi. Schneider onderzocht de lotgevallen van 202 proefpersonen, die eind jaren tachtig en begin jaren negentig hadden deelgenomen aan twee verschillende studies naar het effect van transcendente meditatie. In beide studies werden hoogbejaarde mannen en vrouwen met een licht verhoogde bloeddruk willekeurig in drie groepen opgedeeld. Eén groep ouderen kreeg instructies over transcendente meditatie, een techniek die erop gericht is een toestand van ‘alerte rust’ te verkrijgen. Een tweede groep kreeg oefeningen in opmerkzaamheid (‘mindfulness’) of ontspanningsoefeningen, en een derde groep kreeg alleen onderricht over een gezonde levensstijl. Alle bejaarden werden geacht hun oefeningen de drie maanden dat het onderzoek duurde, vol te houden. Uit beide studies kwam naar voren dat transcendente meditatie tot een aanzienlijke afname leidde van de bloeddruk. Robert Schneider raadpleegde de gegevens van de National Death Index om de lotgevallen van de proefpersonen te achterhalen. De helft van de oorspronkelijke deelnemers aan de twee studies was overleden. Door de doodsoorzaken en de sterftecijfers te vergelijken tussen de drie oorspronkelijke groepen, kwam Schneider tot de conclusie dat beoefenaars van transcendente meditatie de dood wat langer buiten de deur hadden weten te houden. De sterftekans in de mediterende groep bejaarden was 23 procent lager dan in de andere twee groepen. Bovendien bleken ze minder vaak te zijn overleden aan hart- en vaatziektes en kanker. Er is evenwel een klein wolkje aan de horizon. Zo is het volstrekt onduidelijk hoe lang de bejaarden de meditatie- of ontspanningsoefeningen eigenlijk vol hebben gehouden. Schneider heeft slechts de sterftecijfers naast de deelnemerslijsten van de onderzoeksstudies uit 1989 en 1995 gelegd. Zijn de bejaarden door blijven mediteren na afloop van de oorspronkelijke studies? Of hebben ze er na de drie maanden dat het onderzoek duurde de brui aan gegeven? Het zijn allemaal vragen waar Schneider geen antwoord op geeft in het artikel. Desgevraagd laat hij per e-mail weten dat “uit eerder onderzoek is gebleken dat veel mensen die beginnen met transcendente meditatie, daar mee doorgaan. De meest waarschijnlijke verklaring is dan ook dat de bejaarden uit het onderzoek de rest van hun leven zijn blijven mediteren.” Maar zeker is dat niet, want de onderzoekers hebben er niet naar gekeken. Het enige dat vooralsnog vaststaat, is dat de oorspronkelijke proefpersonen zich gemiddeld tien jaar geleden een periode van drie maanden hebben bezig gehouden met meditatie of ontspanningsoefeningen. En het lijkt nogal onwaarschijnlijk dat die periode van drie maanden doorslaggevend is geweest voor hun levensduur of de oorzaak van hun overlijden. Jacqueline de Vree Robert Schneider et al. ‘Long-term effects of stress reduction on mortality in persons > 55 years of age with systemic hypertension’, in: Am Journal of Cardiology, vol 95, 1 mei 2005