De ‘hobbit van Flores’ laat zich niet meer uitmaken voor debiel. Een nieuwe, aparte menssoort, dat is toch écht wat hij is.
Critici dachten nog dat het dwergachtige skelet dat pasgeleden werd opgegraven op het Indonesische eiland Flores geen echte dwerg was, maar gewoon een onderontwikkelde, zwakzinnige Indonesiër met de aandoening ‘microcephalie’. Maar nieuw onderzoek lijkt die mogelijkheid uit te sluiten.
De hobbitmens ‘Homo floresiensis’ werd vorig jaar binnengehaald als de belangrijkste oermensenontdekking in vele jaren. De één meter kleine hobbit leefde nog terwijl de aardbol al lang en breed was bevolkt door mensen zoals u en ik, van de soort Homo sapiens. Zelf was hij waarschijnlijk van een heel andere mensentak: een afstammeling van onze verre voorvader Homo erectus.
Zo mogelijk nog stuitender was dat de dwerg niet meer herseninhoud had dan een chimpansee. Niemand had ooit durven denken dat oermensen met zo’n klein brein in staat waren om te jagen en, waarschijnlijk, konden praten. Ook maakte de hobbit dramatisch duidelijk dat de menselijke soort gewoon de wetten van de natuur volgt. Op geïsoleerde, kleine eilanden gebeurt het vaker dat diersoorten door de generaties heen krimpen, en datzelfde was de hobbit overkomen.
Dean Falk van de Floride State University en collega's hebben nu de hersenpan van Homo floresiensis nader bestudeerd, door zijn schedel door te lichten met een ziekenhuisscanner, een CT-scanner. De scans die daaruit kwamen, vergeleken ze met de hersens van een chimpansee, een Homo erectus, een Homo sapiens en met die van een microcephalie-patiënt. Hun conclusie: het mensje dat op Flores leefde is “beslist een soort apart”.
De herseninhoud duidt er bovendien op dat de floresmens een opmerkelijk geavanceerd breintje meedroeg. Zo had de hobbit een ontwikkelde temporale kwab, het hersengebied dat mensen onder meer gebruiken voor herinnering, spraak en gehoor. Ook de frontale cortex van de hobbit was groot en ontwikkeld: het hersengebied dat duidt op hogere cognitieve functies, zoals planning en analytisch denken.
De onderzoekers verwachten dat de hobbit daarmee opnieuw de wereld op zijn kop zal zetten. Ons grote hoofd vormt immers een centraal uitgangspunt in het denken over menselijke evolutie. De veel gehoorde gedachte is dat de mens zijn geestelijke ontwikkeling moest bekopen met voortplantingsmoeilijkheden: ons ongewoon grote hoofd past namelijk zeer moeilijk door het geboortekanaal.
Nu durft evolutieanatoom Fred Spoor van het Londense University College een radicaal andere stelling aan: “De boodschap die ons gaat bijblijven is dat geavanceerd gedrag zoals het maken van stenen werktuigen blijkbaar niet noodzakelijkerwijs een groot, modern, mensachtig brein vereisen,” zegt hij tegen het blad Science. Rondom de hobbitresten werden namelijk ontwikkelde stenen werktuigen gevonden, plus de verkoolde restanten van prooidieren zoals dwergolifanten: een duidelijk teken dat de hobbit jaagde en vuur gebruikte. Paleoantropologen gaan ervan uit dat de hobbit ook praatte, want jagen is een groepsactiviteit die overleg vergt.
Ondanks alles lijkt het laatste woord nog niet over de hobbit gezegd. In commentaren blijven critici de onfortuinlijke dwerg van Flores hardnekkig aanduiden als ‘dat dier’. Tegenover het blad New Scientist geeft antropoloog Bernard Wood van de Universiteit van Washington het probleem scherp weer: “Dit lijkt inderdaad niet op het brein van iemand met microcephalie. Maar het ziet er ook niet uit als een gekrompen brein van de moderne mens.”
Maarten Keulemans
Dean Falk, Charles Hildebolt, Kirk Smith, M. Morwood et al.: “The brain of LB1, Homo floresiensis”. In: Science Express, 10.1126/science.1109727 (2005).