In een afgelegen Thais dorpje duikt een nieuwe variant van de griep op. Een dodelijke vorm van het virus uit vogels, die gemakkelijk overspringt van mens naar mens. Het begint met een zieke kippenboer. Enkele dorpsgenoten worden ook ziek en al snel duikt het virus op in naburige dorpen.
Een heel aannemelijk scenario, dat morgen zomaar werkelijkheid kan worden. De variant van het vogelgriepvirus dat nu in Zuidoost Azië rondwaart - H5N1 - is (nog) niet van mens op mens overdraagbaar, maar dat kan elk moment gebeuren, waarschuwen grieponderzoekers. Zal zo’n uitbraak in de kiem te smoren zijn of is een verwoestende, wereldwijde griepgolf dan onvermijdelijk? Het noodlot is nog af te wenden, menen onderzoekers die computersimulaties van deze situatie hebben gemaakt. Mits aan stevige voorwaarden wordt voldaan.
Voorwaarde één heeft niemand in de hand. Het virus mag niet te besmettelijk zijn, of in de taal van de onderzoekers: de reproductiecoëfficiënt mag niet te hoog zijn. Is hij dat wel, dan verspreidt het virus zich zo snel dat er binnen de kortste keren geen kruid meer tegen gewassen is. Beide onderzoeksgroepen zeggen dat ze uitgegaan zijn van een vrij hoge besmettelijkheid, hoger dan waarschijnlijk is voor een nieuw opduikend virus. Maar wel een stuk lager dan het griepvirus dat in 1918 en 1919 rond 50 miljoen mensen de dood injoeg, hoewel dat waarschijnlijk niet vanaf het begin zo extreem besmettelijk was.
Zowel de groep van Ira Longini (Science) en die van Neil Ferguson (Nature) koos Thailand als basis voor de simulaties. Niet omdat daar het risico van een uitbraak het grootste is, maar omdat het zijn administratie zo goed op orde heeft. Voor de computermodellen waren gegevens nodig over de samenstelling van de bevolking, de gezinsgrootte, het aantal scholen, werkplaatsen, ziekenhuizen, enzovoort, enzovoort. Om te weten hoe gemakkelijk mensen elkaar kunnen besmetten, moet je namelijk weten waar ze met elkaar in contact komen.
De groep van Longini ging uit van een populatie van een half miljoen mensen in het Nang Rong district, een plattelandsgebied. Ze namen aan dat eenderde van de mensen vatbaar zou zijn voor het virus. Zonder maatregelen zou de epidemie dan na honderd dagen op zijn hoogtepunt zijn, met ruim drieduizend nieuwe zieken per dag. Ze berekenden ook het effect van verschillende strategieën om de griepgolf in te dammen: behandeling van de eerste zieken en iedereen met wie ze in contact waren geweest met virusremmer Tamiflu, behandeling van de hele regio, strikte quarantaine van getroffen gezinnen of gemeenschappen, inenting vooraf en uiteraard combinaties van deze maatregelen. De onderzoekers schrijven dat hun computermodel in het geval van een echte uitbraak snel kan worden aangepast aan de werkelijke situatie, waarbij kan worden berekend wat de meest kansrijke strategie is.
De groep van Neil Ferguson pakte het grootser aan. In deze simulatie deden alle 85 miljoen inwoners van Thailand en aangrenzende gebieden mee. Alleen het behandelen van de directe omgeving van de eerste getroffenen (huishoudens, scholen, werkplaatsen) zal niet effectief genoeg zijn, voorspelt het model. Iedereen in de wijde omgeving zal dus behandeld moeten worden. Het sluiten van scholen en andere ontmoetingsplaatsen en het invoeren van strenge reisverboden kan flink aan het succes bijdragen, berekende Ferguson. Op die manier kan in theorie zelfs een vrij agressief virus op tijd worden ingedamd.
Of het in de praktijk ook zo zal werken, is maar de vraag. Er zullen ongeveer drie miljoen snel inzetbare antigriepkuren nodig zijn, en die liggen nu nog niet klaar. De WHO heeft er 120 duizend, wat alleen bij heel snel ingrijpen afdoende zal zijn. De diagnose moet snel gesteld worden, gevolgd door groot alarm en het gedisciplineerd uitvoeren van een rampenplan dat het openbare leven in de hele regio stillegt. Dat lijkt op dit moment niet voor ieder land in Zuidoost-Azië weggelegd, om het mild uit te drukken.
Snel ingrijpen is het allerbelangrijkst. Zodra er meer dan veertig zieken zijn, wordt het moeilijk, becijferden de onderzoekers. En als het virus in een grote stad opduikt, wordt het bijna hopeloos.
De twee artikelen zijn dan ook meer als waarschuwing dan als geruststelling bedoeld. Het is nog niet te laat, willen de onderzoekers de wereld op het hart drukken, maar de internationale gemeenschap moet nog veel werk verzetten om de dreiging zo goed mogelijk het hoofd te kunnen bieden. En helemaal veilig zijn we nooit.
Elmar Veerman
Ira M. Longini e.a.: “Containing pandemic influenza at the source”, Sciencexpress, 3 augustus 2005
Neil M. Ferguson e.a.: “Strategies for containing an emerging influenza pandemic in Southeast Asia”, Nature, 3 augustus 2005