Eerst heter, daarna koeler
Oceaanstroming stuwt het klimaat

- Zoom
- Hitte op de campus
Extreem hete zomers zoals die van 2003 roepen vragen op over trends in regionale klimaatseffecten. Zo zouden fluctuaties in de warme Golfstroom de zomers in Europa en Noord-Amerika beïnvloeden. Berekeningen van vooraanstaande klimaatmodelmakers bevestigen nu die invloed.
De invloed van de warme Golfstroom op het klimaat valt moeilijk te overschatten. Zonder de oceaanstroming vanuit het Caribische gebied via West-Europa naar Newfoundland zou het hier gemiddeld twee tot drie graden kouder zijn. Ter vergelijking: tijdens de laatste ijstijd was het hier vier tot vijf graden kouder.
Maar de Golfstroom is niet constant. Fluctuaties erin worden in verband gebracht met de recente toename in wervelstormen in het Caribische gebied en in de zuidelijke staten van Noord-Amerika. Ook de verdroging van de Sahel in de zeventiger jaren en het broeikaseffect zouden terug te voeren zijn, althans gedeeltelijk, op veranderingen in de Warme Golfstroom.
De Britse onderzoekers Rowan Sutton en Daniel Hodson van de Universiteit van Reading besloten die vermoedens te onderzoeken. Ze stelden een tijdreeks op van de oceaanoppervlaktetemperatuur vanaf 1870 tot 2003. Vervolgens keken ze naar de samenhang met historische weersextremen en tenslotte hebben ze de oceaantemperatuur ingevoerd in een klimaatmodel om te zien of het model dezelfde weersextremen zou produceren. De resultaten waren verbazend realistisch.
De gemiddelde watertemperatuur van de Atlantische Oceaan vertoont een heel langzame schommeling. In de loop van een mensenleven (60 tot 80 jaar) wordt de oceaan ongeveer 0,2 graad Celsius warmer, kouder en weer warmer. Die fluctuatie is het gevolg van veranderingen in de sterkte van de Golfstroom. Wanneer de Golfstroom afneemt dan koelt het oceaanwater af, bij een sterker stroom vanuit de Caraïben stijgt de watertemperatuur juist. Die trage schommeling in zeewatertemperatuur wordt ‘AMO’ genoemd: Atlantische Multidecadale Oscillaties.
Een zomer in warme fase, zoals die tussen 1930 en 1960 heerste, wordt geassocieerd met 20 procent minder neerslag in de zuidelijke VS en 5 tot 15 procent meer regen in Europa. Ook valt er meer neerslag in de Sahel en in Oost-Afrika. De temperatuur lag gemiddeld een kwart tot driekwart graad hoger dan normaal. Zowel in de VS als in Europa. In de koude fase, zoals tussen 1960 en 1990 het geval was, is alles net andersom.
“De correlatie is er wel, maar nog geen causaliteit”, schrijven de Britse meteorologen deze week in het wetenschapsblad Science. Ze wilden weten of een verandering van 0,2 graden in de gemiddelde temperatuur van het oceaanwater inderdaad zulke gevolgen zou kunnen hebben. Daartoe voerden ze de historische reeks van oceaantemperaturen in als uitgangspunt voor het wereldvermaarde HadCM3 klimaatmodel.
De uitkomsten vertoonden een verbluffende overeenkomst met hoe het echte klimaat zich ontwikkeld had: warme droge zomers in de centrale staten van de VS tussen 1930 en 1960. Daarna koeler en natter tussen 1960 en 1990.
Nu zitten we weer in een warme periode. De Golfstroom neemt al sinds het midden van de jaren zeventig in kracht toe. Dat wil zeggen dat een deel van het broeikaseffect, de onderzoekers schatten 10 tot 25 procent, op conto van de Golfstroom te schrijven valt. Een ander mogelijk gevolg is de recente toename van bosbranden, vanwege grote droogte, in de VS en ook de frequentie van hittegolven in Europa.
We zijn nog niet aan het maximum van de warme periode. Dus als de onderzoekers gelijk hebben, dan kunnen we nog een aantal hete zomers verwachten. Maar, zo waarschuwen de meteorologen, het broeikaseffect wordt snel sterker. Dat doet het ijs op Groenland smelten en de instroom van al dat zoete water belemmert het afzinken van koud zout water in de Noordelijke IJszee. Dat zal de Golfstroom vervroegd afremmen. Dan komt er eerder een einde aan de warme periode en keren de kille zomers van de zeventiger jaren terug.
Jos Wassink
Rowan T. Sutton en Danile L.R. Hodson: “Atlantic Forcing of North American and European Summer Climate”, Science, Vol. 309, 1 juli 2005, p. 115 – 118
Richard A. Kerr: “Atlantic Climate Pacemaker for Millennia Past, Decades Hence?”, Science, Vol. 309, 1 juli 2005, p. 41 - 42