[Klik voor vergroting] Kriebelige sommen van de hand van Albert Einstein. Gaat ons vermogen om sommen te maken gewoon door als ons taalvermogen het begeeft? (Einstein Archives Online)
Mensen die door een beroerte niet langer in staat zijn om te spreken of taal te begrijpen, kunnen tóch nog steeds prima rekenen. Een ongelooflijke ontdekking, want blijkbaar is wiskunde een oervaardigheid, een aparte ‘taal’ die losstaat van het gesproken woord.
De drie mannen uit Engeland zijn getroffen door een verschrikkelijk noodlot. Een hersenbloeding heeft grote delen van hun linkerhersenhelft gesloopt. En nu kunnen S.A., S.O. en P.R., zoals de mannen in de vakliteratuur worden aangeduid, nauwelijks meer praten of een gesprek volgen. De mannen hebben afasie: taalproblemen door hersenbeschadiging.
Het meest complexe dat de mannen nog kunnen uitbrengen, zijn korte, simpele, gestamelde woordcombinaties. Taal begrijpen is nagenoeg onmogelijk geworden. Zo hebben ze de grootste moeite om zinnen als ‘de man doodt de leeuw’ en ‘de leeuw doodt de man’ uit elkaar te houden.
Maar de sommen ’59 – 13’ en ’13 – 59’ uit elkaar houden, dat kunnen ze als de beste, zo blijkt uit een opvallend Brits experiment. Onderzoekers uit Sheffield lieten de beroertepatiënten in totaal zo’n 250 hoofdrekensommen uitvoeren, die wat betreft logische opbouw overeenkwamen met alledaagse grammaticale constructies. De patiënten zijn bijvoorbeeld niet langer in staat om met ‘ingebedde’ zinnen om te gaan (‘de man die de leeuw doodde die de hond heeft opgegeten’). Maar geen enkel probleem hadden ze met ingebedde sommen: 90 – (3 + 17) x 3.
Zo liepen de onderzoekers het ene na het andere staaltje van taallogica na. Steeds was de uitkomst hetzelfde: de patiënten konden een bepaalde logica met woorden niet meer volgen, maar met getallen lukte het nog uitstekend. Hun grammatica mocht dan zijn weggevaagd; hun ‘rekenkundige grammatica’ werkte nog prima. Pak een mens zijn taalvermogen af, en hij kan nog steeds rekenen.
De implicaties zijn vergaand, en bizar. Blijkbaar staat taal los van wiskunde. En dat staat haaks op wat de meeste onderzoekers denken: dat taal en rekenen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Geen taal, dan ook geen wiskunde, luidt deze meest gehoorde opvatting. Hoe kun je immers rekenen zonder getallen te benoemen?
Daarvoor bestaan ook de nodige aanwijzingen. Laat een gezonde vrijwilliger rekensommen uitvoeren, en op de hersenscans lichten ook zijn taalgebieden op. En dan is er het bewijs uit de Amazone. Daar leven enkele indianenstammen die geen woorden hebben voor getallen. Ongelooflijk genoeg zijn de leden van deze stammenvolkeren ook werkelijk getalblind: ze kunnen niet optellen en zien geen verschil tussen bijvoorbeeld vier of acht voorwerpen, zo leert een recent experiment.
De Britten weten nog niet goed hoe ze hun ontdekking precies moeten plaatsen. Misschien hebben we in onze hersens wel een nog onontdekt ‘redeneercentrum’, waar zowel taalkundige als rekenkundige redenaties tot stand komen. Bij patiënten met afasie zou alleen de ‘taal-output’ zijn vernield, als de speaker van een radio. Het achterliggende mechanisme – de radio zelf - zou het nog gewoon doen. En de rekenkundige output - zeg maar: de koptelefoonuitgang van de radio - ook.
Vervolgonderzoek moet het raadsel ontwarren, schrijft de vooraanstaande Amerikaanse psychologe Elizabeth Brannon in een commentaar. Het is hoog tijd na te gaan in hoeverre jonge kinderen of zelfs dieren een wiskundeknobbel hebben. Want ook dat is een implicatie van de Britse bevindingen. Mochten er écht twee volledig gescheiden systemen zijn, dan is het opeens niet langer uitgesloten dat er dieren rondlopen die kunnen rekenen.
De drie proefpersonen S.O., S.A. en P.R. hebben er niet veel aan. In de kille vaktaal die de onderzoekers hanteren, klinkt door hoe gruwelijk gehandicapt de drie mannen eigenlijk zijn: “P.R. was de enige patiënt die nog in staat was telwoorden uit te spreken, hoewel het proces waarmee hij hoeveelheden aanduidde atypisch was. Hij gebruikte een telstrategie: hij begon te tellen bij één en hield op als de hoeveelheid die hij bedoelde werd bereikt.”
Maarten Keulemans
Rosemary Varley, Nicolai Klessinger, Charles Romanowski en Michael Siegal: ‘Agrammatic but numerate’. In: PNAS Early Edition, 10.1073/pnas.0407470102 (2005).
Elizabeth Brannon: ‘The independence of language and mathematical reasoning’. In: PNAS Early Edition, 10.1073/pnas.0407470102 (2005).
[Klik voor vergroting] Kriebelige sommen van de hand van Albert Einstein. Gaat ons vermogen om sommen te maken gewoon door als ons taalvermogen het begeeft? (Einstein Archives Online)
De Amerikaanse taalonderzoeker Peter Gordon poseert naast een Pirahã-indiaan uit de Amazone. Het Pirahã-volk kwam vorig jaar in het nieuws toen Gordon aantoonde dat de indianen niet kunnen rekenen. Dat zou komen omdat de Pirahã geen telwoorden kennen. (Peter Gordon)