Een ‘complete verrassing’, een ‘dramatische ontdekking’, noemen planeetonderzoekers het. Rond het minimaantje Enceladus van de planeet Saturnus blijkt een dunne, maar wel duidelijk meetbare mist van waterdamp te hangen.
De maan is met zijn vijfhonderd kilometer doorsnede te klein om een dampkring vast te houden. Dat betekent dat de dampkring voortdurend wordt aangevuld. Zo’n 450 ton waterdamp per uur moet er op Enceladus vrijkomen, schatten onderzoekers in. Waarschijnlijk is de damp afkomstig van het ijsoppervlak van de maan, of hij wordt uitgestoten door watervulkanen of rokende geysers - al zijn die tot dusver nog niet gezien.
De dampkring is te dun om direct waar te kunnen nemen. De Saturnus-verkenner Cassini vond de atmosfeer door te kijken naar het magneetveld van Saturnus. Rond Enceladus heeft dat magneetveld een sterke verstoring, die eigenlijk alleen maar kan duiden op de aanwezigheid van magnetisch opgeladen watermoleculen. Hoe dicht de dampkring precies is, moet vervolgonderzoek uitwijzen.
Enceladus is nu opeens gepromoveerd van volslagen onbekend ijsbolletje tot een van de spannendste objecten van het zonnestelsel. Als er werkelijk watervulkanen of geysers op Enceladus zijn, dan ligt het voor de hand dat er binnenin het maantje vloeibaar water stroomt. En buitenaardse zeeën zijn precies datgene wat men graag nader wil onderzoeken: er mocht zich eens leven schuilhouden.
Tot dusver is er zeker één andere ijsmaan waar een ondergrondse zee wordt vermoed: Europa, een maan van de planeet Jupiter. Maar hoewel ruimtevaartorganisaties Nasa en ESA voorzichtige plannen maken voor een onderzoeksmissie naar Europa, is er een probleem: rond Jupiter heerst extreem veel straling. Zie daar als buitenaardse levensvorm maar eens te overleven. Enceladus heeft die tekortkoming niet. De maan is wat dat betreft misschien een goedaardige versie van Europa.
Buitenaardse zeeën zoals die van Europa en Enceladus – áls ze bestaan – worden niet zozeer vloeibaar gehouden door warmte van binnenuit, maar door de zwaartekracht van hun gastheerplaneten Jupiter en Saturnus. De maantjes worden als het ware ‘omgeroerd’ door de zwaartekracht van de reuzenplaneten. Enceladus wordt nog eens extra gekneed, omdat de maan een vrij elliptische omloop heeft, en omdat ook de grotere buurmanen Tethys en Dione aan hem trekken.
In het zonnestelsel zijn er nóg twee vulkanische maantjes: Io bij Jupiter, en Triton bij Neptunus. “Enceladus is misschien Saturnus’ goedaardige evenknie van Jupiters dramatische Io,” zegt de Duitse onderzoeker Fritz Neubauer in een persverklaring. Io geldt als de heftigste vulkaanmaan van het zonnestestelsel: de maan is geheel gedrenkt in vulkanisch zwavel.
Dat er iets vreemds aan de hand is met Enceladus, werd al duidelijk in 1981, toen de ruimtesonde Voyager op negentigduizend kilometer afstand langs het ijsmaantje raasde. Voyager zag met zijn camera’s een helderwit ijsbolletje, dat 90 procent van het licht dat erop valt weer terugkaatst. Enceladus is daarmee het helderste object van het zonnestelsel.
Die witheid dankt Enceladus aan het feit dat er nauwelijks inslagkraters van meteorieten zijn. En dat duidt er weer op dat het maantje geologisch actief is. ‘Iets’ moet het oppervlak van het wereldje voortdurend vernieuwen.
Hoewel Enceladus vooral nieuwe vragen opwerpt, denken onderzoekers in elk geval één oud raadsel te hebben opgelost. Rond Saturnus hangt namelijk een nogal merkwaardige ring, de ‘E-ring’. Die bestaat uit ijsdeeltjes, maar tot dusver begreep niemand waar al dat bevroren water eigenlijk vandaan komt. De onderzoekers denken nu dat Enceladus erachter zit: het wegdampende water van het maantje zou de ring van materiaal voorzien.
Maarten Keulemans