Ooit kibbelden geleerden over de vraag hoeveel engelen er op de punt van een naald passen. Nu, in eeuw nummer 21, vragen wetenschappers zich serieus af: bestaan er dwergen?
Het begon allemaal eind vorig jaar, met de onthulling van een zeer ongewoon mensenfossiel: het skelet van een één meter hoge vrouw, die nog maar dertienduizend jaar geleden moet hebben geleefd op het Indonesische eiland Flores. Een ongelooflijke, haast ketterse ontdekking. Want dwerggroei op een geïsoleerd eiland als Flores mag voor dieren dan een betrekkelijk normaal evolutionair verschijnsel zijn, het is toch even slikken dat de wetten van de biologie ook opgaan voor mensen. De ‘hobbitmens van Flores’ maakte weer pijnlijk duidelijk wat we eigenlijk zijn: zomaar een van de vele diersoorten op aarde.
Maar dan moet het gevonden fossiel wél echt een nieuwe soort zijn. De Indonesische paleoantropoloog Teuku Jacob bromde al direct: die hobbit, dat is gewoon een klein uitgevallen exemplaar van de moderne mens, Homo sapiens. Een ziek exemplaar welteverstaan, met ‘microcefalie’. Dat is een zeldzame aandoening van het zenuwstelsel, die zich onder meer kenmerkt door een extreem klein hoofd, dwerggroei en zwakzinnigheid.
Jacob is bejaard, trots en niet onomstreden. Toch: hij staat niet alleen. “Veldwerkers hebben de neiging om alles wat ze vinden maar meteen een nieuwe soort te noemen”, zegt ook hoogleraar ontwikkelingsgenetica Robert Eckhardt van de Universiteit van Pennsylvania. “Ze moeten ook wel. Alleen al omdat ze anders weinig aandacht krijgen voor hun vondst, en geen geld voor vervolgonderzoek. Maar intussen onderschatten de veldwerkers wél dat er binnen de soort Homo sapiens enorm veel variatie kan optreden. Kijk alleen al naar hersengrootte. Oliver Cromwell [stamvader van het Verenigd Koninkrijk, red.] had een herseninhoud van 2000 milliliter, de Franse schrijver Anatole France kwam niet verder dan 1000 cc [en de gemiddelde mens zit rond de 1500 cc, red.] Dat is 100 procent verschil.”
Eckhardt, van huis uit medicus, was onlangs in Leiden om vanuit natuurhistorisch museum Naturalis stilletjes te werken aan de tegenaanval. De Amerikaan wil de ‘hobbit’ uit Flores vergelijken met zoveel mogelijk andere, oude schedels uit Indonesië, en met de bekende gevallen van microcefalie en dwerggroei. “Wist je dat er een vrouw heeft geleefd die maar 56 centimeter groot was? Zo heel klein was die hobbit dus niet.”
De Australisch-Amerikaans-Nederlandse ontdekkers van Homo floresiensis denken dat de hobbitmens een nakomeling is van Homo erectus, de gedrongen oermens die de wereld bevolkte lang voordat er moderne mensen waren. Ze wijzen onder meer op de dikke schedel, de zware wenkbrauwen en de teruggedrongen kin. Typische Homo erectus-trekjes, zeggen de hobbitfans. En de hobbit had ze ook.
Maar Eckhardt bestrijdt dat. “Als je lijdt aan microcefalie, heb je óók een dikke schedel. En die wenkbrauwranden, die vind ik eigenlijk helemaal niet zo ontwikkeld. Ik heb vrienden met dikkere wenkbrauwen.” Eckhardt ontwaart juist ‘aardig overtuigende’ tekenen van microcefalie, aan onder meer de tanden en het dijbeen van de floresmens.
De aanhangers van de hobbit zijn vooralsnog niet onder de indruk. Paleontoloog Gert van den Bergh, hobbitvoorstander en deelnemer aan de opgravingen: “Dit is typisch de reactie die in dit vakgebied altijd volgt op een belangrijke nieuwe ontdekking. Homo erectus werd aanvankelijk aangezien voor aap, en van de eerste Neanderthalers werd beweerd dat het de skeletten waren van soldaten.”
Zijn collega John de Vos van Naturalis wijst op de resultaten van eerdere opgravingen. Rondom de hobbitmens zijn ook resten gevonden van andere ongewone dieren, zoals absurd kleine olifanten. Blijkbaar leefde de dwerg in een heel bijzonder tijdperk op Flores. “Die hobbit past gewoon precies in het plaatje. Hij maakte deel uit van een typische eilandfauna.” Overigens hebben de onderzoekers nog andere, onbeschreven menselijke fossiele resten achter de hand: misschien kunnen die de doorslag geven.
Eckhardt reageert luchtig. “Ik weet ook nog niet precies wat ik ervan moet vinden.” En, glimlachend: “Als straks blijkt dat het andere kamp gelijk heeft, dan is iedereen ook blij met het resultaat. Mensen wíllen graag geloven in hobbits en dwergen. Dat maakt het voor mij wel zo gemakkelijk. Wat mijn onderzoek ook oplevert, het resultaat is altijd goed.”
Maarten Keulemans