De anatomie van sarcasme
Beschadigde breinen herkennen een scherpe tong niet

- Zoom
- Klik op het plaatje voor een portie sarcasme
Israëlische psychologen kunnen dankzij patiënten met hersenschade precies aanwijzen welke plaatsen in de hersenen nodig zijn om sarcastische opmerkingen te kunnen begrijpen. Lekker belangrijk.
Je kunt er schamper over doen, maar sta er even bij stil: het begrijpen van een sarcastische opmerking is geen sinecure. Als je geen inzicht hebt in de bedoelingen van de spreker, gaat het sarcasme langs je heen. Dat kan komen doordat je onvoldoende achtergrondkennis hebt, maar het kan ook een kwestie zijn van hersenschade, laten Simone Shamay-Tsoory en collega’s zien. De onderzoekers van het Rambam Medical Centre in Haifa (Israël) identificeerden de plaatsen in de hersenen die nodig zijn om sarcasme te begrijpen. Ze rapporteren erover in het vakblad Neuropsychology.
De Israëlische onderzoekers lazen korte verhaaltjes voor aan mensen met en zonder hersenschade. In sommige van deze verhaaltjes kwam een sarcastische opmerking voor. Bijvoorbeeld: ‘Joe kwam op zijn werk, en in plaats van aan het werk te gaan, ging hij zitten om uit te rusten. Zijn baas zag dat en zei: “Zorg dat je niet te hard werkt, Joe!”’. Na ieder verhaaltje kregen de proefpersonen een inhoudelijke controlevraag en een ‘attitudevraag’, in dit geval ‘werkte Joe hard?’ en ‘dacht zijn baas dat Joe hard werkte?’.
De zeventien mensen zonder hersenschade hadden geen enkele moeite om de juiste antwoorden te geven. 41 Eigenaars van een beschadigd brein scoorden verschillend, afhankelijk van de plaats waar het mis was in hun hoofd. Die plaatsen waren dankzij hersenscans precies bekend. Ontbrekend hersenweefsel achterin gaf geen problemen bij deze taak, maar bij schade in de prefrontale cortex, de hersenschors voorin de schedel, snapten de proefpersonen de sarcastische lading van het verhaaltje vaak niet. Mensen die daarnaast ook schade hadden in de rechterhersenhelft, bakten er al helemaal weinig van.
Echt verrassend zijn die bevindingen niet, want uit eerder onderzoek was al bekend dat non-verbale aspecten van gesproken taal vaak niet opgepikt worden door mensen met schade in het voorste deel van de hersenen. Ook voor allerlei sociale herkenningsreacties is dit hersengebied cruciaal. “Voor het begrijpen van sarcasme moet iemand niet alleen snappen wat de verteller denkt dat de luisteraar denkt, maar ook onderliggende emoties kunnen herkennen”, schrijven de auteurs. Best ingewikkeld dus, dat sarcasme.
Ze zetten in hun artikel op een rij welke hersendelen moeten samenwerken om een sarcastische opmerking goed te interpreteren. Eerst moet de schors van de linkerhersenhelft de letterlijke betekenis van de woorden achterhalen. De voorste hersenlobben en de rechterhersenhelft moeten herkennen in welke context de opmerking wordt gemaakt, en daarna ook de tegenstelling tussen die sociaal-emotionele context en de letterlijke betekenis opmerken. De rechter ventromediale prefrontale hersenschors ten slotte moet de twee betekenissen integreren met sociaal-emotionele kennis van eerdere situaties en uiteindelijk de luisteraar helpen de ware bedoeling van de spreker te begrijpen.
De patiënten uit het onderzoek hebben niet direct iets aan deze conclusies. Daar zullen ze misschien teleurgesteld over zijn. Maar ze hebben er vast geen sarcastisch commentaar op, want dan begrijpen ze zichzelf niet meer.
Elmar Veerman
Simone Shamay-Tsoory, R. Tomer en J. Aharon-Peretz: “The neuroanatomical basis of understanding sarcasm and its relationship to social cognition”, Neuropsychology no. 3, 2005