Honger verdubbelt kans op schizofreen kind

- Zoom
- Hongerwinterposter
Kinderen die geboren zijn tijdens de Chinese hongersnood eind jaren vijftig hebben een twee keer zo grote kans om later schizofreen te worden.
De 'hongerhypothese' is een Nederlandse vinding. Begin jaren negentig ontdekten Nederlandse onderzoekers dat baby's die geboren waren tijdens de hongerwinter van '44-'45 een twee keer zo grote kans hadden om later schizofreen te worden. Het Nederlandse onderzoek betrof een kleine groep - kinderen die geboren waren in het voormalige WIlheminagasthuis in Amsterdam - en was daardoor statistisch niet heel sterk. Critici opperden bovendien dat de reden van de geestesziekte wellicht te wijten was aan schadelijke stoffen in de tulpenbollen die de zwangere moeders van de kinderen aten.
Het Chinese onderzoek is veel groter van opzet. De hongersnood van '59 -'61 hield vooral huis in de provincie Anhui, een gebied met 62 miljoen inwoners. De onderzoekers stuitten daardoor op veel meer schizofrene hongerkinderen. Normaal gesproken treft schizofrenie 1 procent van de bevolking. In de Chinese provincie was dat ruim 2 procent - een verdubbeling dus.
Daarmee krijgt de hongerhypothese extra steun. Overigens is niet duidelijk wat nu precies tot de geestesziekte leidt: een algemeen gebrek aan voedingsstoffen in de baarmoeder, of het ontbreken van één cruciale bouwstof.