Klappertandend Europa?

Oceaan dreigt warmtetoevoer te staken

De warme en koude stromen in de Atlantische oceaan. Op 25 graden Noorderlbreedte hebben de onderzoekers hun metingen gedaan. Illustratie: Nature
Zoom
De warme en koude stromen in de Atlantische oceaan. Op 25 graden Noorderlbreedte hebben de onderzoekers hun metingen gedaan. Illustratie: Nature

De aanvankelijke opwarming zal in Europa gevolgd worden door bittere kou, voorspellen sommige klimaatmodellen. Het begin van die omslag lijkt zich zelfs al af te tekenen, melden Britse oceanografen. De stroming die tropische warmte naar het noorden brengt, is zwakker geworden. Maar misschien is dat juist mooi meegenomen.

Dankzij een paar koude laatste dagen heeft het najaar van 2005 nét niet de titel ‘warmste herfst ooit in Nederland gemeten’ in de wacht gesleept, althans: niet het alleenrecht daarop. In september, oktober en november van het jaar 1731 was het namelijk even warm, gemiddeld 12.0 graden Celsius. Maar het was dus wel een uitzonderlijk warme herfst, en die warmte past in een patroon. Nederland wordt de laatste jaren warmer, blijkt uit metingen van het KNMI. En een strenge winter hebben we al lang niet meer gehad. Wacht maar af, zeggen sommige klimaatdeskundigen. De koude winters komen straks extra hard terug, omdat de warme Golfstroom er het bijltje bij neer zal gooien. Het begin daarvan lijkt zich zelfs al af te tekenen, schrijven Britse oceanografen in Nature van deze week. Ze vergelijken metingen aan de oceaanstroming over een reeks van jaren en concluderen dat er tegenwoordig rond de 30 procent minder warm water naar het noorden stroomt dan een halve eeuw geleden. In 1957, 1981, 1991, 1998 en 2004 werd de stroming gemeten langs de hele lijn tussen het zuidelijkste puntje van Florida en de Afrikaanse kust, op verschillende diepten. Voor de Amerikaanse kust stroomt het water in de bovenste laag noordwaarts, en in de onderste zuidwaarts. Dat onderste water is koud. Het komt uit de buurt van Groenland en IJsland, waar koud geworden water omlaag zakt. De bovenste waterstroom splitst zich middenin de oceaan in een deel dat richting Europa koerst en een deel dag langs de Afrikaanse kust weer naar het zuiden gaat. In 1998 en vooral in 2004 was de onderste stroom voor de kust van Florida veel minder sterk dan een halve eeuw eerder, schrijven Harry Bryden, Hannah Longworth en Stuart Cunningham in Nature. De warme bovenstroom was niet veranderd. Maar voor de Afrikaanse kust stroomde wel meer warm water naar het zuiden. Het lijkt er dus op dat een steeds groter deel van het warme water besluit niet naar het noorden te reizen om daar Europa te verwarmen, maar liever afzakt langs de Afrikaanse kust. Als dat zo doorgaat, valt de Golfstroom op den duur helemaal weg en zakt de temperatuur in Europa met een graad of vier. Vooral ’s winters wordt het dan kouder, waardoor de kansen op een Elfstedentocht met sprongen zouden toenemen. De oorzaak van de verandering in de oceaanstromingen zoeken oceanografen bij het smelten van ijs in het noorden. Zoet smeltwater maakt het bovenste water rond Groenland minder zout, waardoor het ook minder zwaar is. Het weigert dan te zakken, en blokkeert zo het hele systeem. Dat het Groenlandse ijs snel aan het smelten is, lijdt geen twijfel. Maar of de Golfstroom daardoor gevaar loopt, moet nog blijken. In Nederland wordt de soep misschien toch niet zo heet gegeten als hij door Bryden en collega’s wordt opgediend. Want sinds 1998 is het hier eerder warmer dan kouder geworden, terwijl de warmtetoevoer door tropisch zeewater volgens deze onderzoekers al die tijd al dertig procent lager is. Hoe zit dat? “Het zou kunnen dat de opwarming door het broeikaseffect sterker is dan de afkoeling door de haperende Golfstroom”, reageert oceanograaf Sybren Drijfhout van het KNMI. “Er zijn nog veel onzekerheden rond dit soort metingen, dat geven Bryden en zijn collega’s ook toe, maar ik ben het met ze eens dat hun resultaten waarschijnlijk op een serieuze verandering duiden. Toch zien we dus geen daling van de gemiddelde jaartemperatuur, integendeel. Misschien was het in Nederland nog warmer geworden als de Golfstroom geen gas had teruggenomen.” Hadden we mooi wél het herfstrecord gehad. Dat komt vast nog wel. Want volgens de klimaatmodellen die het KNMI hanteert, stijgt de temperatuur van Nederland de komende eeuw, vertelt Drijfhout. Zelfs als de warme Golfstroom er het bijltje bij neergooit? “Ja, alleen is de stijging dan minder sterk.” Dus we boffen eigenlijk maar met die haperende Golfstroom? “Misschien wel, ja. De modellen en simulaties zijn natuurlijk niet perfect, het kan zijn dat we nog een schakel missen, maar ik denk dat we blij moeten zijn als de Golfstroom inderdaad ophoudt in de komende eeuw.” Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) voorspelde in 2001 dat de gemiddelde temperatuur wereldwijd met 1,4 tot 5,8 graden Celsius zou stijgen tussen 1990 en 2100. Staat die voorspelling eigenlijk nog overeind? Drijfhout: “We werken mee aan de rapportage die in 2007 moet verschijnen. Doordat er nu meer rekenkracht en meer gegevens beschikbaar zijn, kunnen simulaties beter doorgerekend worden. En daarbij blijkt dat de onzekerheden groter worden, maar alleen aan de bovenkant. Het kan dus nog een stuk meer opwarmen dan die 5,8 graden. Minder dan 1,4 is heel onwaarschijnlijk. Alleen Europa zou daar onder kunnen komen, door het wegvallen van de Golfstroom.” Dat is voor Nederlanders beslist geen reden om onverschillig te staan tegenover het broeikaseffect, voegt hij toe. Want er is ook nog zoiets als zeespiegelstijging. “De laatste eeuw is het zeeniveau tussen de tien en twintig centimeter gestegen. Dat zal harder gaan, tot een maximum van een meter per eeuw. Voorlopig stroomt Nederland dus nog niet onder. Maar vergis je niet, al het ijs op Groenland zal binnen vijfhonderd à duizend jaar smelten. Daardoor komt er hoe dan ook zeven meter zee bij. Je kunt je afvragen of West-Nederland het dan nog droog kan houden.” Elmar Veerman Harry L. Bryden, Hannah R. Longworth en Stuart A. Cunningham: “Slowing of the Atlantic meridional overturning circulation at 25° C”, Nature, 1 december 2005