Jim Royle zou afvallen als hij wat vaker uit z’n stoel zou komen, maar bij de Royle Family doet Barbara het werk. – Foto: BBC
Niet alle bankhangers worden even dik, merkte dokter James Levine op. Een zitter die regelmatig beweegt -loopt, staat, friemelt- wordt aanmerkelijk minder dik dan een echt passieve bankhanger. Een iets actievere levensstijl kan veel overgewicht voorkomen, concluderen de onderzoekers deze week in Science
Het is een goed moment voor een studie naar overgewicht. De kilo's van het kerstdiner hangen nog zwaar op de heupen en van de goede voornemens is vier weken na oud en nieuw niet veel over. De moderne mens is teruggezakt in zijn dikmakende sleur, iets meer teleurgesteld in zichzelf dan een maand geleden. Maar daar is Science met een artikel over afvallen. Zou de wetenschap het raadsel van de vetzucht dan eindelijk ontrafeld hebben?
Overgewicht neemt epidemische vormen aan. In Amerika lijdt tweederde van de bevolking aan overgewicht en een kwart is kortweg te dik ('obese'). De rest van de westerse wereld volgt dezelfde trend. Wetenschappelijk gezien is aankomen een kwestie van permanente onbalans tussen inname en verbruik van energie.
Arts-onderzoeker James Levine (Mayo Kliniek, Minnesota) wilde weten hoeveel energie zijn patiënten nu eigenlijk verbruikten. Daartoe werd een speciaal corset ontworpen met bewegings-opnemers dat de bewegingen van de drager 24 uur lang registreert. Deelnemers aan de test, tien personen met overgewicht en tien zonder, droegen het corset tien dagen lang. De enige beperking die ze kregen opgelegd was een zwemverbod vanwege kortsluitingsgevaar voor de elektronica.
Vergelijking van de tien maal tien maal 24 uur leverde als belangrijkste conclusie op dat mensen zonder overgewicht per dag gemiddeld tweeënhalf uur langer actief zijn dan de dikkertjes. Het verschil in energieverbruik stelde de onderzoekers vast op 350 kilocaloriën, wat overeenkomt met de energie-inhoud van een hamburger met een ijsje. Levine rekent voor dat dit energie-overschot voldoende is om tien pond per jaar aan te komen.
Toen werden de rollen omgedraaid: de dikkertjes werden op dieet gezet en de schrieltjes vetgemest. Twee maanden later waren de mensen met overgewicht gemiddeld vier kilo lichter en de ‘dunnetjes’ hadden er acht kilo bijgekregen. Alles voor de wetenschap. Wederom werd hun bewegingspatroon vastgelegd met het meetcorset. En wat bleek: beide groepen hadden nog hetzelfde bewegingspatroon. Met andere woorden: dik zijn leidt niet tot passiviteit, maar andersom wel. Dus, concludeert Levine, zijn iemands zitgewoonten eerder biologisch bepaald dan door de omgeving.
De oplossing ligt volgens James Levine in ‘non-excercise acitivity thermogenesis’ afgekort als NEAT. Dat zijn allerlei dagelijkse bewegingen zoals lopen, staan, praten en met de handen in de weer zijn, die niet als sport worden beschouwd. Voorlopige onderzoeksresultaten geven aan dat de gewichtstoename omgekeerd evenredig is aan de hoeveelheid beweging, of ‘NEAT’ in de termen van Levine. Wie veel aan ‘NEAT’ doet valt af, de anderen niet.
Maar zo eenvoudige is het niet om ingesleten gedrag te veranderen. Ten eerste lijkt
de hoeveelheid beweging een genetische component te hebben. Volgens een onderzoek dat commentator Eric Ravussin in Science citeert, varieert de hoeveelheid ‘NEAT’ sterk tussen individuen, maar minder sterk tussen verwanten. Dat wijst erop dat de neiging tot (weinig) bewegen een genetische component heeft. En dan is er nog de gedragscomponent. Iedereen die het wel eens geprobeerd heeft, weet hoe moeilijk het is om slechte gewoonten (roken, drinken, vet eten) te veranderen. Dat gaat niet zonder een stevige motivatie en de nodige wilskracht.
Levine en collega’s hebben duidelijk gedemonstreerd dat een kleine toename in dagelijkse activiteit overgewicht kan voorkomen. Dus meer traplopen, huishouden, knutselen en wat al niet. Dat lijkt een goed voornemen, maar we weten inmiddels hoe het met goede voornemens afloopt.
Jos Wassink
James A. Levine et al.: “Interindividual Variation in Posture Allocation: Possible Role in Human Obesity”, Science, Vol. 307, 28 jan 2005, p.584 – 586
Eric Ravussin: “A NEAT Way to Control Weight”, Science, Vol. 307, 28 jan 2005
Het meetcorset van de Mayo kliniek: bij A zit een versnellingsmeter, bij I twee hellingsmeters. In totaal zijn er zes sets houdings- en bewegingssensoren ondergebracht. Foto: Mayo Kliniek, Minnesota.