Jules Verne (1828-1905)

Tien kleine misverstanden over de grote schrijver

verne1
Zoom
verne1

Vandaag precies honderd jaar lang moet de wereld het stellen zonder Jules Verne. Noorderlicht zette tien misverstanden over de romancier op rij.

1) Hij was de vader van de science fiction Geenszins. Hoe je ‘science fiction’ ook definieert; anderen waren hem tientallen jaren tot eeuwen voor. Mary Shelley schreef ‘Frankenstein’ al toen Verne nog een kleuter was; avonturenboeken met een wetenschappelijk tintje waren al in overvloed geschreven door onder meer Jonathan Swift (‘Gullivers Travels’), Rudolf Erich Raspe (‘De avonturen van de baron van Münchausen’), Edgar Allen Poe en Nathaniel Hawthorne. Geschiedkundige overzichten nemen vaak Homerus’ melding van stalen slaven (robots?) in de ‘Ilias’ als beginpunt van de science fiction, of verwijzen naar de fantastische gedichten van de Romein Lucianus van Samosa. Niet dat Verne ermee zat. Hij vond zichzelf vooral een avonturenschrijver die veel belangstelling had voor de technologie van zijn tijd. Over H.G. Wells zei hij eens: “Ik maak slechts gebruik van de natuurkunde. Hij vernieuwt.” 2) Hij kwam de deur niet uit. Hij haalde al zijn informatie uit boeken. Onzin. In Azië, Zuid-Amerika of diep in Afrika is hij inderdaad nooit geweest. Toch was hij, zeker voor zijn tijd, redelijk bereisd. Gedurende zijn leven maakte hij twaalf lange en korte reizen, onder meer naar Engeland, Schotland, Ierland, België, Noorwegen, Denemarken, Portugal, Spanje, Duitsland, Italië, Malta, de Verenigde Staten, Marokko en Algerije. Tweemaal bezocht hij Nederland, in 1881 en 1887. 3) Hij was positief over technologie Het tweede boek dat hij schreef werd afgewezen door de uitgever omdat het te negatief zou zijn. In het werk, ‘Parijs in de twintigste eeuw’ (1863), beschrijft Verne een maatschappij die verslaafd is aan technologie en efficiëntie – het boek speelt in de 1960er jaren. Iedereen kan eindelijk lezen, maar niemand leest nog; iedereen heeft geld, maar nog nooit waren er zoveel daklozen. Vernes ongetwijfeld donkerste werk werd in 1994 alsnog uitgegeven. Het werd een bestseller. 4) Hij bedacht de duikboot Welnee. Ten tijde van ’20.000 Mijlen onder zee’ (1870) bestonden er al bijna een eeuw lang simpele onderzeeërs. Duikboten werden onder meer ingezet tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), een inspanning waarbij overigens meer duikbootbemanningen dan vijandige soldaten omkwamen. Zelfs de naam ‘Nautilus’ was niet nieuw. De oorspronkelijke Nautilus was een duikbootprototype dat in Brest en Le Havre was ontwikkeld door de Amerikaanse ingenieur Robert Fulton. 5) Hij bedacht het reizen naar de maan Toen Verne’s hoofdpersoon Barbicane in 1865 arriveerde op de maan, was het hemellichaam al bezocht door onder meer de Baron van Munchausen (in 1793) en door Cyrano de Bergerac (in 1657). De eerste denkbeeldige maanbezoeker moet een zekere Icaromenippos zijn geweest, een bedenksel van de dichter Lucianus van Samosa uit de tweede eeuw na Christus. Wat Verne de Baltimore Gun Club liet doen in 'De reis naar de maan', is in werkelijkheid trouwens onmogelijk, becijferde een lezer van het Britse blad New Scientist eens in een ingezonden brief. Om met een kanon een capsule naar de maan te schieten, is een versnelling nodig tot 2 kilometer per seconde. Gas komt echter niet verder dan anderhalf. Het grootste kanon dat ooit op aarde werd afgevuurd, schoot in 1918 een lichte kanonskogel 120 kilometer ver weg, volgens de brievenschrijver. 6) Hij bedacht dat de aarde misschien hol is Mooi niet. In ‘Reis naar het middelpunt der aarde’ (1864) haakte hij aan op een oud en wijdverbreid idee dat in die tijd zeer populair was. De ‘holle-aardetheorie’ werd in 1680 uitgedokterd door de Brit Thomas Burnet, om te verklaren waar al het water van de bijbelse zondvloed vandaan was gekomen en weer heen was gevloeid. Sindsdien kwam de theorie in allerlei gedaantes terug, onder meer in het werk van Edgar Allan Poe en in dat van Madame Blavatsky, grondlegster van de theosofie. Zelfs de vermaarde astronoom Edmund Halley (1656-1743) geloofde dat de aarde van binnen hol was. Bizar genoeg heeft de theorie nog altijd enige aanhang. 7) Hij bedacht de brandstofcel, of de waterstofmotor Nog afgelopen zomer stelde een zekere John A. Turner van het Amerikaanse National Energy Renewal Laboratory in nota bene het toptijdschrift 'Science' dat Jules Verne in 1874 de waterstofeconomie zou hebben voorspeld. Niet dus. In ‘Het geheimzinnige eiland’ (1874) laat Verne een van zijn romanfiguren opmerken: “Water is het kolen van de toekomst.” Maar met waterstofmotoren of brandstofcellen heeft dat niets te maken. Die produceren juist water als afvalproduct: ze wekken elektriciteit op door waterstof met zuurstof tot water te combineren. Verne had beter kunnen weten. De Britse natuurkundige William Grove presenteerde ‘s werelds eerste, werkende brandstofcel op waterstof al in 1839, vijfendertig jaar vóór publicatie van ‘Het geheimzinnige eiland’. 8) Hij voorzag de atoombom De zogeheten ‘fulgurateur’ (‘verblinder’) uit ’20.000 Mijlen onder zee’ is een zeer krachtig explosief, waarover Verne zijn hoofdpersonages erg laat opscheppen. Maar een atoombom, dat gaat te ver. Waarschijnlijk is het misverstand gevoed door de beroemde Walt Disney-verfilming van het boek uit de jaren zestig. Op het witte doek lijkt de verblinder inderdaad verdacht veel op een atoombom. 9) Hij voorzag de moderne communicatie: de telefoon, de fax, de film, de televisie en zelfs internet. Mocht-ie willen. In ‘Parijs in de twintigste eeuw’ beschrijft hij de fax, dat is waar. Maar die was toen al twintig jaar bekend. Het faxapparaat werd in 1843 bedacht en gepatenteerd door de Schotse uitvinder Alexander Bain. In ‘Het spookkasteel’ (1892) beschrijft Verne geprojecteerde beelden, maar die bewegen niet. Van computers, internet of televisies is in het werk van Verne nergens sprake. 10) Goed: hij voorzag helemaal niks Dat is ook weer niet waar. De Israëlische letterkundige en Jules Verne-kenner Zvi Har’El komt uit op een lijst van negentien originele bedenksels die wél zijn uitgekomen. Daaronder zaken als de helicopter, de satelliet en de tank. Maarten Keulemans