Geen peenhaar voor papegaai
Geheimzinnige kleurstof roept vooral vragen op

- Zoom
- De Groenvleugelara (Arizona State University)
De papegaai is écht een vreemde vogel. Als enige in de natuur gebruikt hij een bijzondere kleurstof om zijn veren te kleuren – en geen bioloog die snapt waarom.
Het is weer eens raak met de papegaai. Twee jaar geleden ontdekten biologen dat veel papegaaien fluoresceren onder ultraviolet licht, net als een markeerstift. En nu hebben andere onderzoekers alweer een vreemde ontdekking gedaan. De vogel gebruikt namelijk een set zeer ongebruikelijke kleurstoffen om zijn veren te kleuren.
Of je nu een goudvis bent, een tomaat of een worteltje, in de natuur is het gebruikelijk om voor kleur naar de ‘carotenoïden’ te grijpen (‘wortelpigment’). Dat is een klasse van ruim zeshonderd biologische kleurstoffen. Het prettige van carotenoïden is dat ze lekker multifunctioneel zijn: sommige maken vitamine A aan, weer andere ruimen schadelijke, hoog-reactieve zuurstofmoleculen op. Andere natuurlijke kleurstoffen zijn het menselijke pigment melanine en de stof ‘porphyrine’.
Maar papegaaien gebruiken een totaal andere klasse kleurstoffen: de zogeheten ‘psittacofulvinen’ (letterlijk: papegaaiengeel). De Duitse bioloog C. Krukenberg ontdekte dat al in 1882. Dik een eeuw later is het echter nog steeds een raadsel hoeveel psittacofulvinen er precies zijn, hoe ze werken, en waaróm ze er eigenlijk zijn.
De Amerikaanse bioloog Kevin McGraw en papegaaienkenner Mary Nogare verzamelden daarom de veren van 44 papegaaiensoorten, en onderwierpen ze aan chemische analyse. De kleur rood is in alle veren ontstaan door samenspel van vijf verschillende psittacofulvinen, ontdekten ze.
Blijkbaar gebruiken álle papegaaien de afwijkende kleurstoffen, schrijven McGraw en Nogare in het vakblad Biology Letters. Dat zijn er nogal wat: in totaal zijn er 350 soorten papegaaien, waarvan er 280 de kleur rood in hun veren hebben. “We hebben hier te maken met een uniek pigment dat je nergens anders vindt,” legt McGraw uit. “Het feit dat er één klasse moleculen zo wijdverbreid is onder papegaaien, duidt erop dat het hier gaat om een zeer belangrijke evolutionaire vernieuwing.”
Maar wat er nu zo belangrijk is aan de kleurstoffen – Joost mag het weten. Biologen gaan er altijd van uit dat vogels hun kleuren gebruiken als sekssignaal. Maar bij papegaaien zit het misschien wel anders, oppert McGraw. “Het zijn ongebruikelijke vogels. Haast zonder uitzondering hebben ze fantastische kleuren. Maar binnen een soort is er juist heel weinig variatie in kleur. Dat kan erop duiden dat papegaaien hun kleuren niet op de klassieke manier gebruiken om een partner te vinden of elkaar de loef af te steken.”
Overigens heeft de papegaai nog veel meer kleuren tot zijn beschikking dan de vijf roodtinten die nu zijn onderzocht, meldt McGraw per e-mail vanuit New York. “Psittacofulvinen zijn er in rood, oranje en geel. We hebben alleen de vijf rode beschreven. Met geel hadden we minder geluk.”
McGraw wil zich nu gaan bezighouden met een andere vraag: hoe het precies komt dat sommige papegaaien fluoresceren als je ze bij een ultraviolette lamp houdt. “We hopen aan de weet te komen of dat komt door de pigmenten zelf, of door de structuur van de veren,” aldus McGraw.
Dat de dieren licht geven, klinkt esoterischer dan het in werkelijkheid is. Papegaaien zien andere golflengtes licht dan mensen, en hebben dus geen speciale lamp nodig om elkaar te zien oplichten.
Nagenoeg vast staat dat bij fluorescentie wel degelijk gaat om ordinaire seks. Drie jaar geleden ‘saboteerden’ Britse en Australische onderzoekers papegaaien door hun kopjes in te smeren met zonnebrandcrème. De dieren gaven daardoor geen licht meer – en bleken opeens niet meer in staat aan een partner te komen.
Maarten Keulemans
Kevin McGraw en Mary Nogare: “Distribution of unique red feather pigments in parrots.” In: Biology Letters (2005)
DOI: 10.1098/rsbl.2004.0269