De oeraap van Madagaskar

DNA uit oude botten wijst op enkele oversteek

De ringstaartmaki, een bekende halfaap van Madagaskar - Foto Artis
Zoom
De ringstaartmaki, een bekende halfaap van Madagaskar - Foto Artis

DNA van uitgestorven halfapen bevestigt het idee dat alle aapachtigen op Madagaskar afstammen van één soort oeraap. Ongeveer tien miljoen jaar na het verdwijnen van de dinosauriërs moet die de oversteek vanuit Afrika hebben gemaakt.

Toen de eerste mensen op Madagaskar gingen wonen, rond het begin van onze jaartelling, leefden er allerlei reuzendieren op het eiland. Enorme schildpadden bijvoorbeeld, en loopvogels van drie meter hoog, en halfapen van wel tweehonderd kilo. Die zijn nu allemaal verdwenen. Maar hun botten zijn er nog. Met een beetje geluk kun je daar zelfs DNA uithalen, waarmee de verwantschap tussen soorten kan worden bepaald. Een internationale onderzoeksgroep onder leiding van Anne Yoder (Yale, VS) nam 25 sets oude botten van uitgestorven halfapen onder handen en probeerde er DNA uit te isoleren. Het was een heel precies werkje, dat meestal mislukte. Ze vingen vooral bot wanneer de beenderen gevonden waren in het noorden van het Madagaskar, dat in de tropen ligt. Door het vocht, de hitte en de UV-straling gaat het erfelijk materiaal daar sneller kapot dan in een gematigder klimaat. Van twee soorten lukte het wel om DNA te isoleren en dit te analyseren. De botten waren van verschillende exemplaren van Megaladapis, een planteneter ter grootte van een orang oetan die leefde als een koala, en van Paleopropithecus, een luiaardachtig wezen van een kilo of veertig. Ze waren tussen de duizend en tweeduizend jaar oud. De onderzoekers vergeleken dit DNA met dat van nog levende halfapen. Uit die analyse bleek dat Megaladapis op een andere plaats in de stamboom thuishoort dan tot nu toe werd gedacht. En, belangrijker, dat alle halfapen van Madagaskar afstammen van één soort, en wel één die niet voorkomt in de stamboom van alle andere aapachtigen op de wereld. Met andere woorden: de resultaten bevestigen het idee dat het in al die miljoenen jaren maar één aapachtige is gelukt om heelhuids op Madagaskar aan te komen en zich daar voort te planten. Uit eerder onderzoek aan het DNA van levende halfapen had Yoder al geconcludeerd dat dit zo’n 54 miljoen jaar geleden gebeurd moet zijn. Voor alle roofdieren van Madagaskar geldt trouwens hetzelfde, al waren die een paar miljoen jaar eerder. Het lijkt vreemd dat dieren er maar zo zelden in geslaagd zijn de zeereis naar Madagaskar te maken. Het eiland ligt 370 kilometer van de Afrikaanse kust vandaan, en in de loop van miljoenen jaren heeft het zeewater regelmatig erg laag gestaan. Maar omdat de zeestraat bijzonder diep is, in het midden minimaal tweeduizend meter, is er in 165 miljoen jaar nooit een landverbinding ontstaan. De halfapen konden zich daarom ongestoord ontwikkelen tot meer dan vijftig soorten. Sommige zo klein als een flinke muis, andere groter dan de grootste aap. Toen tweeduizend jaar geleden nóg een aapachtige op het eiland landde, helemaal uit de buurt van Maleisië, begonnen de grote veranderingen. Die aap is pas de laatste honderd jaar aan het ontdekken wat hij heeft aangericht. Elmar Veerman Praveen Karanth, Thomas Delefosse, Berthe Rakotosaminanana, Thomas Parsons en Anne Yoder: "Ancient DNA from giant extinct lemurs confrims single origin of Malagasy primates", Proceedings of the National Academy of Sciences, early online edition, 21 maart 2005