“Kwantummechanica is net als cricket: volkomen onbegrijpelijk”

Klaas Landsman

Klaas Landsman:
Zoom
Klaas Landsman: "Kwantummechanica is net als cricket: volkomen onbegrijpelijk”. [Foto: Bert Beelen]

Klaas Landsman (41) is een soort kruising tussen Harry Potter - maar dan volwassen - en Stephen Hawking – maar dan zonder handicap. Humor en hyperintelligente kwantumfysische analyses gaan haast ongemerkt in elkaar over bij de hoogleraar Analyse aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zo ook in zijn nieuwe boek, Requiem voor Newton, dat in januari verscheen bij uitgeverij Contact. Amsterdamse jezuïeten en de eerste langspeelplaten van het Simplistisch Verbond vormden hem tot geestig ironicus, die de parodie op zichzelf en z’n vakgenoten niet schuwt. “Wiskundigen zijn rare kwibussen.”

Klaas Landsman is permanent overwerkt. “Ik denk dat ik véél moeier ben dan Newton ooit is geweest”, zegt hij lachend en morrelt wat aan het snoer van de uit Cambridge meegebrachte, ‘prehistorische’ waterkoker die geen enkel teken van verhitting vertoont. Zijn poging om kruidenthee te zetten strandt, als het apparaat vervolgens geluidloos doorbrandt. “Druivensap ook goed?”, oppert hij onverstoorbaar en duikt in de koelkast. Aan de muur van zijn werkkamer hangen vier abstracte werken van Mark Rothko, zijn idool in de kunst. “Vooral vanwege het onzichtbare, ‘t is de meest abstracte kunst die je je maar kunt voorstellen. De kracht zit ‘m in dat wat je niét ziet.” Met die laatste zin typeert Landsman ‘in a nutshell’ zijn fascinatie voor de kwantumfysica, de subatomaire werkelijkheid waarin elementaire deeltjes als elektronen, quarks en fotonen de dienst uitmaken. Johann von Neumann, de uitvinder van de computer, legde rond 1930 de basis voor de wiskundige formulering van de kwantummechanica. Maar volgens Landsman was dat slechts het alfabet, de grammatica moet nog worden ontdekt. “Kwantummechanica is ontzettend moeilijk, net als het bereiken van wereldvrede. Dat zijn technische problemen die bijna onoplosbaar zijn voor het menselijk brein.” Kwantummechanica stuit op de grenzen van het menselijk intellect, aldus Landsman. Grote geesten als Einstein, Bohr en Von Neumann hebben hun halve leven gewijd aan de kwantumfysica en zijn nauwelijks verder gekomen dan Von Neumann indertijd. “Zelfs Einstein is het niet gelukt de kwantummechanica te doorgronden, al is zijn kritiek heel belangrijk geweest. Newton had het gemakkelijk, want de klassieke mechanica gaat over stenen en planeten - dingen die je kunt zien. Maar kwantummechanica gaat over een onzichtbare werkelijkheid, je hebt geen idee hoe je daaraan moet beginnen. Alsof je een Chinese roman leest met enkel een woordenboek.” Van 1989 tot 1997 bracht Landsman zeven jaar door in Cambridge, als postdoc bij het Department of Applied Mathematics and Theoretical Physics. Daar ontmoette hij onder meer Stephen Hawking en diens beeldschone, briljante promovenda met wie Landsman meer dan eens in bed belandde - of door het plafond zakte, zoals de ik-figuur met ‘zijn’ Ellen in Requiem voor Newton. “Ja, er staan ook wat onverwerkte emoties in…”, giechelt de auteur. “Van de tien hoofdrolspelers zijn er vijf gebaseerd op mensen uit Cambridge, het is een combinatie van autobiografie en geschiedenis. Ik heb het boek pas vijf jaar na mijn terugkomst geschreven, dus er is enige geschiedvervalsing, kleine vervormingen met een poot in de werkelijkheid.” Uitgeverij Contact benaderde hem indertijd voor een populair-wetenschappelijk boek over natuurkunde. Het verhaal ophangen aan Cambridge was voor hem een “inkopper”. “Ik wilde een kijkje geven in het leven daar en Inside Cambridge was een betere titel geweest. 80 Procent van het boek gaat over Cambridge en slechts 20 procent over Newton. Maar de uitgever wilde liever een Nederlandse titel.” Landsman staat graag op de bühne en besteedt “buitensporig veel tijd” aan voordrachten en oraties (inmiddels twee). “Volgens mijn vrouw heb ik een “theatrale persoonlijkheidsstoornis”, grinnikt hij. “Misschien om mij af te zetten tegen vakgenoten die tijdens een presentatie enkel naar het bord kijken. Ik heb groot respect voor wiskundigen, maar het zijn rare kwibussen. Ze hebben een gebrek aan ironische afstand, zijn vaak bloedserieus en hechten enorm belang aan de wiskunde. Dat doe ik niet. Je moet om jezelf kunnen lachen.” Zijn colleges en artikelen zijn “goed en ze kloppen”, maar hij neemt veel zaken met een korrel zout vanwege het voorlopige, nog onbewezen karakter. Als mathematicus is Landsman dan ook atypisch. Hij wil enkel wiskunde beoefenen die ergens over gaat, geen art for art’s sake. Toen hij twaalf was, dacht hij oprecht dat een Nobelprijs binnen zijn mogelijkheden lag. “Tijdens het Europees jeugdkampioenschap schaken ontdekte ik dat bepaalde spelers duidelijk beter waren dan ik. Ik stelde als schaker eigenlijk niet zoveel voor. In de wetenschap kwam dat inzicht wat later, maar daarin ben ik wel beter geworden. Desillusie? Neuh. Ik heb me er op m’n twintigste bij neergelegd.” Landsman hoopt dat zijn twee zoontjes (nu drie en vijf) later kiezen voor kunst, muziek, of wetenschap. “Zolang ze maar geen optiehandelaar worden”, zegt hij met bijpassende mimiek. De opvoeding van zijn kinderen ziet hij als ultieme levensvervulling en hij hoopt dat ze uitgroeien tot vredelievende volwassenen. “Mensen die conflicten via de rede oplossen en de huichelachtigheid inzien van mensen als Bertrand Russell. Die schreef boeken over moraal, maar ruïneerde al zijn minnaressen. Einstein heeft daar ook iets van. Die heeft zijn vrouw opgeofferd aan z’n ego en z’n carrière. Ikzelf? Ach, daarvoor is het nog niet te laat”, lacht Landsman. “Schrödinger was een ongelooflijke schuinsmarcheerder, maar ik ben ontzettend trouw.” Mits Ellen maar uit de buurt blijft… Myrna Tinbergen Klaas Landsman, Requiem voor Newton. Uitgeverij Contact, ISBN 9025426913.