Op zwart

Brein heeft knipperend oog niet door

Een proefpersoon met het lampje in de mond. Foto: University College London.
Zoom
Een proefpersoon met het lampje in de mond. Foto: University College London.

Ongemerkt knipperen we elke vier tot zes seconden met onze ogen. Toch merken we daar niets van. Britse onderzoekers ontdekten waarom het niet vijftien keer per minuut zwart voor onze ogen wordt. Vlak voor de oogknippering gaat het brein namelijk een klein beetje uit.

Een vreemd gezicht moet het zijn geweest. Alle acht de proefpersonen van Davina Bristow en collega's namen plaats in de fMRI-scan met het wetenschappelijke equivalent van een zaklamp in hun mond. Alleen zo, met het lichtschijnsel uit het glasvezelbuisje dat van binnen uit hun netvliezen verlichtte, konden de onderzoekers namelijk het effect van het knipperen van de ogen in de hersenen bestuderen. Want hoe komt het dat je zo weinig merkt van die tien tot vijftien keer per minuut dat je oogleden voorlangs je pupil eerst naar beneden, en dan weer omhoog gaan? Waarom wordt het je dan niet elke vier tot zes seconden letterlijk zwart voor ogen? Dat komt, ontdekten Davina Bristow en collega's van het University College in Londen, omdat vlak voor de knippering ons bewustzijn een heel klein beetje afneemt. Het brein merkt de oogknippering dus niet op. Al sinds de jaren tachtig bestaat het vermoeden dat oogknippering leidt tot een tijdelijke afname van de visuele gewaarwording. Niet omdat de spreekwoordelijke luiken een paar maal per minuut dichtgaan, maar omdat de gewaarwording daadwerkelijk op een lager pitje gaat. Bristow en collega's voerden een experiment uit om te achterhalen wat er in de hersenen gebeurt. Allereerst kregen de proefpersonen een verduisterde skibril op. In hun mond kregen ze een lampje. Het lampje verlicht het netvlies van binnen uit, dwars door het gehemelte heen - ongeveer zoals ook het oor het licht van een erachter gehouden lamp doorlaat. Op die manier werd het netvlies continu verlicht, en niet, zoals met licht dat van buiten op het oog valt, onderbroken door knipperende oogleden. Pupilonafhankelijke retinastimulatie, heet dat met een sjiek woord. Uit de hersenscans die vervolgens gemaakt werden, volgde dat een bepaald gedeelte van de visuele cortex - een gebied met de weinig poëtische naam 'V3' - tijdens het knipperen van de ogen beduidend minder actief was. Ook een aantal gebieden in de prefrontale kwab en de slaapkwab, gebieden die doorgaans geassocieerd worden met bewustzijn van veranderingen in de omgeving, waren minder actief. Het heeft er dus alles van weg dat het brein het knipperen van de ogen domweg niet opmerkt omdat het even weggedommeld is, suggereren de onderzoekers. Bij navraag bleken de proefpersonen overigens op commando met hun ogen te hebben geknipperd, en dat maakt het experiment toch wat minder elegant. Want bewust met je oogleden knipperen, dat is iets heel anders dan het onbewuste knipperen dat gewone mensen aan de lopende band doen. Jacqueline de Vree Davina Bristow et al, 'Blinking suppresses the neural response to unchanging retinal stimulation', in: Current Biology, 26 juli 2005.