Ik, verlamd? Welnee!

Bewustzijn en beweging zijn moeilijk te scheiden

Hersenen van een man die niet beseft dat hij halfzijdig verlamd is. De rode gebiedjes spelen daar een cruciale rol bij dat besef, maar zijn bij hem beschadigd. (Science)
Zoom
Hersenen van een man die niet beseft dat hij halfzijdig verlamd is. De rode gebiedjes spelen daar een cruciale rol bij dat besef, maar zijn bij hem beschadigd. (Science)

Een hersenbloeding rechts kan de linkerhelft van het lichaam verlammen. Maar sommige patiënten merken die verlamming totaal niet op. Italiaanse onderzoekers gingen na wat er in hun hersenen mis is.

Je wordt wakker in een vreemd bed, temidden van piepende en zoemende apparaten. Mensen in witte kleren verdringen zich om de rechterkant van je bed. Ze zeggen dat je een herseninfarct hebt gehad, waardoor een deel van je rechterhersenhelft is uitgevallen. Je bent dus waarschijnlijk verlamd aan de linkerkant van je lichaam. Voorzichtig beweeg je je linkerteen. Dat gaat prima, voel je. Je tilt je linkervoet eens op, en dan je linkerarm. Geen enkel probleem. Maar als je de dokter daarop wijst, kijkt ze bezorgd. “U bewoog niet”, zegt ze. “Probeert u eens op te staan, dan ziet u het zelf.” Maar opstaan, daar eh… daar heb je geen zin in. Het komt regelmatig voor dat mensen na een herseninfarct niet alleen linkszijdig verlamd zijn, maar ook aan halfzijdige verwaarlozing lijden. Signalen van links komen dan wel binnen, bijvoorbeeld via de ogen, maar de patiënt negeert ze zonder dat te weten. Hij denkt bijvoorbeeld dat zijn bord leeg is, terwijl de linkerkant nog vol eten ligt. Soms komt daar nog iets bovenop: de zogenoemde anosognosie. De patiënt begrijpt dan niet dat hij de linkerhelft van zijn lijf niet meer kan bewegen en is er zelfs vast van overtuigd dat hij dat nog wel kan. Italiaanse onderzoekers onder leiding van Anna Berti vergeleken twee groepen linkszijdig verlamde patiënten die ook allemaal aan linkszijdige gevoelsverwaarlozing leden. Twaalf van hen begrepen dat ze verlamd waren, zeventien ontkenden dat. Zij leden dus ook nog aan anosognosie. Door de schade in de rechterhersenhelften van de twee groepen te vergelijken, hoopten de onderzoekers vast te stellen welke onderdelen van het brein de doorslag geven bij het optreden van anosognosie. Op hersenscans waren inderdaad verschillen te zien. Zorgvuldige vergelijkingen brachten gebiedjes aan het licht die heel vaak beschadigd waren bij de anosognosiepatiënten, maar bijna nooit bij de anderen. Het bleek niet te gaan om één of ander regelcentrum ver van de motorische hersenschors, die de bewegingen aanstuurt, maar een serie gebiedjes daar middenin. Een bijzondere halfzijdig verlamde patiënt die wel anosognosie had, maar geen halfzijdige verwaarlozing, bevestigde die waarneming. Bij hem waren de gebiedjes in de motorische hersenschors inderdaad ook beschadigd. Het bewustzijn van bewegingen ontstaat dus niet in een apart observatiecentrum in het brein, stellen de Italianen, maar zit verwerkt in de gebieden die de bewegingen aansturen. Die gebiedjes controleren blijkbaar of de bewegingen die we veronderstellen te maken ook werkelijk uitgevoerd worden. Het lijkt er dus op dat daar een stukje van ons bewustzijn zetelt. Het feit dat de verantwoordelijke hersenstructuren geïdentificeerd zijn, maakt anosognosie natuurlijk niet minder bizar. “Je staat raar te kijken als iemand glashard beweert dat hij zijn arm beweegt, terwijl dat niet zo is”, zegt Edward de Haan, hoogleraar neuropsychologie in Utrecht. “En als je ze vraagt op te staan, zeggen de meeste patiënten dat ze daar geen zin in hebben. Ze beseffen echt niet dat ze dat helemaal niet kunnen. Van collega’s ken ik wel gevallen waarbij zulke patiënten wel probeerden op te staan. Die gingen natuurlijk meteen onderuit. ‘Wat is het hier glad!’, zeiden ze dan.” Elmar Veerman A. Berti, G. Bottini, M. Gandola, L. Pia, N. Smania, A. Stracciari, I. Castiglioni, G. Vallar en E. Paulescu: “Shared cortical anatomy for motor awareness and motor control”, Science, 15 juli 2005