De zachte kant van T. rex
Bloedvaten en cellen uit fossiel gehaald

- Zoom
- Stukjes weefsel uit het beenmerg van T. rex. (A) Een elastisch fragment, dat terugveert als het wordt uitgerekt. (B) Het zelfde stukje, maar dan gedroogd. (C) Een fragment met duidelijke vezels. Druk op het kruisje voor volledige grootte.
In een fossiel dijbeen van een tyrannosaurus vonden Amerikaanse onderzoekers zachte, elastische weefsels met bloedvaten en celkernen erin. Ze zijn zeventig miljoen jaar oud, maar zien er verrassend vers uit. Hebben we straks ook genetische informatie van deze angstaanjagende dinosaurus in handen?
Amerikaanse onderzoekers maken in Science bekend dat ze bloedvaatjes hebben gehaald uit uit een zeventig miljoen jaar oud fossiel van Tyrannosaurus rex, de bekende reuzenvleeseter met grote tanden en kleine armpjes. En ze vonden ook ronde bolletjes, die eigenlijk alleen maar cellen kunnen zijn. En stukjes elastisch weefsel. “Ik had nooit durven dromen dat ik nog eens zoiets zou vinden”, laat hoofdauteur Mary Higby Schweitzer per e-mail weten. “Ik ben er eigenlijk nog steeds verbaasd over.” Het Museum of the Rockies in de Amerikaanse staat Montana heeft een forse collectie fossiele tyrannosaurusbotten. Vandaar dat er wel één opgeofferd mocht worden voor een bijzondere analyse. Onderzoekers van de North Carolina State University lieten kleine stukjes van een dijbeen langzaam oplossen. Alle kalk verdween, en daarmee kwamen de binnenste structuren van het bot bloot te liggen. Die werden bekeken met lichtmicroscopen en afgetast met een speciale elektronenmicroscoop. Het leverde spectaculaire beelden op. In het artikel in Science zetten Mary Schweitzer en haar collega’s de microscopische opnamen van het dino-materiaal naast stukjes struisvogelbot dat ze op de zelfde manier behandeld hebben. Dat klinkt misschien gek, maar vogels zijn directe afstammelingen van de vleesetende dino’s, en van die groep lijkt de struisvogel het meeste op zijn verre voorouders. De botkanaaltjes en bloedvaatjes van deze tyrannosaurus zijn volgens de onderzoekers bijna niet te onderscheiden van dezelfde weefsels uit een vers struisvogelbot. En omdat er bij het prepareren geen agressieve chemicaliën zijn gebruikt, kan het materiaal nog verder geanalyseerd worden. “Het is nog onbekend of alleen de vorm van deze weefsels bewaard is gebleven, door een nog onbekend proces van geochemische vervanging, of dat de oorspronkelijke chemische samenstelling behouden is gebleven”, aldus de auteurs. Het laatste lijkt op z’n minst ten dele waar, want de onderzoekers hebben al eiwitfragmenten uit het weefsel weten te isoleren waarop antistoffen konden reageren. Het wetenschappelijke artikel werd al in december bij de redactie van Science aangeboden, dus ongetwijfeld is er in de tussentijd al meer over de moleculaire structuur bekend. Schweitzer wil er jammer genoeg niet veel over loslaten. “Ja, sindsdien is er veel gebeurd. Ik hoop verder te gaan met het bekijken en analyseren van het spul dat we vinden, en misschien verschijnt er over een paar maanden een volgend artikel over. We zullen zien. Het is spannend!” Is er een kans dat er ook DNA uit de monsters kan worden geïsoleerd? Schweitzer: “Persoonlijk werk ik niet met DNA, dus ik kan alleen zeggen dat we het misschien kunnen vinden als het er inzit. De interpretatie van eventuele genetische informatie kan ik beter aan collega’s van me overlaten.” Zou dat ooit tot een genetische kaart van T. rex kunnen leiden? “Nee, ik denk niet dat mogelijk is.” Het artikel in Science gaat bijna uitsluitend over het dijbeen van één tyrannosaurus, maar in de laatste alinea’s is te lezen dat de onderzoekers al botcellen hebben gevonden in ten minste twee andere exemplaren, en ook in de overblijfselen van een planteneter uit dezelfde tijd, een hadrosaurus. Geconfronteerd met de Amerikaanse vondsten loopt paleontoloog John Jagt van het Natuurhistorisch Museum in Maastricht over van enthousiasme: “Wauw, ik ben echt helemaal onder de indruk. Dit is schitterend spul.” Het is heel bijzonder dat botten van dinosauriërs zo goed geconserveerd zijn, zegt hij. “Ik ben verbaasd dat ze dit uit zandsteen hebben gehaald, een vrij broos gesteente. Het spul blijft namelijk het beste bewaard als er helemaal geen lucht bij kan komen, en daar zijn andere gesteenten beter in.” Ook Jagt denkt niet dat er veel dino-DNA zal worden gevonden. “Het lukt bij mammoeten al niet om daar iets zinnigs mee te doen, dus ik zie het hier helemaal niet gebeuren.” Maar ja, had hij dan wel gedacht dat er cellen en bloedvaatjes zouden opduiken? “Nee, dat is waar, dat had ik ook nooit verwacht.”
Elmar Veerman
Bron: Mary Schweitzer, Jennifer Wittmeyer, John Horner en Jan Toporski: “Soft-tissue vessels and cellular preservation in Tyrannosaurus rex”, Science, 25 maart 2005